Piet Van Eeckhaut plots overleden – uniek interview

advoAdvocaat Piet Van Eeckhaut is deze nacht plots overleden tijdens zijn vakantie in Turkije. Piet Van Eeckhaut was een van de bekendste strafpleiters van ons land. Zo was “De beerputmoord” een van zijn bekendste zaken in zijn carrière. Van Eeckhaut was 74 jaar oud. Hij was ook politicus voor sp.a.

Naar aanleiding van het plotse overlijden van de heer Van Eeckhaut, advocaat, wil Poëziecentrum u op de hoogte brengen van een uniek interview in het laatste nummer van Poëziekrant dat zopas verscheen.

Het interview kadert in de reeks die telkens de laatste pagina van ons poëzietijdschrift afsluit, waarbij een figuur met aanzienlijke publieke bekendheid de volgende vraag voorgeschoteld krijgt: “Wat betekent poëzie voor u?”. In het pas verschenen, vierde nummer van Poëziekrant, gaf Piet Van Eeckhaut zijn intieme band met de poëzie prijs.

Bijzonder genoeg, gaat zijn voorkeur uit naar gedichten over de liefde en de dood. Zijn absolute lievelingsgedicht: ‘De tuinman en de dood’ door P.N. van Eyck.

Advocaat van de poëzie

Piet Van Eeckhaut

Ik kom uit een doodgewoon gezin, maar mijn moeder hield van poëzie en droeg gedichten voor. Uit het hoofd! Ze spoorde mij aan om aan voordrachtwedstrijden deel te nemen; nu eens werd ik tweede, dan weer vijfde . Soms won ik zelfs!
Liefde en dood, daar gaat het heel vaak om in poëzie. Pas veel later heb ik ingezien dat gedichten over de dood vaak liefdesgedichten zijn. Marnix Gijsens ‘Geschenk van mijn vader’ bijvoorbeeld: ‘Wij zaten samen, zwijgend, bij het vuur; mijn lieve vader / en ik. / Bij elk klokgetik / kwam zijn stervensuur / nader en nader.’ Of ‘Een lied van de zee’ van Helena L. Zwart, een vergeten maar belangrijke dichteres: ‘Flauw flikkert het lampje in een visschers hut, / Oud moedertje zit bij het vuur en dut. / Als donkere schimmen hand in hand / Schuifelen schaduwen langs de wand. / Droef zingen de golven een wiegelied / Voor wie daar in de baren zijn leven liet.’ Maar mijn absolute lievelingsgedicht is ‘De tuinman en de dood’ van P.N. van Eyck.

Liefde en dood zijn ook de grote thema’s van Gerard Reve. Hoezeer hij ook beschouwd wordt als een prozaïst, eigenlijk is hij een dichter. ‘Dagsluiting’, over zijn moeder – schitterend!: ‘Vannacht verscheen mij in een droomgezicht mijn oude moeder, / eindelijk eens goed gekleed: / boven het woud waarin zij met de Dood wandelde / verhief zich een sprakeloze stilte. / Ik was niet bang. Het scheen mij toe dat ze gelukkig was / en uitgerust. / Ze had kralen om die goed pasten bij haar jurk.’ Je moet van goeden huizen zijn om dat te mengen, het kritische detail (eindelijk eens goed gekleed) en dan die tederheid in wat volgt..

Maar ook Hugues C. Pernath heeft treffende regels geschreven die ik bewonder: ‘Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan / Geen lichaam kan ooit het mijne voelen / Geen ander oor mijn verwarring, mijn onrust / In de sprakeloze plaag van de taal.’
Ik heb altijd getracht poëzie in mijn pleidooien te verwerken. Dat komt moeilijk over. Het gerecht is een weinig poëtisch bedrijf. Soms lukte het om met een citaat het gemoed zo te bespelen dat de beklaagden beginnen te huilen. Niet om het gedicht, maar omdat ze naar de gevangenis moeten.
Mijn vrouw, een romaniste, zei me onlangs: ‘Het wordt akelig het gebrek aan literaire belangstelling. Dat je niet meer kan zeggen: dat boek, die richting, die stroming.’ Als men dat niet meer kan doen, dan begrijpt men niet wat Nietzsche bedoelde – of was het Freud? – met zijn uitspraak: ‘Als allen moeten zwijgen, laat dan de dichters spreken.’

guido lauwaert
gent, 2014-03-26

De tuinman en de dood
Een Perzisch Edelman:
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’ –
Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in ‘t cederpark de Dood ontmoet.
‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’
Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen ‘k ‘s morgens hier nog stil aan ‘t werk zag staan,
Die ‘k ‘s avonds halen moest in Ispahaan.’
P.N. van Eyck
Piet Van Eeckhaut – Aalst, 10 oktober 1939 – is doctor in de Rechten en licentiaat in de Wijsbegeerte, advocaat te Gent en oud-stafhouder van de Orde van Advocaten van Gent.

Met ons oprecht medeleven voor de familie Van Eeckhaut en hun naasten.

Bron: www.poeziecentrum.be

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here