Optocht tegen tekortkomingen van wetsvoorstel over uitbreiding euthanasiewet

ik beslisDe Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging en het VC Geuzenhuis houden sensibiliseringsactie rond het wetsvoorstel dat de euthanasiewet uitbreidt naar minderjarigen. Dit vertoont namelijk enkele problemen en het schiet tekort op meerdere vlakken.

Daarom houden we op vrijdag 20 december een optocht en een pamfletactie onder het motto: ‘Ik lijd – ik beslis’. De optocht start aan het Geuzenhuis om 12:00 en gaat via het Sint-Pietersplein, Sint-Pietersnieuwstraat en de Lammerstraat naar het Woodrow Wilsonplein, waar er geflyerd zal worden voor de ingang van het shoppingcentrum Zuid. Meter van de actie is Jacinta De Roeck, directeur H-VV en als senator in 2002 nauw betrokken bij de totstandkoming van de euthanasiewet.

De tekortkomingen van het wetsvoorstel over de uitbreiding van de euthanasiewet naar wilsbekwame minderjarigen

Dit wetsvoorstel werd op 12 december goedgekeurd in de Senaat. Hoewel de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (H-VV) dit beschouwt als een stap in de goede richting, betreuren we dat er – in de poging een compromis te vinden – enkele spijtige toegevingen werden gedaan.

-In de eerste plaats is het vetorecht dat men aan de ouders geeft onaanvaardbaar. Zoals het nu in het voorstel staat is er een schriftelijke toestemming van de ouders nodig. Dit strookt niet met de definitie van euthanasie en holt het zelfbeschikkingsrecht van de wilsbekwame minderjarige patiënt helemaal uit. Nochtans wordt de zelfbeschikking van het kind wel gerespecteerd in de wet op de patiëntenrechten, waar hij/zij zonder dat daar toestemming van de ouders voor nodig is, een behandeling kan weigeren, ook al heeft dit een verkorting van de te verwachten levensduur tot gevolg. Natuurlijk moeten ouders intens betrokken worden bij de vraag naar het levenseinde van hun kind, maar de eindbeslissing in hun handen leggen, is een brug te ver.

-De mogelijkheid om euthanasie te vragen wordt beperkt tot gevallen waarin de patiënt fysiek lijdt. Over ondraaglijk psychisch lijden wordt er met geen woord gerept. Het psychisch lijden dat wij zouden willen opgenomen zien worden in de wet, betreft nochtans niet het psychiatrisch lijden (of het liefdesverdriet van een puber) maar ondraaglijk psychisch lijden ten gevolge van een ongeneeslijke fysieke of somatische aandoening. Denk bijvoorbeeld aan quadriplegie (volledige verlamming vanaf de nek waarbij het vermogen om bewuste bewegingen uit te voeren en de gevoelsgewaarwording geheel verloren zijn gegaan).

-Minderjarigen komen volgens dit wetsvoorstel alleen in aanmerking voor euthanasie als ze terminaal zijn, d.w.z. in een terminale fase van de ziekte zijn aanbelandt en binnen zeer afzienbare tijd zullen overlijden.

-Het grootste euvel van de bestaande euthanasiewet uit 2002 werd niet aangepakt. Het gaat hier om de uitbreiding van de regeling rond verworven wilsonbekwaamheid. De wilsverklaring euthanasie, het document waarmee je te kennen kunt geven dat je euthanasie wil als je er zelf niet meer om kan vragen, is enkel toepasbaar bij een onomkeerbare en volledige coma. Daardoor biedt de wet geen oplossing bij dementie. De wet dwingt dus mensen om te vroeg uit het leven te stappen, namelijk op het moment dat ze er zelf nog bewust om kunnen vragen (zie bijvoorbeeld het geval Hugo Claus). Ook bij verworven wilsonbekwaamheid ten gevolge van bijvoorbeeld hersenschade door een verkeersongeval of een hersentumor, biedt de wilsverklaring euthanasie geen oplossing.

-De geldigheid van de wilsverklaring euthanasie blijft beperkt in de tijd, namelijk vijf jaar. Dit is een onnodige en zinloze beperking, net als een echt testament zou dit ‘levenstestament’ onbeperkt geldig moeten zijn tot je het zelf herroept.

-Tenslotte is er geen sprake van een wettelijk verankerde doorverwijsplicht voor de artsen die omwille van gewetensbezwaar weigeren om euthanasie uit te voeren. Terecht heeft de arts de mogelijkheid om te weigeren op een verzoek in te gaan, maar hij/zij is volgens de wet op de patiëntenrechten ook verplicht om het zorgtraject van de patiënt naar behoren op te volgen. Het kan dus niet zijn dat de arts zijn morele vrijheid inroept om zijn/haar patiënt door te verwijzen naar een andere arts.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here