Oost-Vlaanderen de jeneverprovincie

Aalst (rdactie/mas) Hasselt promoot zich als de jeneverstad, maar weinigen weten dat omstreeks 1883 een kwart van de industriële stokerijen en twee derden van de landbouwstokerijen in Oost-Vlaanderen gevestigd waren.

Terecht kan dus gezegd worden dat Oost-Vlaanderen toen het centrum van het jenevergebeuren was. Diverse gebeurtenissen (Wet Vandervelde, opeising koperen distilleerkolommen in W.O.I, economische depressie en W.O.II, accijnsverhogingen) hebben deze jenevertraditie in de vergeethoek gedrukt.

Nu zijn er nog een 15-tal producenten van jenevers in de provincie actief. Zelfs Limburgse jenever wordt vandaag in Oost-Vlaanderen gestookt.

Het jeneverstoken in Oost-Vlaanderen heeft een aparte en rijke traditie.  In de 16de eeuw was het stoken van brandewijn reeds gekend.  Later werd ook uit granen alcohol gewonnen.  In tijden van overvloedige graanoogsten werden de graanoverschotten aangewend voor het distilleren van graanalcohol.

Hierdoor werd vermeden dat de graanprijzen en de inkomens van de landbouwers te sterk zouden dalen door overaanbod. Niettegenstaande de arme grond in bepaalde streken, slaagde men er in Vlaanderen toch in hoge rendementen te bekomen in de landbouw.

Bij het verwerken van graan tot alcohol komt tijdens het stookproces een spoeling vrij.  Deze spoeling is rijk aan vitaminen en eiwitten en werd als veevoeder aangewend.  De hieruit voortvloeiende succesvolle veeteelt voorzag op zijn beurt de arme bodems van ruime bemesting, wat een nieuwe rijke graanoogst mogelijk maakte. Zo was de kringloop gesloten.

O’de Flander

De definitie van O’de Flander houdt eerst en vooral in dat het gaat om een graanjenever die vervaardigd wordt op het grondgebied van de provincie Oost-Vlaanderen. De bereidingsfase van de graanjenever, waarin deze zijn definitief karakter krijgt, moet dus in Oost-Vlaanderen plaatshebben.

Ten tweede moeten alle Oost-Vlaamse graanjenevers O’de Flander een minimum alcoholgehalte van 35° hebben. Hoewel de Belgische wetgeving de jenever een minimum alcoholgehalte van slechts 30° oplegt, meent de Orde dat een karaktervolle kwaliteitsjenever een alcoholgehalte van 35° of meer vraagt.

Ten derde moet de producent kunnen bewijzen dat hij bij de bereiding van de jenever enkel gebruik maakt van graanalcohol: de granen eau-de-vie wordt gedistilleerd uit een beslag van granen (tarwe, rogge, gerst, maïs). Bij de toetreding tot de Orde moeten bijgevolg herkomstcertificaten voorgelegd worden, waaruit blijkt dat er uitsluitend graanalcohol gebruikt wordt. De stokerijen die in aanmerking komen:

Likeurstokerij De Moor:

‘Dirk Martens Jenever’ (35%)

Stokerij Van Damme:

‘Balegemse Graanjenever Vieux Système’ (41%)

Braeckman Jenevers:

‘Braeckman Oude Graanjenever’ (38%)

Nectaria:

‘Jenever Bobke’ (38%)

Distillery De Stoop:

‘Merelbeekse Belegen Graanjenever De Stoop’ (38%)

Thyssen bvba:

‘Graanjenever Thyssen’ (40%)

Jenever Mertens:

‘Jenever Mertens’ (40%)

Likeurstokerij Rubbens:

‘Originele Oost-Vlaamse graanjenever’ (38%)

Filliers Graanstokerij:

‘Filliers Graanjenever’ (35%, Classic)
‘Filliers Graanjenever’ (38%, 5 jaar oud)
‘Filliers Graanjenever’ (50%, 8 jaar oud)

Jenevers Van Hoorebeke (Filliers):

‘Echte graanjenever Van Hoorebeke’ (35%)

Etn. P. Bruggeman:

‘Cuvée du Centenaire’ Hertekamp (35%)
‘Platinum’ Peterman (40%)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here