Kim De Geest uit Evergem wint 17de Michel Casteelsprijs.

De 28 jarige Kim De Geest uit Evergem heeft de 17e editie van de Michel Casteelsprijs voor cursiefjes gewonnen, een organisatie van de Dienst Feestelijkheden. De jury koos haar cursiefje uit veertig inzendingen. De tweede prijs, de Polleke Pluymprijs, is voor Marie-Bénédicte Verheggen uit Gent en de derde prijs gaat naar Ilse Kolbrant uit Lier. De jury bekroonde 'Gentse passie, mysterie van een stad' van Kim De Geest (28) als winnaar. Het cursiefje is volgens de jury knap opgebouwd, met een beeldende taal en vertelt een leuk verhaal. Kim De Geest wint daarmee 300 euro en een boek over Gent.

'Eén ding is zeker en wat dat is, dat weet ik niet' van Marie-Bénédicte Verheggen uit Gent werd als tweede gerangschikt en wint daardoor de Polleke Pluymprijs. Haar cursiefje is volgens de jury in een mooie en eenvoudige taal geschreven en is geestig om te lezen. Ze ontvangt hiervoor 200 euro. De aanmoedigingsprijs gaat naar 'Gent was mijne vent' van Ilse Kolbrant uit Lierde, vorig jaar nog winnaar van de Michel Casteelsprijs. Ze ontvangt deze prijs en 100 euro omdat haar cursiefje leuk geschreven is, met veel beeldspraak en een eenvoudig taalgebruik en het duidelijk is dat de schrijfster een hart voor Gent heeft.

Kim De Geest is communicatiewetenschapper en verzorg de PR van de beroepsfederatie van kappers. Voor haar was het vooral om zich ook eens creatief te laten gaan. Kim De Geest mag dan al twee jaar in Evergem wonen, haar liefde voor Gent blijft. Haar verhaaltje gaat over haar liefde voor Gent, maar ook over de liefde voor haar lief, nu haar echtgenoot. Kim De Geest is enthousiast: "Het is leuk dat ik zoveel appreciatie krijg voor dit cursiefje. Het is mijn eerste deelname en ik heb meteen prijs".

De wedstrijdjury bestond uit Viviane Burssens, Jaak De Poorter, Jean Buyle, Machar van Geyt, Freek Neirynck en Rudi Moeraert. Zij staan samen met de drie prijsbeesten op de foto.

Winnend cursiefje:

Gentse passie, mysterie van een stad

Ik hou van de geur van de regen, het zachte geluid in de plassen, de blaasjes die de regendruppels maken op de lege banken langs het water, het natte gevoel van duizend kleine kussen op mijn huid. Hand in hand loop ik met jou door het doolhof van de smalle straten in het Patershol. We manoevreren samengevouwen onder jouw rode regenjas en huppelen tussen de kasseien, plassen ontwijkend. Lachend, flirtend met elkaar en met de nacht. Ik vervloek mezelf erom dat ik persé mijn naaldhakken wou aandoen en dat zomers jurkje met een décolté dat net genoeg laat zien om jouw fantasie op hol te doen slaan. Maar deze avond moest perfect worden en dat is hij ook. Ondanks de ober die ons steevast negeerde, de regen die nu met bakken uit de hemel valt en mijn haar waarin ondertussen alle model ver te zoeken is. Maar jij was geweldig, het eten heerlijk en de wijn overvloedig.

In het midden van de straat, hou ik je tegen. Ik ben buiten adem en doorweekt. Ik overtuig je ons te verwarmen bij het kaarslicht in het kleine cafeetje. Wanneer we binnenkomen, vervallen we in een sfeer van rust en harmonie. Ik nestel me dicht tegen je aan en laat me strelen door de vlammen in het haardvuur. Het zoete kaarslicht verbergt mijn blozende wangen als ik in jouw ogen kijk. We hebben geluk; een vrijwillige muzikant ontroert met zachte pianomuziek. Een benauwd gevoel doet mijn hartslag even overslaan, mijn adem stokt. Ik ben me haarfijn bewust van alles wat zich rond jou en mij afspeelt en ik voel me intens gelukkig. Maar tegelijkertijd voel ik me doodsbang om dit gevoel te verliezen. Ik wou dat dit moment eeuwig zou kunnen blijven duren. Jouw hand in mijn hals doet mijn lichaam trillen. Ik hou je blik vast met mijn ogen. Onze zielen raken elkaar. Ik wil in je armen verdwijnen. Samen duiken we terug de nacht in. Ongeduldig als twee kinderen die wachten op de Sint. Het is ondertussen gestopt met regenen en een heldere sterrenhemel vergezelt ons naar huis. De nacht belooft veel, ik voel mijn hart kloppen in mijn keel.

De volgende ochtend word ik gloeiend van koorts wakker in bed. Mijn ogen krijg ik amper open, mijn neus zit muurvast en laat geen zuchtje verse lucht binnen. Ik zoek op de tast naar de fles water die ik naast mijn bed bewaar voor de ochtenden waarbij ik de nacht en het bonzende gevoel in mijn hoofd moet doorspoelen, maar tevergeefs. Net wanneer ik me met een diepe zucht achterover laat vallen in mijn kussen, kom jij binnen. Op een plateau heb je een kopje thee en een lepel honing. Terwijl je de gordijnen openschuift, komt een waterzonnetje me een goedemorgen wensen. En wanneer ik vanuit mijn bed de stad inkijk, zie ik de drie torens die mijn hart omringen. Ik fluister een snelle dankjewel en geniet opgerold in mijn warme donsdeken van een nieuwe ochtend in Gent, mijn stad voor zolang ik me kan herinneren maar vanaf nu vooral onze stad.

Je nestelt je naast me in bed en streelt zacht door mijn haren. Snotterend kijk ik in je ogen en kan mijn lach niet bedwingen. Ik proest het uit, zeker wanneer ik jouw verbaasde gezicht zie. Mijn lachen gaat over in een hoestbui en moeizaam help je me rechtop. Ik laat je beloven dat je binnen 50 jaar nog steeds zo voor me zorgt, dat we samen oud worden en elke middag onze koffie zullen drinken. Dat we in het geniep en tegen alle doktersadviezen in onze stiekeme hartverwarmer bij de koffie bestellen. En dat we daarna, hand in hand, onze stad doorkruisen. Ik hoor ons keuvelen over onze drie kinderen die we – al is het met hun tweede naam – elk zullen noemen naar één van de drie monumenten. En nog voor ik de kans krijg om onze toekomst verder uit te tekenen, zoen je me zacht op mijn lippen. Net zoals bij het kaarslicht, ben je helemaal van mij. De toekomst kan nog even wachten

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here