Opiniestuk: debat over private rusthuizen is niet gebaat met karikaturen

vera van der borght

Nu en dan geeft de redactie van Belg.be een forum voor een opiniestuk. Deze keer geven we graag het woord aan Vera Van der Borght, Vlaams parlementslid an Open VLD. Belg Mediagroup is niet verantwoordelijk voor de inhoud.

In een opiniestuk in De Standaard van vorige week maandag haalt Vlaams Volksvertegenwoordiger Kurt De Loor – alweer – zwaar uit naar de “commercialisering en liberalisering van de ouderenzorg”.  Hij verwijst daarbij naar een artikel in deze krant (DS, 28/12) over de zorgcrisis in Duitsland, waar de financiële toegankelijkheid van de ouderenzorg in het gedrang komt en steeds meer ouderen voor een rusthuisverblijf naar het buitenland gaan. In één ruk door kopieert De Loor die analyse van de toestand in Duitsland en plakt hij ze op Vlaanderen, overgoten met een radicaal links discours waarbij alle private initiatiefnemers worden afgeschilderd als op winstbejag beluste kapitalisten die onze ouderen als citroenen uitpersen.
Het is de typische retoriek van Kurt De Loor die in het verleden reeds in meerdere van zijn opiniestukken naar boven kwam en die nog geen stap vooruitgang heeft gebracht in dit belangrijk debat, waar niemand gebaat is bij karikaturale voorstellingen, noch de overheid, noch de sector, noch de ouderen zelf.
De ouderenzorg in Duitsland vergelijken met Vlaanderen gaat niet op. Het Duitse zorgstelsel is anders georganiseerd dan het onze, het wordt op een andere manier gefinancierd en de Vlaamse ouderenzorgsector verschilt ook grondig van de Duitse. We hebben hier traditioneel drie actoren op het terrein:  de openbare besturen (de OCMW-rusthuizen), de non-profit sector (vzw-rusthuizen, in grote mate gedomineerd door de christelijke zuil) en de zuiver private “profit” sector (commerciële rusthuizen opgericht als nv of bvba). Om die laatste groep is het Kurt De Loor telkenmale te doen. Het is nochtans de kleinste van de drie met ongeveer 10% van de bestaande capaciteit aan rusthuisbedden in Vlaanderen. Volgens De Loor zijn die rusthuizen onbetaalbaar, zijn hun infrastructuur en dienstverlening niet kwaliteitsvol en besparen ze op personeel en zorgverlening. Wat hen drijft is zoveel mogelijk winst maken en niets anders.
De feiten dan maar. Laten we kijken naar de gemiddelde dagprijs die ouderen betalen wanneer ze opgevangen worden in een woonzorgcentrum. Uit een sectorstudie van de FOD Economie enkele jaren geleden bleek al dat die gemiddelde dagprijzen in woonzorgcentra vrij dicht bij elkaar liggen in Vlaanderen. Private rusthuizen en vzw-rusthuizen hanteren vrijwel gelijke dagprijzen (vzw’s zijn zelfs iets duurder), de OCMW’s zitten daar iets onder. Laten we echter niet vergeten dat OCMW’s voor het bijpassen van hun tekorten kunnen rekenen op de lokale overheid (lees: belastingbetaler) en dat dit voor de private profit én non-profit uiteraard geen optie is. Al bij al liggen de gemiddelde dagprijzen dus niet zo ver uit elkaar, waarmee meteen komaf gemaakt wordt met het beeld van de onbetaalbare private rusthuizen in Vlaanderen.
Als er dan toch al voorbeelden aangehaald worden van zeer dure private rusthuizen, dan zijn het dikwijls luxe residenties die zich specifiek gaan richten op een groep van zeer welgestelde ouderen die bereid zijn om daarvoor ook zelf een fors hogere prijs te gaan betalen. In een vrije maatschappij moet dit toch mogelijk zijn? Er zijn ook ouderen die in grote villa’s wonen en er zijn ouderen die wonen in een bescheidener woning of appartement. Van essentieel belang is volgens mij dat elke oudere in Vlaanderen kan rekenen op beschikbare, betaalbare en kwaliteitsvolle ouderenzorg.
 (Mag er trouwens ook op gewezen worden dat indien rusthuisbewoners niet in staat zijn om hun rusthuisfactuur volledig zelf te kunnen betalen, zij kunnen rekenen op een tegemoetkoming van het OCMW. Dit garandeert dat geen enkele rusthuisbewoner aan zijn lot overgelaten wordt in geval van financieel onvermogen.)
Wat betreft de kwaliteit van infrastructuur en zorgverlening in onze woonzorgcentra, is het zo dat dezelfde regels en normen gelden voor alle voorzieningen. Personeelsnormen,  infrastructuurnormen en andere kwaliteitsnormen (vb. kwaliteitshandboek) voor woonzorgcentra zijn via federale en Vlaamse regelgeving vastgelegd. Alle woonzorgcentra, ongeacht hun beheersvorm, moeten dus voldoen aan diezelfde regelgeving willen ze een erkenning bekomen om hun voorziening te kunnen uitbaten. Daarenboven worden alle voorzieningen ook  geïnspecteerd door de Vlaamse Zorginspectie op het naleven van die regelgeving. Indien de voorziening niet voldoet aan de normen en geen bijsturingen doet, dan zal ze haar erkenning verliezen en moeten sluiten.
In plaats van telkenmale met scherp te schieten op de private rusthuizen en ideologische retoriek te voeren met de oogkleppen op, zou men deze initiatiefnemers beter ten volle betrekken om mee te werken aan een voldoende beschikbaar, kwaliteitsvol en toegankelijk aanbod. Sociaal ondernemerschap heeft een nuttige rol te spelen in het aanpakken van de tekorten in de residentiële ouderenzorg die er vandaag zeker nog zijn in Vlaanderen. Tienduizenden ouderen staan op wachtlijsten voor een plaats in een woonzorgcentrum. Voor hen is er ook geen keuzevrijheid, het is na maandenlang wachten te nemen wat er te nemen valt.
En dan moeten de grootste uitdagingen nog volgen. Er is de vergrijzing. In 2050 zullen er in België  3.909.373 60-plussers zijn, waarvan 1.252.507 80-plussers. Dit betekent een stijging met 62,3 % voor de 60-plussers en met 149,9 % voor de 80-plussers wanneer we vergelijken met cijfers van 2008. Studiewerk van het Itinera Institute gaf al aan dat we dan als overheid elke week een nieuw rusthuis zullen mogen openen ergens in Vlaanderen om aan die noden tegemoet te komen.
En dan is er ook nog dementie. Uit een recent onderzoeksrapport van de Vlaamse Zorginspectie blijkt dat vandaag al bijna de helft van de bewoners in onze rusthuizen lijdt aan dementie. Niet voor niets stelde Studio Brussel met Music for Life dementie als belangrijkste uitdaging voor de zorg centraal: “In Vlaanderen hebben meer dan 100 000 mensen dementie. In heel België zijn dat er 165 000. Tegen 2020 verwacht men een stijging met zo’n 30 procent. De kans is 20% dat iemand in zijn leven dementeert.”
Met dergelijke explosieve groei van onze ouderenpopulatie, en dus ook van het aantal zwaar zorgbehoevenden en zwaar dementerenden, zullen we alle hens aan dek moeten roepen om voldoende aanbod via residentiële voorzieningen te kunnen voorzien. Het antwoord hierop kan dan toch niet zijn dat de overheid het allemaal maar alleen moet oplossen, dat via massale overheidssubsidiëring gigantische hoeveelheden belastinggeld naar bakstenen gaat, terwijl private initiatiefnemers bereid zijn om eigen kapitaal te investeren. Als we hen meer betrekken en kansen geven, kunnen we misschien meer van de weinig beschikbare middelen besteden aan de financiering van zorgverlening zelf.  En hopelijk kunnen we tegelijkertijd werk maken van een meer vraaggestuurde, flexibele ouderenzorg met autonomie, inspraak en keuzevrijheid voor onze ouderen. Op dat vlak kan ondernemersmentaliteit en marktwerking dus nog goed van pas komen.
Met de uitspraken van Kurt De Loor worden geen constructieve alternatieven of oplossingen aangebracht. Indien zij gedragen worden door zijn partij, dan lijkt het me logisch dat zij als regeringspartij op federaal en Vlaams niveau een initiatief ondernemen om de erkenningen van alle private rusthuizen in te trekken en hun RIZIV-financiering stop te zetten. Misschien kan Kurt De Loor dan ook de vele duizenden ouderen die dan op straat zouden komen te staan gaan uitleggen op welke manier hij hen nog de nodige opvang en zorg wil aanbieden.
Vera Van der Borght

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here