In de naam van de roos(1): De zwijger schrijft de socialisten

Als Vader des Vaderlands moet een mens soms zijn morele pen bovenhalen. Zeker als er in mijn geliefd Aalst discussies aan de gang zijn die mensen tot in hun diepste ziel raken. Mensen slapeloze nachten bezorgen. Mensen emotioneel kapot maken. Maar vooral, dat er zinloze spelletjes aan de gang zijn die de stabiliteit van de Aalsterse parel aan de Groot-Nederlandse kroon in het gedrang brengen. 

Kameraden socialisten, maar ook wel enkele vrienden socialisten, U voeders van de Loge, in woord verklaarde humanisten, u vergeeft een Oranje wel dat hij even de Bijbel ter hand neemt. Even mijn christelijke opvoeding laat primeren.

“Wanneer uw broeder gezondigd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht.” Dit Jezuswoord aan zijn discipelen heeft een naam gekregen: de broederlijke vermaning (correctio fraterna in het Latijn). De terechtwijzing onder vier ogen is een heel delicate onderneming, maar een teken van waardering en liefde voor de broeder die men terechtwijst. Daarom kan ’broederlijke vermaning’ alleen als de ’broeders’ elkaar kennen en een liefdevolle dialoog met elkaar kunnen voeren.

Als een onbekende meent iemand ’broederlijk’ te moeten ’vermanen’, per brief of mail of per facebook of per sms of per telefoon van op het werk bijvoorbeeld (dus niet onder vier ogen), dan kun je er gif op nemen dat broederlijke bezorgdheid niet de drijfveer is en liefdevolle vermaning niet het doel. Er zijn vier manieren om mensen te kleineren.

1. Je kunt hun de huid vol schelden. Dat is de eerlijkste manier, want de anderen kunnen terugschreeuwen. 2. Je kunt hen spottend uitlachen. Dat is de smerigste manier, want tegen spot is geen weerwerk. 3. Je kunt hen overslaan bij het handjes schudden. Dat is de vernederendste manier, want de anderen worden als onbestaand beschouwd. 4. Je kunt hen met een schouderklopje de grond in slaan. Dat is de venijnigste manier, want elk wederwoord lijkt ondankbaarheid. Dat is de kleineermanier van hen die zich voor hun kritiek beroepen op de deugd van broederlijke vermaning.

Als je ooit een brief of een mail krijgt van een onbekende die afsluit “met broederlijke vermaning”, geloof dit saluut niet. Wie het echt wil doen, doet het zonder met die deugd uit te pakken. Hoed je voor zelfverklaarde ’broederlijke vermaners’. Niet vermanen maar kleineren willen ze, gedreven door rancune of afgunst…

In die venijnigste kleineertechniek zijn sommige katholieken nogal goed. Schreeuwen durven ze niet, humor hebben ze niet, voorbijlopen mogen ze niet, maar iemand slijmerig de les spellen doen ze dolgraag. Tenminste tegenover geloofsbroeders. Met andersdenkenden gaan ze de discussie niet aan. En hoe doen socialisten in Aalst dit deze dagen?

Dat debat gaat immers over de grote vragen van zin en bestemming, en misschien is hun geloof daarvoor niet groot genoeg. Met geloofsgenoten kunnen ze de kleine letters van de wet onder de loep nemen. Het geloof hoeft niet ter sprake te komen, hun eigen ongeloof blijft weggeborgen.

Medegelovigen zijn ook verduldiger, als ze een tik krijgen. Die tikken zijn bovendien omzwachteld met de watten van de zogenaamde broederlijke vermaning die men een andersdenkende niet kan geven. Ze voelen bij eerste aanblik dus liefdevol aan. Tot je tussen de lijnen leest van de brieven of mails of facebook of… die de ’vermaners’ sturen – juist sturen, ze spreken de anderen nooit aan “onder vier ogen”, zoals de Heer vraagt. Tussen die lijnen loopt bittere gal. Galle zullen sommigen denken.

Sommigen schrijven zelfs letterlijk tussen de lijnen. Ze kopiëren uitspraken en teksten van de geadresseerde en voegen tussen de alinea’s commentaar van hun eigen hand. Dat commentaar bestaat uit zinnen waarvan het tweede deel met “maar” begint. Immers, het eerste zinsdeel veinst lof, goedkeuring en begrip.

Strelen om harder te kunnen slaan. Het omgekeerde dus van ’slaan en zalven’. Wie eerst slaat en dan zalft, heeft de bedoeling om de andere in zijn waardigheid te laten en op te tillen. Wie eerst zalft en dan slaat, heeft de bedoeling de andere te ontwaarden en te vernederen.

Dat uitgerekend katholieken daar zo bedreven kunnen in zijn, is vanuit evangelisch oogpunt onbegrijpelijk. Dat uitgerekend socialisten daar zo bedreven kunnen in zijn, is vanuit humanistisch oogpunt onbegrijpelijk.

Als Christus het met anderen niet eens was, zei Hij het ook duidelijk, bijvoorbeeld tegenover de farizeeërs. Het waren ten andere de farizeeërs die Jezus probeerden “broederlijk te vermanen” door Hem klem te rijden in eerbetoon. Katholieken die elkaar met het wierookvat een uppercut verkopen, getuigen niet van discipelschap. “Zie hoe ze elkaar liefhebben”, vertelt de Bijbel om ons ook hiertoe aan te manen.

Elkaar tot liefde ’aanmanen’ in plaats van elkaar uit valse broederlijkheid of kameraadschap te ’vermanen’ is voor deze moeilijke tijden van het christendom of Aalsterse socialisme beter geschikt. Want tegelijkertijd is in de samenleving het verlangen groot naar antwoorden op de grote vragen. De rusteloze socialistische kiezer, militant, …  wil medemensen zien die hun geloof oprecht beleven. In liefde en verbondenheid, niet in onmin en verdeeldheid.

Wat geloven en wie geloven, dat zijn de twee grote vragen van een tijdperk dat niet langer echt atheïstisch is maar nog wel agnostisch. Opdat onze tijdgenoten bij de socialisten het antwoord kunnen vinden op de vraag wat te geloven, moeten ze ook zien wie ze kunnen geloven. Socialisten, Sociaal-Democraten, Links-Liberalen zijn niet geloofwaardig, als ze onder het mom van de broederlijke vermaning elkaar afmaken…

En denk eraan, ge moet niet hopen om te ondernemen, niet slagen om te volharden.

uw Willem de Zwijger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here