Dioxinecontaminatie: de bron is gevonden

FAVV: dioxinecontaminatie: de bron is gevonden – stand van zaken. Het onderzoek uitgevoerd door het Voedselagentschap heeft de bron van de dioxinecontaminatie aan het licht gebracht. In de productielijn bij PB Gelatins waar varkensbeenderen worden gebruikt om gelatine te maken wordt HCl (zoutzuur) aangewend om het vet uit de beenderen te extraheren. De productfiche van het zoutzuur maakt melding van dioxines. Bij het productieproces van zoutzuur ontstaan ondermeer dioxines die door middel van filters uitgezuiverd worden.

Het Voedselagentschap spitte dit spoor verder uit. Het zoutzuur dat PB Gelatins gebruikt wordt geleverd door twee verschillende bedrijven.

Het Voedselagentschap bracht aan het licht dat bij het productieproces van HCl bij één van beide leveranciers (Tessenderlo Chemie, het moederbedrijf van PB Gelatins) de twee filters gedurende een zekere periode defect waren waarbij deze gedurende een 3-tal weken (tussen 6 en 28 oktober) gelijktijdig defect waren. Op die manier werd ongezuiverd zoutzuur afgeleverd.

Het profiel (de "vingerafdruk") van de dioxines die door Tessenderlo Chemie worden vastgesteld in het zoutzuur stemt overeen met het profiel gevonden in het vet. Men kan dus met grote zekerheid stellen dat het dit besmet zoutzuur is dat aan de basis ligt van de besmetting van het varkensvet. Dioxine is vetoplosbaar en concentreerde zich in het varkensvet gedurende de zoutzuurbehandeling.

Op basis van deze informatie zal het Voedselagentschap nu verder nagaan welke vetproducties bij PB Gelatins allemaal verdacht zijn en kan de tracering over Profat vervolledigd worden.

Analyse van gelatine van bij PB Gelatine heeft bij één van de vier stalen sporen van dioxines aangetoond. (2,8 pg TEQ / g product). Gelatine bevat theoretisch geen vet (in de praktijk minder dan 0,1 %), om die reden bestaan er ook geen dioxinenormen voor gelatine. Steunend op recente wetenschappelijk informatie stelt het wetenschappelijk adviescomité van het Agentschap met ondermeer Prof. Jan Willems en Prof. Paul Daenen dat een normale consumptie van dergelijke gelatine leidt tot minder dan 25 % van de aanvaardbare dagelijkse inname van dioxines. Dit betekent dus dat er geen onmiddellijk gevaar is voor de volksgezondheid. Het Voedselagentschap streeft weliswaar naar een beperking van de blootstelling via de voeding van contaminanten die zich opstapelen in het lichaam zoals dioxines.

Volgend op de informatie van gisteren waaruit bleek dat een andere vetcontainer van bij Profat besmet vet bevatte heeft het Voedselagentschap vandaag uit voorzorg de afnemers van voeders van bij Leroy en Algoet onder toezicht geplaatst. Het betreft meer dan 300 varkens- en pluimveebedrijven. Deze bedrijven zullen geen dieren of producten in de voedselketen mogen brengen tot bewezen is dat er geen besmetting is.

Nu de oorzaak van de besmetting duidelijk omschreven is zal het Voedselagentschap de volledige verspreiding van de dioxines in kaart brengen. Hierbij is niet uitgesloten dat bijkomende veebedrijven onder toezicht worden geplaatst. Een procedure werd vastgelegd voor de vrijgave van de landbouwbedrijven, deze zal steunen hetzij op het feit of er al of niet nog dieren aanwezig zijn die aten van het besmette voeder, hetzij op analyses.

Het Voedselagentschap onderhoudt intensieve contacten met de stakeholders, het betrokken bedrijfsleven, de Europese Commissie en via Buitenlandse Zaken met de derde landen.

Op geregelde tijdstippen zal een stand van zaken medegedeeld worden. Meer info op www.favv.be

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here