Tussen 27 april en 7 mei stond de kermis in Genk. De ouders van de 17-jarige Bjorn Vanlingen baten een lunapark uit. Hij groeide op in de kermiswereld en brengt er nu nog zijn weekends door.

Bjorn zit op internaat in Antwerpen. “Mijn ouders hadden al veel goede zaken over dat internaat gehoord. Veel klasgenootjes kozen ook voor dezelfde school. Het maakt niet zo veel uit waar je op internaat zit en ik kende er al wat vriendjes. Bovendien maak je er toch snel nieuwe.”

Kermisseizoen

Tijdens het weekend gaat Bjorn terug naar zijn ouders. “We hebben een gewoon huis, waarin we vooral tijdens de winter wonen. In het kermisseizoen staat dat eigenlijk leeg. Dan wonen mijn ouders op de kermis en ik dus ook. Enkel tijdens de examens blijf ik soms in het internaat tijdens het weekend. Dan is de kermis iets te druk.”

“Ik help mijn ouders waar ik kan. Ik bouw de attractie op, vul de kasten en sta aan de kassa. Als kind was ik natuurlijk vooral in de weer met al het speelgoed dat je kan winnen. Tegenwoordig interesseert me dat minder. Ik kom graag in contact met mensen, hier kan je altijd wel met iemand babbelen.”

Accountancy

Toch gaat Bjorn zijn ouders waarschijnlijk niet opvolgen op de kermis. “Na mijn middelbaar wil ik accountancy studeren. Ik denk dus niet dat een toekomst op de kermis iets voor mij is. Ik heb, zelfs op mijn jonge leeftijd, de foor snel zien veranderen. Niet enkel qua cliënteel, maar ook qua gewoontes. Vroeger was het hier veel gezelliger, iedereen kende iedereen. Nu heb je veel mensen die gewoon thuis gaan slapen na de werkdag of onmiddellijk in hun caravan kruipen. Dat vind ik spijtig.”

Imago

Foorkramers hebben niet altijd het beste imago. Onterecht vindt Bjorn: “Op school hoorde ik weleens dat andere kinderen op ons neerkeken, maar dat heb ik me nooit aangetrokken. Wisten zij veel. Ik heb ouders, net als zij. Op de kermis hadden wij ook een tv en moesten we op tijd naar bed, net zoals andere kinderen. Zelfs nu is mijn moeder nog altijd even streng.”

Over zijn jeugd op de kermis is Bjorn dus positief. “Ik heb zeker een leuke jeugd gehad. Ik spendeerde elk weekend in een andere stad, met andere mensen. Er was altijd wel iets of iemand om mee te spelen. Ook op deze leeftijd heeft het zijn positieve kanten, je hebt meer kans om een lief te vinden. Het enige nadeel is dat ik op internaat moest, maar dat vond ik helemaal niet erg. Ik denk dan ook dat ik een normale, leuke jeugd heb gehad.”

© 2012 – StampMedia – Tekst: Paul Eyben

Leave a Reply
Your email address will not be published.
  • ( will not be published )