AJUINEN EN MANEBLUSSERS OVERLEGGEN

Mechelen en Aalst vertonen enkele opvallende gelijkenissen. Beide Vlaamse centrumsteden tellen meer dan 80.000 inwoners en worden geconfronteerd met een toenemende inwijking. Ze liggen beiden op 25 km van Brussel en ze worden beiden doorsneden door een rivier, wat gevolgen heeft voor de mobiliteit. Ze zijn beiden de tweede stad van hun provincie en liggen beiden aan de provinciegrens.

De N-VA-mandatarissen van Aalst en Mechelen besloten dan ook om de koppen bij elkaar te steken en te bekijken wat er goed en minder goed draait in hun stad. In beide steden zit de N-VA overigens in de oppositie. Vandaag (vrijdag 4 mei) ontvingen de Aalstenaars hun Mechelse collega’s voor een overleg rond de thema’s middenstand, mobiliteit en parkeerbeleid, stadsvernieuwing, veiligheid en inburgering. Ideeën en ervaringen werden uitgewisseld.

De Mechelse delegatie was samengesteld uit Vlaams volksvertegenwoordiger Marc Hendrickx, gedeputeerde Bart De Nijn, voormalig gemeenteraadslid Kathleen Den Roover en kabinetsmedewerker Karl Vermaercke. Aan Aalsterse kant zaten Christoph D’Haese, Sarah Smeyers, Karim Van Overmeire, Mia De Brouwer en Johan Van Dorpe rond de tafel.

Voor de Aalstenaars was het duidelijk dat Mechelen een duidelijke voorsprong heeft. Dat blijkt ook uit de cijfers van de stadsmonitor. Het aantal Mechelaars dat fier is op de eigen stad, is gestegen van 64 naar 69%. In Aalst is dit aantal gezakt van 60 naar 55%. Dat heeft alles te maken met een falend beleid en een bestuur dat kansen laat liggen. Toch kent ook Mechelen nog altijd belangrijke problemen. De perceptie is veranderd, maar het is niet allemaal goud wat blinkt. Er is zeker ruimte voor verbetering.

De werkvergadering werd gevolgd door een bezoek aan het belfort en aan het centrum van Aalst. De dag werd vanzelfsprekend afgesloten met een terrasje op een zonovergoten Aalsterse Grote Markt.

Leave a Reply
Your email address will not be published.
  • ( will not be published )