Honden zonder stamboom hebben ook erfelijke ziekten in tegenstelling tot wat sommigen beweren dat een kruising van verschillende rassen gezonder zijn.

Goede fokkers investeren in diverse bloedlijnen van hun ouderdieren, hierdoor ontstaat diversiteit tussen de nakomelingen van hun fokdieren. Een groot probleem zijn de ongecontroleerde nesten, gefokt door gelegenheidsfokkers en fokkers die fokken “zonder” afstammingsgegevens, ze staan niet stil bij eventuele inteelt, incest en erfelijke ziekten. Een slechte fokcombinatie van de twee ouderdieren liggen dikwijls aan de basis van een slechte fok met als resultaat, afwijkingen en ongezonde honden / pups.

De bewering dat kruisingen meestal vitaler en gezonder zijn klopt niet helemaal, hierbij stellen we de vraag hoeveel honden en welke rassen hiervoor werden onderzocht om tot dit besluit te komen? Op welke manier werden de gekruiste honden ingedeeld voor onderzoek?

Het is zo dat het kruisen van verschillende hondenrassen niet altijd resulteren in topgezondheid en hierdoor kunnen zelfs andere lichamelijke problemen ontstaan die de gezondheid en mobiliteit van het hondje in de weg staan. Dit komt omdat de genetische achtergrond van de ouders meestal onbekend is wat meestal het geval is bij kruisingen van honden zonder stamboom of afstammingsinformatie. Hierdoor kunnen er zelfs nog meer afwijkingen ontstaan dan bij rashonden.

Gemengde rassen krijgen net als raszuivere dieren eventueel ook kanker, epilepsie, allergieën, hart- en vaatziekten en orthopedische problemen, maar omdat de resultaten van de genetische afwijkingen bij gemengde rassen weinig of niet worden bijgehouden geven de cijfers een verkeerd beeld weer en lijkt het dat kruisingen gezonder zijn dan raszuivere dieren. Alle dieren hebben een genetische belasting, dat wil zeggen dat er absoluut geen enkel dier is zonder enig genetische probleem.

Geen enkel mens is genetisch “perfect”, waarom zou een hond dat dan zijn. Dus het idee dat met honden niet meer mag worden gefokt met een genetische afwijking is belachelijk. Elk individu van elke soort heeft minstens een paar zichtbare en of onzichtbare genetische afwijkingen. Indien men de regel zou veralgemenen mag de mens zich ook niet meer voortplanten omdat bij deze misschien hier of daar een genetische afwijking zou kunnen overgedragen worden.

©Foto: www.shihtzuclub.be