De boerentram als levensader

De boerentram zorgde voor voedselverdeling

De boerentram zoals hij vroeger genoemd werd zorgde voor het vervoer tussen enerzijds Vlaams-Brabant en anderzijds Brussel. Vlaams-Brabant en Brussel hebben dan ook veel streekproducten. De voedselvoorziening uit (Vlaams-) Brabant, met name uit het Pajottenland en de Zennevallei, maar ook uit de “witlofdriehoek” en de wijnstreek, speelde een grote rol in wat er in Brussel op tafel gebeurde. Door de toename van de bevolking in de stad nam de vraag naar voedsel toe. De stad was voor de voedselvoorziening grotendeels afhankelijk van de omliggende dorpen, vooral tijdens de oorlogsjaren. Ook de hoge concentratie van vermogende families in Brussel zorgde voor een ideale markt.

Expo tramsite

De boerentram tussen Vlaams-Brabant en Brussel

In de vlees- en zuivelindustrie, de pluimveehouderij en de tuinbouw ontdekten Vlaamse boeren in Brabant aan het einde van de 19e eeuw nieuwe inkomstenbronnen. Door de betere verkeersontsluiting (zoals nieuwe steenwegen, kanalen, spoorwegen en boerentrams) werden de steden gemakkelijk bereikbaar voor boeren en andere voedselproducenten uit het omliggende platteland. De randgemeenten van Brussel, waaronder Sint-Gillis en Evere, verloren hun landelijk karakter en transformeerden tot voorsteden. Vlaams-Brabant nam de taak van de randgemeenten over en ontplooide zich verder als landbouwregio en als bakermat van typische ‘Brusselse’ producten.

Pajotse aardbeien als Brussels dessert

De boerentram als levensader - IMG 5820

Omstreeks 1860 zouden reeds aardbeien geteeld worden door de kasteelhoveniers in Dilbeek en Itterbeek. De streek Vlezenbeek – Schepdaal -Pamel legde zich helemaal toe op de teelt van aardbeien en ander kleinfruit als aalbessen en frambozen. Dit fruit sierde niet zelden de zondagse ijscoupe van de Brusselaar. In 1913, Werd te Schepdaal de eerste van een reeks lokale fruitmarkten georganiseerd. Vanaf 1980 verschoof het zwaartepunt van de aardbeienteelt naar de Noorderkempen en Hoogstraten. Toch zijn er in het Pajottenland nog een aantal uitstekende aardbeitelers te vinden, die zich ook steeds vaker toeleggen op de bioteelt.

De boerentram vervoerde de druiven uit overijse

De kweek van tafeldruiven ontstond in druivendorpen zoals Overijse en Hoeilaart. In 1865 werden de eerste serres gebouwd. De druiven werden eerst te voet of met de honden- of paardenkar via Groenendaal naar Brussel-Zuid gebracht, de draaischijf voor de uitvoer. In 1894, Kon de stoomtramlijn van Overijse tot Groenendaal eindelijk ingehuldigd worden. Deze boerentram stond tot in de jaren ’50 in voor het transport van druiven, mest en steenkool, alsook voor het verzaagde hout uit het Zoniënwoud. De normaalspoor stoomtramlocomotief HL813 en zijn wagons zijn te bewonderen in Loods 1 van de Tramsite. De overgebleven druivenserres behoren tot het cultureel erfgoed van de streek.

Expo tramsite

Lekkere ‘choux de Bruxelles

In België zijn ze niet bekend als een typisch Brusselse groente, in tegenstelling tot in vele andere landen. De hoveniers in Brussel werden boerkozen of broekoizen genoemd, naar de moerassige gronden (broeken) nabij de stad Brussel. Door de verstedelijking in de 19de en 20ste eeuw waren de boerkozen gedwongen zich steeds verder van het centrum van Brussel te vestigen. De inwoners van het Brabantse dorp Sint-Gillis dankten hun bijnaam als kuulkoppers oftewel “koolkappers” aan deze teelt. De term verwijst naar de tuinbouwers die voordien instonden voor de teelt de kap en de verkoop van kolen, een populaire en goedkope wintergroente. Hier zouden dan ook spruitjes voor het eerst verschenen zijn. De lekkere kleine kooltjes kregen de naam “spruit” mee. Met Brussel als belangrijke here en vermoedelijk de eerste verkoopplaats van de “choux de Bruxelles” werd deze naam er zo onlosmakelijk mee verbonden.

De “witloofdriehoek”, het gebied Brussel-Mechelen-Leuven, met Kampenhout als centrum

De teelt van witloof vindt haar oorsprong in Brussels. De plant, “cichorei” werd reeds eeuwen geteeld voor gebruik van de wortel alsook van de bladeren. Men kwam midden de 19e eeuw door veredeling en het bleken van de bladeren tot een compacte, gesloten krop witloof. Ook hier zochten de boerkozen hun gronden steeds verder weg, richting Schaarbeek, Evere en Haren. Uiteindelijk zou deze teelt zich verspreiden over de “witloofdriehoek”, het gebied Brussel-Mechelen-Leuven, met Kampenhout als centrum.

Door de boerentram werden de “Kiekenmarkt” en de “Varkensmarkt” bevoorraadt

Vanuit Vlaams-Brabant werden de “Kiekenmarkt” en de “Varkensmarkt” bevoorraadt. De Brussels “penserijen” brachten zo witte, zwarte en “bloedpanchen” op het bord. De boerentram leverde ook alle mogelijke vee Eind 19de eeuw ontstond door kruising de beroemde Mechelse koekoek. Deze vetgemeste kip kwamen vooral uit de streek van Asse, Dendermonde, Puurs en Mechelen en verd “poulet de Bruxelles” gedoopt bij aankomst in de hoofdstad. Het befaamde ‘Brussels kieken’ vertrok zo naar de rest van Europa.

Expo tramsite

De boerentram werd ook gebruikt voor het vervoer van lambiekbieren

De lambiekbieren worden steevast geassocieerd met het Pajottenland. De unieke smaak van deze oude biersoort wordt toegeschreven aan het proces van spontane gisting met de wilde gisten uit de Zennevallei. Gueuze is één van de lambiekbieren, naast faro en krieklambiek. Vandaag is in Brussel nog één lambiekbrouwerij. De overige lambiekbrouwers vindt men in het Pajottenland, waar het bier de laatste vijftien jaar een heuse heropleving doormaakte. De vzw Buurtspoorwegmuseum en beheerder van de site Herita tonen met dit initiatief de Nauwe band tussen verleden en heden.

Expo in de rand gemaakt in de stad gesmaakt

Expo tramsite
Op de tramsite SchepdaalTramsite Schepdaal heropent op donderdag 21 mei opende woensdag 12 mei daarover een nieuwe tentoonstelling die kadert in de Week van de Korte keten. Met het historisch transporterfgoed wordt getoond hoe het tramspoor van de Buurtspoorwegen in de 19de eeuw een ware revolutie teweegbracht. De afstand tussen de boerderij en het bord van de stedelingen werd dankzij de stoomtram drastisch ingekort. De trein kon immers  zelden instaan voor alle dagelijkse vervoer tussen het platteland en de stad. De expo geeft een kleurrijk beeld van alle groenten en  fruit, zuivel, dieren en bier die met deze minispoorweg op hun bestemming kwamen. Deze levensader zorgde daarnaast ook voor kolen, suikerbieten, mest, bouwmaterialen en machines waar nodig.

Expo tramsite
Burgemeester Willy Segers opende de tentoonstelling geflankeerd door vrijwilligers Stijn Timmermans en Pascal Mathieu.

Reserveren is niet nodig om deze expo te bezoeken.

info