Intieme herdenking Alfons De Schepper

-Dilbeek 11 juli 2018- Op de gemeentelijke begraafplaats van Dilbeek werd vandaag omstreeks 11u een sobere plechtigheid gehouden ter nagedachtenis van Alfons De Schepper. Maar wie was deze man? We duiken even in de geschiedenis. Begin augustus 1914 gaven talloze jonge Vlaamse mannen enthousiast gehoor aan de koninklijke oproep: “Vlamingen, gedenk de slag der Gulden Sporen!” en gingen zich aanmelden bij het leger om het land te verdedigen.

Ook Zevenekenaar Alfons De Schepper (1893-1958), later ook bekend als kunstschilder. Hij was één van de tien frontsoldaten die begin 1918 omwille van zijn Vlaamsgezindheid tegenover zijn oversten naar de ‘Service d’Arrière’ werd gemuteerd. Hij kwam er terecht in een houthakkerspeloton in het Noord-Franse departement Orne om daar onmenselijk zware dwangarbeid te verrichten.  Hij stond gekend als een stevige flamingant in zijn eenheid, koppig vasthoudend aan het elementaire recht om Nederlands te spreken en in het Nederlands bevolen te worden.

Hij hekelde ook regelmatig in zijn geschriften de Fransdolle militaire overheid voor hun hautaine houding. Dat was ook de reden van zijn vonnis. Begin 1918 kreeg hij op zijn militair paspoort de stempel “douteux au point de vue patriotique”. Wat zoveel betekent als:”twijfelachtig vanuit een patriottisch oogpunt”. Gedurende anderhalf jaar moest hij aan de Orne , samen met negen lotgenoten, in weer en wind bomen rooien, dag in dag uit, slecht gehuisvest en slecht gevoed. Onder toezicht van bejaarde gendarmes moesten de tien er bomen vellen van zowel de plaatselijke bosontginners als leveranciers van het Belgische leger.

De straf was een maatregel van de militaire overheid, waartegen geen verhaal mogelijk was. De tien Vlamingen gingen later de geschiedenis in als ‘De houthakkers aan de Orne’, en werden na de Eerste Wereldoorlog als de de symbolische slachtoffers van de Belgische kwade trouw beschouwd. In verschillende wetenschappelijke publicaties valt de naam van De Schepper samen met negen andere collega’s-frontsoldaten en dat vanwege hun Vlaamsgezindheid aan het front. Na zijn vrijlating engageerde hij zich bij de Vlaamse Oud-Strijders (VOS). Hij overleed in in Dilbeek in 1958 en werd daar begraven tussen de andere oudstijders.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here