Palliatief forfait is onvoldoende gekend

dokterSysteem van palliatief forfait: onvoldoende gekend en vaak te laat benut

Het aantal ongeneeslijk zieken dat een aanvraag tot palliatief forfait indient, blijft jaar na jaar toenemen. In 2014 werden 24.283 aanvragen ingediend om een financiële tegemoetkoming te verkrijgen. Dat is een toename van 17,25% in vergelijking met 2010, toen er nog 20.710 aanvragen werden geregistreerd. Deze stijging valt op te tekenen op basis van cijfers die door CD&V-Kamerlid Els Van Hoof werden opgevraagd bij minister voor Volksgezondheid Maggie De Block.

Patiënten die geen kans meer hebben op genezing en vallen onder het ‘palliatief statuut’, kunnen maximaal twee keer een financiële ondersteuning aanvragen. Die ondersteuning, die we het palliatief forfait noemen, is een toeslag voor geneesmiddelen, verzorgingsmateriaal en hulpmiddelen die palliatieve thuispatiënten zelf (gedeeltelijk) moeten bekostigen. Deze tegemoetkoming wordt toegekend voor een periode van 1 maand en kan nadien nog maximaal 1 maal aangevraagd worden. Dit kan enkel als de vermoedelijke overlijdensdatum binnen de drie maanden is en de arts een palliatief statuut toekent. Sinds 1 januari 2015 werd het bedrag van deze toelage vastgelegd op 647,16 euro.

’Naast al het fysieke en mentale leed dat ziek zijn met zich meebrengt, moeten patiënten vaak ook nog met heel wat financiële zorgen afrekenen.‘, zegt Els Van Hoof, vast lid van de commissie Volksgezondheid. ’Het palliatief forfait tracht om die financiële zorgen toch minstens voor een deel te verzachten voor mensen die thuis willen sterven. Uit de cijfers blijkt echter dat 40% van de patiënten die een eerste aanvraag tot palliatief forfait indienen, overlijden binnen de 30 dagen na hun aanvraag. Dat loopt op tot meer dan 55% voor de periode van 60 dagen na een eerste aanvraag.’ Deze hoge cijfers tonen aan dat deze – vaak erg noodzakelijke – bijkomende steun eerder laat wordt aangevraagd.

Voor wat betreft de toekenning van het palliatief forfait zijn er ook verschillen tussen de verschillende gewesten. In Brussel neemt het aantal zieken dat een aanvraag doet lichtjes af in de periode 2010-2014, terwijl er sprake is van een stijging in Vlaanderen en Wallonië. Terwijl in 2010 13.942 Vlamingen een palliatief forfait kregen, steeg dit in 2014 naar 16.316 Vlamingen. In Wallonië vroegen in 2010 5.848 zieken een palliatief forfait aan. In 2014 was dit aantal al gestegen tot 7.004.

‘Dat zijn vaststellingen die tot nadenken stemmen. Uit registraties via huisartsenpraktijken rond palliatieve zorg in Vlaanderen bleek dat zo’n 57,7% van de ondervraagden aangeeft bij voorkeur thuis wil sterven, maar slechts een kwart dit ook effectief doet. De toename van het gebruik van het palliatief forfait geeft aan dat deze beantwoordt aan de vraag om thuis te mogen sterven. In veel gevallen wordt dit hulpmiddel echter te laat ingezet.’, stelt Els Van Hoof.

Els Van Hoof diende zelf een wetsvoorstel in om tot een ruimere benadering van palliatieve zorg te komen. Dat wetsvoorstel zal na het reces verder worden behandeld in het parlement. Haar voorstel moet een eerste aanzet zijn om stap voor stap tot een bredere benadering van palliatieve zorg te komen. De einddoelstelling is vanzelfsprekend: een betere zorg voor de hulpvrager garanderen.

‘Het bedrag van het palliatief forfait zal in mijn voorstel hetzelfde blijven, maar het palliatief statuut en dito forfait moet wat mij betreft wel veel vroeger aangevraagd kunnen worden. Hulpvragers moeten over steun en zorg kunnen beschikken op het moment dat zij geconfronteerd worden met een levensbedreigende ziekte en aangeven die ondersteuning nodig te hebben. Op die manier hoop ik ook dat palliatieve zorg weer een stuk verder uit de taboesfeer geraakt.’, aldus Van Hoof. ‘Palliatieve zorg is vooral gericht op een menswaardige, warme behandeling die comfort wil verzekeren voor hij of zij die daar om verzoekt. Dit beperkt zich niet tot de laatste drie levensmaanden.’, besluit ze.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here