Werkgevers krijgen veel nepsollicitanten over de vloer

7 op 10 werkgevers krijgt te maken met nepsollicitaties. Gemiddeld gaat het over 3 nepsollicitaties per jaar. Dat blijkt uit een rondvraag van UNIZO bij 359 werkgevers. De helft van de nepsollicitanten komt enkel opdagen voor een bewijs van sollicitatie. 1 op 5 werklozen komt zelfs openlijk voor zijn nepsollicitatie uit. En hoewel nepsollicitaties werkgevers heel wat verloren tijd en energie kosten, meldt 8 op 10 werkgevers nepsollicitaties niet. De helft daarvan meent dat melden geen zin heeft. Een derde van de respondenten weet niet bij welke instantie ze dat moeten doen. Een kleine 20 procent doet het niet uit andere en vooral commerciële redenen, namelijk ‘een werkloze is ook een klant’ en ‘ik wil niet bekend staan als een verklikker’. Wie nepsollicitaties wel meldt, doet dit vooral bij de VDAB (1 op 7).

werkmanUNIZO roept ondernemers op om nepsollicitaties zeker te melden. Daarop rekent ze ook op de VDAB. “Met de zesde staatshervorming krijgt VDAB nu naast de begeleiding van werkzoekenden ook de bevoegdheid om te controleren en te sanctioneren. Dit kan een verschil maken in de strijd tegen nepsollicitanten”, zegt UNIZO-topman Karel Van Eetvelt. De ondernemersorganisatie vraagt de VDAB om samen met ondernemers een systeem van snelle feedback te ontwikkelen, “niet alleen in functie van controle en opvolging, maar ook om werkzoekenden beter te kunnen doorverwijzen”. UNIZO is wel duidelijk over nepsollicitanten. “Wie niet wil solliciteren of het enkel doet omwille van het attest, mag niet langer kunnen rekenen op een werkloosheidsuitkering”.

Het profiel van de nepsollicitant is moeilijk te bepalen. 1 op 5 werkgevers geeft aan dat de nepsollicitanten die ze over de vloer krijgen tussen de 25 en 35 jaar oud zijn. De helft van de respondenten zegt dat het voornamelijk over arbeiders gaat.

Hervorming werkloosheidssysteem
“Werklozen die echt willen werken, mogen niet de dupe zijn van wie profiteert”, zegt UNIZO. De ondernemersorganisatie stelt een hervorming van het werkloosheidssysteem voor. Ze pleit voor een opsplitsing in 2 periodes: een verzekeringsluik en een bijstandssysteem met forfaitaire bedragen. DIn geen geval mag de werkloosheidsuitkering (het verzekeringsluik) langer duren dan 36 maanden. Nadien valt de werkloze terug op het bijstandssysteem. Hij krijgt een forfaitaire uitkering op basis van zijn persoonlijke situatie zoals vandaag het leefloon wordt berekend.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here