M-decreet zet kind centraal

cdnvM-decreet zet kind centraal. Met het ‘decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’ (het zogenaamde M-decreet) zet Vlaanderen nu een eerste stap op weg naar meer inclusief onderwijs. Zij het niet in die mate dat het algemeen onderwijssysteem volledig inclusief wordt of dat het buitengewoon onderwijs verdwijnt of wordt afgebouwd. De onderwijsbehoeften van kinderen worden bepalend voor de keuze van het onderwijstraject dat hen de beste ontwikkelingskansen biedt.

Het M-decreet zorgt ervoor dat – zowel in het gewoon als in het buitengewoon onderwijs – de onderwijsbehoeften van leerlingen doorslaggevend worden om hen een kwaliteitsvolle plaats te garanderen in ons algemeen onderwijssysteem, eerder dan stoornisgebonden overwegingen.

Het decreet garandeert leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs het recht op redelijke aanpassingen, die niet disproportioneel zijn en toelaten om hen mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum . Dit biedt rechtszekerheid voor ouders en kinderen, maar ook voor scholen, schoolteams en schoolbesturen van het gewoon onderwijs.

CD&V-onderwijsspecialiste Kathleen Helsen: “Vandaag verzekeren al veel scholen en schoolteams in het gewoon onderwijs dat recht. Voor hen is het decreet een bevestiging van het belang hiervan, een geloof in hun kracht en expertise en voorziet het in bijkomende mogelijkheden tot professionalisering.”

Voor het buitengewoon onderwijs legt het decreet de basis voor de toekomst. Het bevestigt het buitengewoon onderwijs als deel van ons algemeen onderwijssysteem.

Bij de oriëntering naar het buitengewoon onderwijs wordt het medische model in belangrijke mate verlaten, ten voordele van het model gebaseerd op onderwijsbehoeften. Voor de grote groep leerlingen die via het nieuwe type ‘basisaanbod’ een plaats zullen vinden in het buitengewoon onderwijs zal de oriëntering uitsluitend afhangen van hun onderwijsbehoeften. Als aanpassingen in het gewoon onderwijs ofwel disproportioneel zijn ofwel onvoldoende om hen binnen het gemeenschappelijk curriculum te kunnen meenemen in het gewoon onderwijs, hebben ze toegang tot het buitengewoon onderwijs.

Voor leerlingen die bovendien beantwoorden aan de criteria van een van de andere types van het buitengewoon onderwijs blijft een gespecialiseerde omkadering voorzien. Voor hen worden de type-definities scherper omschreven, om zo tot meer transparantie te komen dan de huidige typologie toelaat. Ook hier met het oog op een evolutie naar een benadering waar onderwijsbehoeften van leerlingen gaan primeren.

Vanuit die optiek wordt een type 9 gecreëerd voor leerlingen met een autismespectrumstoornis die geen verstandelijke beperking hebben. Dit moet ervoor zorgen dat ook zij op de best mogelijk plaats terecht komen, als blijkt dat het buitengewoon onderwijs voor hen de beste optie is.

“Deze aanpak maakt de kunstgrepen met attestering overbodig die nu vaak nodig zijn om kinderen van de onderwijszorg te voorzien die ze nodig hebben. Gezien de opgebouwde structuur valt ook niet te verwachten dat het decreet een ingrijpende verschuiving van leerlingenaantallen zal veroorzaken van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs,” stelt Kathleen Helsen.

De bekommernis van het gemeenschappelijk vakbondsfront dat de ambities van het decreet haalbaar moeten zijn voor het onderwijspersoneel , alle schoolteams en scholen, is ook de onze.

Dat scholen nog heel wat vragen hebben, is begrijpelijk.

Maar CD&V is ervan overtuigd dat dit decreet ook in de toekomst goed onderwijs voor alle leerlingen verzekert. Zeker wanneer de gemaakte keuzes in acht worden genomen:

· zoals CD&V heeft bepleit en bekomen, wordt de uitrol van dit ontwerp van decreet uitgesteld tot 1 september 2015 om alle betrokkenen een jaar extra tijd te geven om de voorbereiding verder vorm te geven;

· dit ontwerp van decreet wordt gefaseerd ingevoerd;

· deze gefaseerde invoering laat de uitgebreide monitoring en voortgangsrapportage toe, waartoe de Vlaamse overheid zich heeft geëngageerd en die moeten toelaten dat het decreet zo goed als mogelijk kan worden uitgevoerd en vooral waar nodig snel kan worden bijgestuurd;

· zoals bepleit door CD&V, zet het ontwerp van decreet ook in op de noodzakelijke competentieontwikkeling. Ook bestaande middelen en instrumenten worden ingezet voor de competentieontwikkeling van leerkrachten en schoolteams en op hun ondersteuning;

· als – op basis van de continue monitoring – zou blijken dat er relatief meer kinderen naar het gewoon onderwijs gaan, dan worden de middelen die niet meer worden gegenereerd in het buitengewoon onderwijs aangewend voor kinderen en leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs.

Kathleen Helsen vat samen: “Na jaren van dialoog, was het moment om te besluiten aangebroken. Niets doen was geen optie. Dit decreet stelt het kind centraal. Wie in het gewoon onderwijs tot zijn recht kan komen, krijgt daartoe de kans. Voor wie dit niet haalbaar blijkt, blijft bijzondere zorg gegarandeerd. De overheid heeft de nodige flankerende maatregelen voorzien ter ondersteuning van het onderwijsveld met het oog op het behalen van de beoogde doelstellingen.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here