Tentoonstelling Seguso Vetri d’Arte is het resultaat van intens archiefonderzoek

Marc Heiremans Frank MichtaSeguso Vetri d’Arte – 1932 – 1973

De tentoonstelling (28 november 2013 – 2 maart 2014) ‘Seguso Vetri d’Arte’ is het resultaat van intens archiefonderzoek door Marc Heiremans, expert in 20ste-eeuwse Italiaanse glaskunst. Een 200 tal prachtige glazen objecten uit privécollecties, die stuk voor stuk getuigen van hoogstaand vakmanschap, illustreren het verhaal van deze Venetiaanse glasblazerij, vanaf het prille begin in 1932 tot de stopzetting van de activiteiten in 1973.

De A.S.V.-Barovier Seguso & Ferro ontstond op Murano (I) uit de ontbinding van de Vetreria Artistica-Barovier e C., dat in 1929 als gevolg van de financiële crisis in New York, haar infrastructuur had gereduceerd. Verscheidene van de meester-glasblazers zochten ergens anders hun heil. De productie werd simultaan op verschillende locaties uitgevoerd. Onvrede tussen de verschillende partners maakte in 1932 een eind aan de verbintenis. Een aantal onder hen verenigden zich hierna opnieuw en zetten de samenwerking met de oude verdelers verder. Groeiend succes vereiste al snel een legalisering. In 1933 werd de Artistica Soffiera e Vetreria-Barovier Seguso & Ferro opgericht, met Luigi Ferro, Napoleone Barovier en Antonio Seguso samen met zijn zonen Ernesto en Archimede als gelijkwaardige partners. De term Soffiera in de benaming verwijst naar een parallelle productie van voor de lamp geblazen glas, een specialiteit van Napoleone Barovier.

Een eigen stijl ontwikkelde zich slechts vanaf 1934, na de intrede van Flavio Poli als artistiek raadgever. In tegenstelling tot de feitelijke partners – allen nauwelijks onderlegde glasblazers – bezat Poli door zijn eerdere activiteiten als ontwerper, een behoorlijke culturele bagage. Hij was die de partners ervan overtuigde om te experimenteren, een noodzakelijkheid om te komen tot een eigen productie. De nauwe samenwerking tussen Flavio Poli en de meester-glasblazers Archimede Seguso en Alfredo Barbini was hierbij fundamenteel. Proefondervindelijk ontstonden door nieuwe glastechnieken nieuwe kleureffecten zoals Pesco (perzikrood) en Laguna (hemelsblauw), bekomen door het insluiten van een intense kleur – respectievelijk robijnrood en donkerblauw – tussen twee lagen opaal glas. Verder uitblazen zorgde voor delicaat verlopende tinten. Met deze vernieuwende productie verwierf het glasbedrijf vanaf 1935 regelmatig onderscheidingen op nationale en internationale tentoonstellingen. Hun opgemerkte deelnames aan de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1935 en de Triënnale van Milaan in 1936 zorgden voor nieuwe afnemers. Eén van hen, de groothandel Veronese uit Parijs (F), ging een zeer bepalende rol spelen in de geschiedenis van de ASV-Barovier Seguso & Ferro.

Op de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1937 stelde Flavio Poli in het Italiaanse paviljoen de grigio oro pulegoso en de bollicine metalliche technieken voor.

Een verhoogde productiviteit vereiste nieuwe investeringen, en in 1937 besloten de partners een vertienvoudiging van het kapitaal. Luigi Ferro trok zich hierop terug. Zijn aandelen werden overgenomen door Flavio Poli die daarmee een volwaardig partner werd. De benaming werd veranderd in Seguso Vetri D’Arte-S.a.s. Een eerste periode van grote voorspoed volgde en duurde tot het uitbreken van de Wereldoorlog Twee.
De naoorlogse periode bracht grote veranderingen teweeg in Europa. De wederopbouw vereiste zware investeringen waarvoor nieuwe invoerrechten en belastingen werden ingevoerd. Om het eigenaarschap van de fabriek te vrijwaren werd in 1945 door de partners een tweede inschrijving in de handelsregisters van Venetië aangevraagd.

Tot lang na de oorlog belemmerden strenge reglementeringen internationale reizen en valuta transfers. Export was slechts beperkt toegestaan, bepaald door van hogerhand opgelegde quota. De bedrijfsleiding besloot zich te richten op de nationale markt. In 1946 werd een grote verkoopsruimte geopend op de Piazza Diaz in Milaan, dat behalve de eigen glasproductie ook Duits porselein en Italiaans aardewerk aanbood.
In 1947 werd binnen het bedrijf een semi-industriële productie van persglas opgestart onder de benaming Cristalli Vivarini. Deze zeer succesvolle lijn werd stopgezet omstreeks 1960. Desondanks bleef de financiële toestand zorgwekkend.

Vanaf 1950 begon Flavio Poli te experimenteren met de sommerso techniek, het over elkaar aanbrengen van transparante glaslagen. Door de overlapping ontstonden nieuwe kleuren, terwijl alle lagen in doorsnede strikt afgelijnd bleven. Poli’s meest iconische vorm, de valva gelijkend op een rechtop staande, lichtjes geopende mosselschelp ontstond in 1951.

In 1953 werd Mario Pinzoni aangesteld als persoonlijk assistent van Flavio Poli. Als tekenaar was hij onder andere verantwoordelijk voor de archieftekeningen en een inventarisatie van de bestaande productie in één algemene catalogus.
Omstreeks het midden van de jaren vijftig bracht de gestaag groeiende welvaart in Europa een financiële zekerheid voor het glasbedrijf. Een tweede periode van welvarendheid volgde en Flavio Poli opnieuw begon te experimenteren. Zijn onderzoekingen richtten zich vooral op geometrische decoraties van opgesmolten glasstukken. Maar in tegenstelling met de voorgaande sommersi was geen van deze series een commercieel succes en deze kleurrijke productie werd al snel gestaakt.

Poli keerde terug naar sommersi toepassingen. Strakke eenvoudige vormen met nieuwe kleurcombinaties van topaas en saffier gecombineerd met violet vertegenwoordigden dan ook het glasbedrijf op de XI Triennale van Milaan in 1957. Het voorspoedige klimaat uitte zich ook door het toenemende aantal kleuren dat voor één object werd gebruikt. Sommige voorwerpen uit deze periode bestaan uit niet minder dan zeven tot acht transparante kleurlagen, waarbij het handmatige napolijsten van de vorm de kostprijs nog verhoogde

Een verschuiving van aandelen ten gevolge van het overlijden van Napoleone Barovier en de terugtrekking van Antonio Seguso als partner brachten Ernesto Seguso en Flavio Poli aan het hoofd van de fabriek. Voortdurende conflicten met Bruno en Angelo Seguso over de te volgen artistieke richting brachten Flavio Poli er toe om in 1963 ontslag te nemen.

Mario Pinzoni werd nu artistiek leider. Hij introduceerde weliswaar nieuwe kleuren en modellen, maar behield de basistechniek – sommerso – als handelsmerk. De kostbare uitvoering hiervan en de toegenomen concurrentie brachten in de late jaren zestig de eens zo stevige basis aan het wankelen. Het bedrijf nam nog wel deel in grote evenementen maar putte hiervoor uit de overgebleven voorraden. Er werden nauwelijks nog nieuwe modellen geïntroduceerd, en het gebruik van kleur werd sterk verminderd. Een afnemende betrokkenheid deed Pinzoni in 1971 besluiten het bedrijf te verlaten, en een laatste ontwerper deed zijn intrede: Vittorio Righattieri. Maar ook hij kon het tij niet keren, en in 1973 werd de productie van Seguso Vetri D’Arte di Angelo Seguso e C. stopgezet.

De overname door Maurizio Albarelli in 1978 betekende de redding van het altijd aanwezig gebleven archief, vandaag verdeeld over de Fondazione Cini op San Giorgio en de Seguso familie op Murano. De resultaten van een jarenlange studie, gebaseerd op dit archief wekte de interesse van het Museo del Vetro op Murano (I) en het Design museum van Gent (B). Samen brengen zij deze belangrijke firma, die ooit met Venini en Barovier & Toso behoorde tot de drie leidende glasbedrijven op Murano, weer onder de aandacht.

Marc Heiremans, tentoonstellingscurator

Praktische informatie

Seguso Vetri d’ Arte

Waar:
Design museum Gent
Jan Breydelstraat 5 – 9000 Gent

Wanneer:
Van donderdag 28 november 2013 tot en met zondag 2 maart 2014

Openingsuren:
Elke dag doorlopend van 10u tot 18u
Gesloten op maandag; ook gesloten op 24, 25 en 31 december 2013 en 1 januari 2014

Toegangsprijzen:
Normaal tarief: 5,00 €
Reductietarief: 3,75 € (groepen min. 15 personen, Gentenaars, 55-plussers)
Jonger dan 26 jaar: 1€
Kinderen en jongeren onder de 19 jaar: gratis
Lerarenkaart (Vlaamse Gemeenschap/Dep.Onderwijs): gratis
3-daagse museumpas: 20 €
Geleide bezoeken: 60 €

Zondagsmatinee:
Ieder die het wenst, of men nu gratis toegang heeft of niet, kan om 11 uur aansluiten bij de rondleiding “Hoogtepunten uit de collecties”.
De rondleiding wordt gratis aangeboden.
Afspraak aan de balie.
Toegang is gratis voor Gentenaars op vertoon van identiteitskaart.

Dienst Publiekswerking:

De Dienst Publiekswerking van het Museum zal u graag helpen met geleide groepsbezoeken of bij de organisatie van nocturnes en speciale programma’s
Credits Beelden : 2013, Marc Heiremans/Frank Michta

Bron: Caroline Neels – Aalst

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here