Als psychologisch centrum gevestigd te Hasselt willen wij ons steentje bijdragen bij de verwerking van de traumatische gebeurtenissen op Pukkelpop 2011. Vandaar dat wij een nota hebben opgesteld die tips bevat voor de opvang van jongeren die aanwezig waren op het festival. Deze tips zijn bestemd voor ouders, groepsleiders en jongeren.
Bij het ervaren van traumatische gebeurtenissen is de eerste opvang na dergelijke gebeurtenissen, erg belangrijk. Deze nota wil een aantal richtlijnen meegeven die als leidraad kunnen dienen voor diegenen die betrokken zijn in de opvang van mensen die een dergelijke gebeurtenis hebben meegemaakt.
Wat is een trauma? Een trauma is in essentie een herinnering aan een vreselijke gebeurtenis (ongeval, ramp, aanranding, …). Het is dus niet zo dat iedereen die een dergelijke gebeurtenis meemaakt, daar een trauma aan over zal hebben. Wanneer die gebeurtenis gepaard gaat met gedachten en ideeën van het slachtoffer over hoe machteloos en hulpeloos ze wel niet waren, dan pas zal die gebeurtenis het karakter van een trauma krijgen. Daarom is de eerste hulp bij trauma erg belangrijk.
De eerste uren na het trauma: in de eerste momenten van het trauma zijn we uiteraard aan het handelen om ons in veiligheid te brengen. Wanneer we echter veilig zijn, start het brein met de verwerking van de gebeurtenissen. In deze periode is afleiding erg belangrijk. Afleiding kan in de vorm van dagdagelijkse dingen zoals eten, douchen, opruimen, enz., maar kan ook in de vorm van activiteiten. Zo toont onderzoek aan dat vb. het aanbieden van visueel – ruimtelijk materiaal (zoals puzzels, doolhoven, maar ook computerspelen) preventief kunnen helpen om de herinnering aan de gebeurtenissen minder traumatisch te maken.
Afsluiten van de gebeurtenissen: Wanneer men klaar is om af te sluiten (slaapuur nadert, ouders komen er aan om de jongeren op te pikken), is het goed om een debriefing te houden. Tijdens deze debriefing wordt er dan correcte informatie gegeven over de aard van de gebeurtenissen. Indien mogelijk wordt deze best gedeeld met steunfiguren van de jongeren (vb. als de ouders erbij zijn)
Welke informatie? Correcte informatie zonder al te expliciet zijn, zoals ze op dat moment gekend is. Het heeft geen zin om informatie achter te houden. Deze komt achteraf toch bij de jongeren terecht en verhoogt enkel het onveiligheidsgevoel.
Verhaal van de jongeren: Na het bezorgen van de nodige informatie kunnen jongeren uitgenodigd worden om hun eigen verhaal te brengen. Leg hen uit dat het belangrijk is om hun gevoelens en gedachten te uiten. Dat dit heilzaam kan zijn voor het verwerkingsproces. Het kan echter niet verplicht worden. Meestal lukt dit wel met de hulp van steunfiguren.
Hoe reageren op het verhaal van de jongeren: Dit is een erg belangrijk onderdeel. Onderzoek wijst uit dat het enkel laten vertellen door slachtoffers vaak leidt tot traumatisatie. Immers, hun verhalen zijn vaak doorspekt met ideeën van “hoe hulpeloos ze wel niet waren” of “hoe ze er niks aan konden doen”. Deze verhalen dienen dan aangevuld of gecorrigeerd te worden met hoe ze wel actief hebben bijgedragen aan hun redding, hoe ze erin geslaagd zijn om hun vrienden te helpen of hoe ze zelf hulp hebben geroepen, …
Educatie over reacties op trauma: Uit onderzoek blijkt dit één van de meest heilzame aspecten in de preventie van trauma. De debriefing wordt best afgesloten met uitleg over wat de jongeren de komende periode kunnen beleven aan symptomen veroorzaakt door de gebeurtenissen. Deze vallen te sorteren in 3 groepen:
- Herbelevingen: Jongeren kunnen geconfronteerd worden met herbelevingen in de vorm van terugkerende beelden, gedachten over de gebeurtenissen of in de vorm van nachtmerries.
- Onplezierige situaties: Jongeren kunnen geconfronteerd worden met onaangename lichamelijke sensaties die wijzen op spanning zoals hartkloppingen, zweten, verhoogde prikkelbaarheid.
- Vermijdingsgedrag: Jongeren kunnen geconfronteerd worden met gedragsveranderingen waarbij ze in essentie trachten de vermijden dat wat ze hebben meegemaakt opnieuw kan gebeuren. Dit kan gaan van het vermijden van locaties die doen herinneren aan de gebeurtenis tot het terug gaan stellen van gedrag wat men eigenlijk stelde toen men jonger was (vastklampen aan ouders, bedplassen, geen activiteiten meer durven ondernemen)
Het is erg belangrijk om af te sluiten met deze informatie, jongeren mede te delen dat deze symptomen erg normaal zijn (en zeker niet wijzen op het feit dat ze gek worden) en jongeren aan te moedigen en te informeren bij wie ze terecht kunnen als ze dergelijke symptomen ervaren.
Periode volgend na de gebeurtenissen: In de periode na de gebeurtenissen is het belangrijk om de jongeren goed op te volgen en alert te zijn op de aanwezigheid van bovenvermelde symptomen. Het is goed om jongeren te stimuleren om hun gevoelens en gedachten te blijven delen, maar steeds dient men waakzaam te zijn om verhalen die wijzen op “hulpeloosheid” of “machteloosheid” te corrigeren of aan te vullen met hun daadkracht en moed die ze getoond hebben.
Na 1 maand: Wanneer bovenvermelde klachten nog steeds blijven aanhouden na een maand na de gebeurtenissen, is het raadzaam om professionele hulp in te schakelen. Jongeren kunnen dan best aangemoedigd worden om met hun symptomen te raden te gaan bij psychiater of psycholoog, die vertrouwd zijn met de problematiek van post – traumatische stress.
Bron: psychologischFARESA te Hasselt.
Meer informatie over ons centrum vindt u op:
http://www.faresa.be
Recente reacties