Het Nieuwsblad en daarna ook De Standaard Online moesten terugkomen op hun berichtgeving in verband met het aantal slachtoffers dat was gevallen bij de Pukkelpopramp. Tom Naegels is de ombudsman van De Standaard. Hij legt uit wat beter kan.

“Zelf vind ik snelle media niet geschikt om betrouwbare informatie te geven,” vertelt Naegels, “ze vergroten vaak de angst. De momenten na zo’n ramp zijn enorm emotioneel, want iedereen wil zo snel mogelijk weten wat er gebeurt.”

Het Nieuwsblad publiceerde als eerste dat er zes doden waren gevallen op Pukkelpop. Niet veel later verscheen het bericht ook op de website van De Standaard. “Je krijgt als krantenredactie enorm veel geruchten te horen. Je kan die online zetten, maar je kan ook een artikel schrijven waarin je uitlegt dat je wacht met publiceren tot wanneer er meer zekerheid is. Als je hoort van de chef van de brandweer dat er zes doden zijn gevallen, dan is het niet onlogisch dat hij als officiële bron wordt aangenomen. Achteraf bleek dat die man zich vergist had en daarom moet nieuws twee officiële bronnen hebben.”

Over online nieuws lopen de meningen uiteen. Sommigen zijn van mening dat je niet mag wachten met het brengen van nieuws, zeker niet als het heet van de naald is. Aanpassingen achteraf kunnen altijd nog. “Met deze visie ben ik het niet eens. Mensen kopen de krant om betrouwbaar nieuws te lezen. Als ze naar de website surfen, dan willen ze de zekerheid dat ook dat nieuws volledig klopt.”
Anderen zijn van mening dat je voor betrouwbaarheid moet gaan. “Mensen zijn angstig. Ze hebben nood aan juist nieuws en, als het moet, wachten ze daar liever op.”

Rituele functie

Het Journaal ging twintig minuten lang over het Pukkelpopdrama en ook in de kranten werd veel geschreven over de ramp. “Kranten nemen in de nasleep van het drama een rituele functie aan. Je merkt dat kranten aan hun verplichting om te informeren voorbijgaan en dat ze emoties kanaliseren om zo hun lezers op te vangen. Geen enkele krant wil afstandelijk overkomen”, aldus Naegels.

Collectieve rouw

Als een ramp zich heel dichtbij voltrekt en dit een grote emotionaliteit teweegbrengt, voelt een grote bevolkingsgroep zich daardoor aangesproken. De vergelijking met de moord op Shana en Kevin is hier niet van toepassing, maar toen was ook zo’n collectieve rouw voelbaar.

“Mensen willen op die momenten heel veel lezen over wat precies gebeurd is. In veel gevallen vragen families zélf om te getuigen in een krant. Als journalist begrijp je dat niet altijd goed, maar mensen die zoiets hebben meegemaakt, willen daarover vertellen.”

Verontwaardigde reacties

De Nederlandse NOS-correspondent Tijn Sadée maakte zich bijzonder onpopulair bij het Belgische publiek toen hij afsloot met een flauwe Belgenmop. “Op het moment dat zoiets gebeurt, naast je deur bij wijze van spreken, dan kan je niet tegen kritiek.”

Ook de Limburger Peter Dupont was kop van jut met zijn column in Het Nieuwsblad. “Het artikel van Dupont was geen opiniestuk, maar een editoriaal, een kort stukje in de krant waarin de mening van de redactie staat en die mening kwam totaal niet overeen met wat Dupont had geschreven.”

© 2011 – StampMedia – Hans Neven