Dringend werk maken van praktisch toetsingskader tegen oneerlijke concurrentie. “Tegen wie met opzet inbreuken pleegt, moet opgetreden worden. Controle door economische inspectie is voor deze gevallen goed en noodzakelijk. Pas zo kan je oneerlijke concurrentie vermijden. Maar we mogen niet vergeten dat inbreuken bij kleine ondernemingen een minderheid zijn. De klant staat bij KMO’s centraal. Zij hebben dan ook niet de intentie hun klanten te bedriegen. Inbreuken gebeuren veeleer onbewust.”  Dat zegt UNIZO in een reactie op een artikel vandaag in De Tijd over het jaarverslag van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling (ADCB), de vroegere Economische Inspectie. Deze stelde vorig jaar 7.860 inbreuken vast op ongeveer vier keer zoveel controles, dat waren er 13% meer dan in 2009. De ondernemersorganisatie benadrukt evenwel dat de focus op preventie en overleg moet liggen. UNIZO vraagt om dringend werk te maken van een praktisch toetsingkader voor ondernemingen om zich te wapenen tegen oneerlijke concurrentie.

UNIZO ondersteunt de werking van de economische inspectie. Dit is de enige aanpak in de strijd tegen oneerlijke praktijken die de belangen van alle KMO’s bedreigen. Unizo beklemtoont echter dat preventie en overleg moeten primeren op zware repressieve acties. Inbreuken op de wetgeving door kleine ondernemingen gebeuren vaak onbewust. De economische inspectie kan hier een belangrijke adviserende rol spelen. De ondernemersorganisatie verwijst hierbij bijvoorbeeld naar de lijst van malafide reclameronselaars op de site van de FOD Economie en de sensibiliseringsactie rond de verplichte informatie op websites bij e-commerce. UNIZO wijst ten slotte nog op het feit dat kleine ondernemingen net zoals consumenten vaak het slachtoffer en niet de oorzaak van oneerlijke handelspraktijken zijn. Dat blijkt onder meer uit de resultaten van het aantal inbreuken op de correcte prijsaanduiding. Hoe kleiner de onderneming, hoe minder inbreuken. UNIZO benadrukt wel dat een 100% correcte prijsaanduiding praktisch niet haalbaar is. Nultolerantie zou op dit vlak dan ook een brug te ver zijn.

Daarnaast vraagt UNIZO dringend werk te maken van een praktisch toetsingskader voor ondernemingen om zich beter te wapenen tegen oneerlijke handelspraktijken van concurrenten. Een KMO moet minstens in staat kunnen zijn om op basis van dergelijk referentiekader een eerste beoordeling te maken wanneer zij geconfronteerd wordt met een mogelijks oneerlijke handelspraktijk van een andere onderneming. Zo kan de KMO met kennis van zaken een afweging maken om al dan niet een stakingsvordering in te stellen of een schadevergoeding te eisen bij de rechtbanken. Oneerlijke handelspraktijken van andere ondernemingen gaan immers ten koste van de eerlijke marktwerking en raken ondernemingen rechtstreeks of onrechtstreeks in hun portefeuille. Kleinere ondernemingen beschikken bovendien niet over de juridische en financiële slagkracht om vorderingen efficiënt voor de rechtbank te brengen. www.unizo.be

Leave a Reply
Your email address will not be published.
  • ( will not be published )