Mythes over fitness doorbroken

Er bestaan zoveel tegenstrijdigheden over fitness en gezondheid dat we ons licht gingen opsteken bij een fitnessdocent. De volgende vijf stellingen mogen onmiddellijk als kantinefabeltjes afgeschreven worden. 1. Je verbrandt vet als je lang sport op een lage intensiteit. Wie fitnest heeft het beslist al horen zeggen: conditietraining doe je op 85% van je maximale hartslag. Als je vet wil verbranden train je op een lagere intensiteit, zo'n 65% van de maximale hartslag. Die maximale hartslag bereken je door het verschil te nemen van 185 en je leeftijd.

Volgens Paul Lammers, docent fitness, gaat het erom hoeveel totale energie je verbruikt tijdens het sporten. Het is dus meer dan je hartslag in het oog houden. "Verbrand je minder calorieën dan je inneemt, dan zal je lichaam dat overschot opslaan als lichaamsvet."

Het is logisch dat je meer calorieën per minuut verbrandt als je sneller fietst of rent. Je verbrandt ook in totaal meer calorieën als je lang achter elkaar fietst of loopt. Wie dus heel lang heel intensief beweegt, verbrandt dus het meeste aantal calorieën. Maar om dit vol te houden moet je al behoorlijk getraind zijn. Aan beginners wordt dan ook aangeraden rustig en geleidelijk aan de tijdsduur en de intensiteit op te bouwen.

2. Af en toe sporten heeft geen zin.
Je sportleraar op school probeerde het bij je in te peperen: je moet minstens drie keer per week 20 minuten zonder onderbreking bewegen. Pas dan zou de kans op een hartaanval minimaal zijn.

Onderzoeken wijzen nu echter meer en meer uit dat dit niet helemaal juist is. Eén keer per week een uurtje wandelen zou de kans op hart- en vaatziekten aanzienlijk verkleinen een de fitheid vergroten.

Elke beweging, hoe minimaal ook, is altijd beter dan geen lichaamsbeweging.

3. Je moet net zolang doorgaan tot het pijn doet.

Deze mythe vindt haar ontstaan in de misvatting dat door vermoeidheid bepaalde zenuw-spierkoppelingen uitvallen. Ga je dan alsnog door, dan worden andere koppelingen ingeschakeld en nemen kracht en massa meer en sneller toe. Als spiervermoeidheid dit echt zou doen, dan kun je dus ook met veel herhalingen met heel lichte gewichten ook meer spiermassa en kracht kweken, en dat is niet zo.

Een set van acht tot twaalf herhalingen met een gewicht waarmee je het gewenste aantal herhalingen net kunt maken, is vaak voldoende.

Als je telkens spierpijn voelt, kun je beter nagaan of je wel juist en niet overdadig traint.

4. Van krachttraining word je alleen maar dikker.
Spieren wegen meer dan vet. Wie traint op spiermassa zal er wat forser gaan uitzien. Maar dit is niet gelijk aan dikker worden. Spiermassa bevat immers geen vet.

Je gewicht neemt toe omdat je meer vetvrije spieren krijgt. Deze gewichtstoename is echter geen risico voor je gezondheid.

Bovendien zorgt meer spiermassa er zelfs voor dat je meer calorieën verbrandt. Pas wel op met proteïnedrankjes.

De kans op verdikken is hier wel reëel omdat een teveel aan proteïne in (ongezond) vet wordt omgezet.

5. Elektrische buikspiertrainers geven je een wasbordje.

Tv-spots proberen ons te laten geloven dat met wat stickers op de juiste plaatsen je eindelijk die mooi symmetrisch gevormde blokjes op je buik tovert, en dit zonder moeite. Vergeet het maar.

Sinds de Olympische Spelen in Montreal (1976) is de elektrostimulatie van spieren om kracht te vergroten een nog steeds gebruikte maar omstreden methode. De toenmalige Sovjetatleten konden de claim dat ze 30% tot 40% meer kracht ontwikkelden niet hard maken.

Ook recentere onderzoeken aan de universiteit van Maastricht tonen aan dat je er niet sterker van wordt. Het is zelfs geen interessant afslankingsmiddel omdat overtollig vet er niet van verdwijnt.

Voor een wasbordje geldt dus nog altijd: meer bewegen, niet meer calorieën innemen dan je verbrandt en veel crunchen.

Sterkte!

LAAT EEN REACTIE ACHTER