Dierproeven en de naakte cijfers 2007

Vorig jaar werden in totaal 779.860 dieren gebruikt voor biomedisch
onderzoek. Dat is een lichte stijging van het aantal dieren ten
opzichte van 2006. Er werden 23.145 proefdieren meer gebruikt (+3%) dan in 2006. De proefdieren worden voornamelijk gebruikt voor de ontwikkeling en de kwaliteitscontrole van geneesmiddelen en medische apparatuur. Dat heeft de dienst dierenwelzijn van de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu vastgesteld op basis van de statistieken van 2007 van de erkende laboratoria.

Dierproeven in België mogen enkel plaatsvinden als er geen andere
mogelijkheid bestaat om het gewenste resultaat te bereiken zonder dat
er dieren gebruikt worden. Alternatieve methodes kunnen echter niet
altijd het menselijk lichaam weergeven in al zijn complexiteit.

In 2007 zijn de meeste proeven uitgevoerd op knaagdieren en konijnen
(91,97%). Daarna volgen vissen, reptielen en amfibieën (5,72%) en
vogels (1,66%). Honden, katten en apen vertegenwoordigen
respectievelijk 0,096%, 0,006% en 0,005% van de gebruikte
proefdieren. We zien een nieuwe, zeer belangrijke daling van het
aantal primaten dat voor proeven gebruikt is (-80,6%). Al sinds jaren
wordt er geen enkele grote primaat meer gebruikt, en er is een
koninklijk besluit voorzien dat het gebruik ervan zal verbieden. Het
aantal vogels dat in 2007 gebruikt werd, gaat eveneens in dalende
lijn (-19,8%).

Bijna twee derde van de proefdieren werd ingezet voor de ontwikkeling
van geneesmiddelen en medisch materiaal. 98,2 % van de veiligheids-
en kwaliteitstesten op geneesmiddelen zijn in Europa wettelijk
verplicht voor de bescherming van de consument.

De lichte stijging van het aantal proeven op dieren moet worden
gezien in de context van het hoge onderzoeksniveau in België en kan
worden verklaard door het toegenomen onderzoek naar de mechanismen van ziekten bij de mens. Proeven op dieren blijven noodzakelijk voor de vooruitgang van medisch en farmaceutisch onderzoek. Ze dragen bij tot de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en vaccins en tot het stellen van diagnoses van talloze ziekten bij mensen en dieren. In België zijn dierproeven voor het testen van cosmetica verboden.

Dierproeven worden uitgevoerd binnen een streng geregeld kader,
meestal op speciaal daarvoor gekweekte dieren. Er zijn 42 ethische
commissies die erop toezien dat dieren in laboratoria niet nodeloos
lijden. De federale inspectiedienst Dierenwelzijn voert controles uit
in de laboratoria zelf. De commissies kijken na of het gebruik van
dieren noodzakelijk is en evalueren of er geen alternatieve testen
bestaan. Hiervoor doen de commissies een beroep op een
gestandaardiseerd ethisch afwegingsmodel dat werd verspreid door de dienst Dierenwelzijn.

De cijfers van dierproeven in 2007:
– 468.705 dieren (60%) werden gebruikt voor onderzoek, ontwikkeling
en kwaliteitscontrole van producten en apparaten die gebruikt worden
in de geneeskunde voor mens en dier.
– 225.372 dieren (29%) waren nodig voor fundamenteel onderzoek.
– 52.716 dieren (6,7%) werden gebruikt voor toxicologische tests of
veiligheidsproeven. Het merendeel van deze tests heeft betrekking op
analyses van geneesmiddelen en medische voorzieningen. Ook worden een aantal eventuele risico's voor mens of omgeving tijdens deze tests geëvalueerd.
– 4,3 % van de dieren waren nodig voor diagnostiek, onderwijs en
opleiding.

In 2007 waren er in België 382 laboratoria erkend om proeven uit te
voeren op dieren. Deze laboratoria behoren voornamelijk tot
universiteiten (87%). De private sector, die het meest dieren
gebruikt, vertegenwoordigt 7% van de laboratoria en de overige 6%
zijn laboratoria van de overheid. Een vierde van de erkende
laboratoria heeft in 2007 echter geen enkel dier gebruikt voor
proeven.

Bron: FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding
Website: www.health.fgov.be

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here