Zin en onzin van bio-energie

Enkele jaren terug was het al bio-energie dat de klok sloeg, tot plots de sfeer omsloeg. Bij ieder debat over voedselprijzen, voedselschaarste, opwarming van de aarde is biobrandstof plots de grote schuldige. Hoe is het mogelijk dat de publieke opinie zo snel omslaat? Het is alsof we de laatste vierkante meter landbouwgewas, onze laatste boterham moeten opofferen om onze benzinetank te kunnen vullen. Liever dat dan onze verarmde medemens een (onbetaalbare) korst brood te gunnen. Maar laat ons relativeren: voedsel wordt schaarser omdat we met steeds meer zijn. Bovendien consumeren welvarende mensen beduidend méér en vooral méér vlees. De hoeveelheid graan, nodig om één kilo vlees op je bord te krijgen is buiten verhouding. Aan de andere kant eten we al eeuwen vlees, dus vleeseters zijn niet de schuld van het voedseltekort. Het is wel teken dat we beter minder en gezonder gaan eten.

Het is een waarheid als een koe dat er in Europa gewoon niet genoeg landbouwgrond is om onze behoefte aan biobrandstof te voldoen, zelfs 10% (zoals gepland tegen 2020) is op deze manier niet haalbaar. Maar de totale oppervlakte braakliggende landbouwgrond in Europa is perfect te berekenen. Jaarlijks moet 5 tot 15% van het beschikbare areaal braak blijven liggen om een vegetatieperiode te bevorderen. De aanwezigheid van groen is noodzakelijk om erosie te voorkomen en de humus voorraad te beschermen. Boeren krijgen daarom 127 euro per braakliggende hectare, maar het is toegestaan om op deze gronden industriële gewassen zoals koolzaad te kweken. Het Europese tekort aan biobrandstof mag echter niet gecompenseerd worden door import: oerbossen en savannen in Brazilië, Indonesië en Maleisië gaan massaal tegen de vlakte. Dat is een dramatisch verlies aan natuur én het doet de vermeende milieuwinst volledig teniet.

Zoals het er nu uitziet wordt de huidige situatie binnen enkele jaren onhoudbaar. Om in België de 5,75% doelstelling voor biodiesel te halen in 2010 is 1,2 miljoen ton koolzaad nodig. Hiervoor is een oppervlakte nodig van 265.000 à 340.000 ha. Het effectief haalbare koolzaadareaal in België bedraagt slechts 50.000 hectare. Of men moet overschakelen naar andere manieren om biobrandstof te winnen. Afval is grondstof: meer olie en vet inzamelen, meer biologische afvalproducten zoals snoeisel en GFT verwerken. De invoer van palmolie of soja wordt dus beter beperkt, terwijl plantaardig afval van landbouwgewassen beter verwerkt wordt. Ook de kweek van alternatieve gewassen zoals Duitse supermaïs, verdient meer aandacht. Maar ook algen, riet, biezen, wilgen en andere snelgroeiende planten zijn geschikt om de nodige biomassa te leveren. Bepaalde afvalproducten zoals koolzaadkoeken zijn bovendien geschikt voor dierenvoeding of voor verbrandingsovens.

PPO (pure plantaardige olie) is goedkoper dan klassieke brandstof, maar de installatie kost dan weer beduidend meer. Voordeel is dat men van specifieke sectoren zoals openbaar vervoer perfect weet hoeveel voertuigen in omloop zijn en hoeveel kilometer ze rijden. Dat minister Kathleen Van Brempt (SP.a) beslist om de bussen van De Lijn niet langer op biodiesel te laten rijden is een stap achteruit. Want grote afnemers zoals De Lijn kunnen met een minimum aan infrastructuur en kosten een maximum aan kilometers afleggen. Aangezien openbaar vervoer binnen de steden belangrijk is, weegt ook het milieuaspect hier erg door. Openbaar vervoer is een ideale nichemarkt: gebruik maken van taksvrije biobrandstof is financieel voordelig én een argument om op tram of bus te stappen. Door de beschikbare biobrandstof selectief te gebruiken gebruikt de vrije markt de klassieke brandstof tot de schaarste aan biobrandstof achter de rug is. Andere markten zoals visserij, landbouwvoertuigen en transport over water en de openbare weg kunnen stapsgewijze toegang krijgen.

Maar laat ons niet vergeten dat biobrandstof niet meer is dan een element in het energie vraagstuk. Op kleine percelen die arbeidsintensief zijn, mikt met bijvoorbeeld beter op fotovoltaïsche cellen, die zijn duur, maar het jaarlijkse rendement ligt beduidend hoger. Langs kanalen en snelwegen mikt men beter op windmolens. En ondertussen dienen zich andere alternatieve energievormen aan zoals de elektrische motor of de verbrandingsmotor op waterstof. Bio-energie maakt deel van onze economie, het is niet het verhaal van óf deze keuze óf die keuze, maar van én dit én dat.

Lees ook:

http://archief-voorjaar-2007.blogspot.com/2007/09/vlaamse-biobrandstof-niet-voor-morgen.html

http://www.statbel.fgov.be/studies/ac410_nl.pdf

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here