Abortuswet uitgehold?

De wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking haalde abortus uit het strafrecht. De vrouw heeft immers het recht om bij een ongewenste zwangerschap te kiezen voor abortus die uitgevoerd wordt in de best mogelijke omstandigheden.
De vrijzinnige gemeenschap heeft steeds geijverd voor het wettelijk
mogelijk maken van abortus voor een vrouw die ongewenst zwanger is en zich in een noodsituatie bevindt. Door het toepassen van clandestiene abortus liepen vele vrouwen zware gezondheidsrisico's. Gezien de zwaarwichtigheid van de beslissing, mogen we stellen dat de beslissing van een vrouw om over te gaan tot abortus nooit
lichtzinnig wordt genomen.

In 1990 had het Verbond der verzorgingsinstellingen (VVI), de koepel
van de christelijke verzorgingsinstellingen, reeds gesteld dat
abortus om niet-medische redenen ethisch onaanvaardbaar was. Nu
formuleert het Verbond der Verzorgingsinstellingen een advies
betreffende de prenatale diagnostiek en zwangerschapsafbreking.
Terecht pleit het VVI voor een goede begeleiding van de mensen die
kiezen voor prenatale diagnostiek. Door deze diagnose kunnen mensen geplaatst worden voor moeilijke ethische keuzes. Om weloverwogen hun keuze te kunnen maken, is het nodig dat ze grondig geïnformeerd worden door de artsen over de prognoses wanneer een medische afwijking bij de foetus wordt vastgesteld. De psychosociale
omkadering bij dit beslissingsproces is heel belangrijk.

Het VVI meent evenwel dat abortus bij vaststelling van een medische
afwijking van de foetus in een christelijk ziekenhuis in principe
niet kan. Wel erkent het verbond dat ouders en artsen tot een andere
gewetenskeuze kunnen komen in het uitzonderlijke geval van een zeer
zware aandoening die niet behandelbaar is en tot een korte levensduur
leidt.

Het is zeer de vraag of deze eenzijdig geponeerde criteria de juiste
zijn en de appreciatievrijheid van de ouders ten aanzien van wat voor
hen aanvaardbaar is of onaanvaardbaar is, niet uithollen. Daarnaast
pleiten we dat, omdat een arts niet gedwongen kan worden om tegen
zijn wil abortus uit te voeren, hij toch verplicht wordt om de
betrokken ouders naar een collega door te verwijzen. De ouders worden voor een zeer moeilijke keuze geplaatst en wanneer zij na overleg oordelen te moeten kiezen voor abortus, dient men hun keuze mogelijk te maken en te respecteren. Want in dergelijke situaties zijn ouders niet gebaat met een paternalistische houding die haaks staat op hun vrije wilsbeschikking.

Sonja Eggerickx
voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen

De Unie Vrijzinnige Verenigingen is de officiële vertegenwoordiger
van de Nederlandstalige georganiseerde niet-confessionele
levensbeschouwelijke gemeenschappen van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Unie Vrijzinnige Verenigingen
Brand Whitlocklaan 87
1200 Sint-Lambrechts-Woluwe

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here