Vlaamse bedrijven blijven nog teveel in eigen land.

De globalisering van de economie maakt dat KMO's meer concurrentie krijgen op hun thuismarkt. Tegelijkertijd opent de globalisering nieuwe perspectieven. Vlaamse bedrijven benutten die kansen te weinig. Nochtans verhogen import en export de overlevingskansen van bedrijven. KMO's moeten strategisch nadenken hoe ze in een globale economie kunnen (blijven) meespelen. Dat zeggen prof. Leo Sleuwaegen en drs. Jonas Onkelinx van de Vlerick Leuven Gent Management School in het kader van onderzoek voor Flanders DC Kenniscentrum. Ook het bestaande KMO steunbeleid moet worden aangepast aan nieuwe marktomstandigheden.

De cijfers zijn rechtuit schokkend: in Vlaanderen blijven 3 op 4 KMO's onder de kerktoren, 74% exporteert niet. Slechts 1% van alle ondernemingen is verantwoordelijke voor bijna de helft van onze export. De export gaat ook niet veel verder dan de buurlanden. Onze verre export daalt zelfs. Maar liefst 85% van de export wordt gerealiseerd door maar 10% van de bedrijven. 1 op 6 potentiële exportbedrijven exporteren niet omdat ze denken dat hun product internationaal niet kan concurreren. Vlaamse valse bescheidenheid? Meer dan 40% van de K.M.O.'s heeft zelfs nooit internationalisering overwogen.

In de pers en op ondernemersfora vaak aangehaalde belemmeringen voor internationalisering zijn: moeilijke regels en wetten, toegang tot kapitaal, cultuurverschillen, gebrek aan informatieverstrekking en steun en advies. In de praktijk blijken die maar voor 10% van de K.M.O.'s ook echt belemmeringen te zijn. Pascal Cools, algemeen directeur Flanders DC, reageert: "Een kleine nuance: we scoren daarmee iets beter dan het Europees gemiddelde. Maar van een open economie als de Belgische zou je veel meer verwachten. We benutten ons potentieel nauwelijks." Meer informatie op www.vlerick.be

Guido Van Peeterssen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here