Groep Forrest reageert op recente beschuldigingen.

De Groep FORREST reageert op de commentaren die de laatste dagen gepubliceerd werden en weinig vleiend waren. Betreffende de benoeming van Pierre Chevalier als gedelegeerd bestuurder van een van de vennootschappen van de Groep FORREST, is het ongepast te beweren dat deze laatste 'in alle stilte' werd verwezenlijkt. In overeenstemming met de Belgische wet werd deze benoeming in het Belgische Staatsblad op 31 januari 2008 gepubliceerd. De informatie werd dus openbaar gemaakt. FORREST verwerpt ook het begrip 'belangenvermenging' omdat niemand profiteerde van de positie van Pierre Chevalier bij de Verenigde Naties. De Groep FORREST is momenteel de enige mijnonderneming die de fiscaliteit gegenereerd door zijn activiteiten en betaald aan de Congolese Staat. Waarschijnlijk is het deze zichtbaarheid die de negatieve kritiek bevordert. Deze kritiek zet de Belgische ondernemingen niet aan tot transparantie en nieuwe investeringen in de Democratische Republiek Congo. De Groep FORREST pleit sinds jaren voor de promotie van Europese en Belgische investeringen in de DRC. Die laten op zich wachten en ten gevolge daarvan, is er een massieve komst van Angelsaksische en Chinese investeringen.

De kritieken ten aanzien van de Groep FORREST vinden grotendeels hun oorsprong in een verslag van de VN betreffende de plundering van de natuurlijke rijkdommen in de DRC welke in 2002 werd
gepubliceerd. De onderneming werd als een plunderaar van het land beschouwd. Omdat het rapport overwegend op geruchten zonder enige grondslag gebaseerd was, beklaagde de Groep FORREST zich bij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties om een nieuw onderzoek te eisen. Voor de eerste keer in zijn geschiedenis, stemde de Veiligheidsraad in om dit te doen. Dit onderzoek werd op transparante en objectieve wijze ingesteld. Het eindverslag werd op 23 oktober 2003 gepubliceerd (S/2003/1027). In dit eindverslag, geeft het Panel van de Verenigde Naties officieel toe dat de beschuldigingen van plundering ten opzichte van de Groep FORREST ongegrond waren. De activiteiten werden vervolgens door de OESO onder de loep genomen. De OESO kwam op 8 november 2005 tot het besluit dat de Groep FORREST niets te verwijten viel.

Jammer genoeg gebruikt men vaak het eerste verslag en zwijgt men zowel over het eindverslag van VN als het verslag van de OESO. Hetzelfde geldt voor de Commissie van de Grote Meren van de Belgische Senaat dat van 2002 dateert. Volgens de Groep Forrest bevat ook dit onderzoek geen enkel negatief element. Toch beperken Belgische journalisten (net zoals hun buitenlandse collega's) zich niet langer tot deze oude geruchten maar stellen hun vragen rechtstreeks. Op die manier kunnen zij zich hun eigen mening opmaken, gebaseerd op de feiten die zij hebben vastgesteld. Woordvoerder Henry de Harenne: "Wij zijn overtuigd dat vele misverstanden, en zelfs kritieken, zich zullen oplossen als wij erin slagen een rustige dialoog op te stellen. Ons doel bestaat niet erin de artikelen van journalisten te beïnvloeden, maar te vermijden dat deze artikelen alleen maar een eenzijdige aanval worden. De rechten op antwoord en de processen die wij terecht aanspannen dragen zeker niet bij tot de verbetering van het imago van het zakendoen in de DRC. Wij blijven hopen en geloven dat sterke handelsbetrekkingen tussen België en de Democratische Republiek Congo tot wederzijdse economische belangen zullen leiden en zal bijdragen tot een betere verstandhouding tussen beide landen en volkeren".

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here