Meer Engels is geen zaligmakende oplossing

Een drietal maanden geleden kondigde Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a) aan dat hij het onderwijsveld zou vragen om te onderzoeken of de taalregeling in ons hoger onderwijs aangepast moet worden. Zowel de VLOR als de VRWB gaven recent een omstandig advies. Beide organisaties pleiten voor een (beperkte) versoepeling van de huidige taalregeling. De studentenvertegenwoordigers (VVS) zijn op hun beurt erg
voorzichtig in hun advies en namen dan ook een opmerkelijk
minderheidsstandpunt in bij het VLOR-advies. Vlaams parlementslid Piet De Bruyn vraagt een parlementaire hoorzitting aan over deze gevoelige kwestie.

Net als bij de totstandkoming van de taalregeling in 2003 zal de N-VA ook nu de voorvechter blijven van het Nederlands als volwaardige onderwijs- en wetenschapstaal, ook in ons hoger onderwijs.

De N-VA erkent de meerwaarde van meertaligheid en pleit voor meer aandacht voor taalonderricht in het hoger onderwijs. Studenten moeten de internationale vakterminologie onder de knie krijgen en anderstalige vakliteratuur kunnen volgen. Het aanbieden van anderstalige cursussen kan de talenkennis van studenten vergroten. Toch zijn er ook gevaren aan het aanbieden van anderstalig onderwijs, zoals het verhogen van de drempel tot het hoger onderwijs en het verlagen van de leeropbrengst.

Daarom pleit de N-VA voor een evenwichtig taalbeleid dat de noden van de studenten centraal stelt. De zogenaamde 'tweede democratiseringsgolf' die de Vlaamse Regering beoogt, is immers geenszins gebaat bij een doorgedreven verengelsing van ons hoger onderwijs. Een opleiding in het Engels is niet alleen voor de student een probleem, de gebrekkige Engelse taalvaardigheid van veel docenten bemoeilijkt ontegensprekelijk het communicatieproces. De
N-VA steunt volmondig de eisen van de VVS dat er een certificering moet komen voor docenten die in een andere taal willen lesgeven, dat er een strenge goedkeuringsprocedure nodig is waarbij de meerwaarde van anderstaligheid moet worden aangetoond en dat er voldoende oog moet zijn voor de pedagogische gevolgen van anderstalig onderwijs.

Volgens Vlaams volksvertegenwoordiger Piet De Bruyn wordt het debat op een intellectueel oneerlijke wijze gevoerd. Zo staat het allesbehalve vast dat het versoepelen van de taalregeling zal leiden tot méér buitenlandse studenten. De huidige taalregeling laat immers al heel wat ruimte voor anderstalige opleidingen. Daarnaast zien we dat het aantal buitenlandse studenten in de opleidingen die al jaren volledig in het Engels worden aangeboden, niet stijgt maar daalt. Het is bijgevolg lang niet bewezen dat het versoepelen van de taalregeling zal leiden tot een grotere instroom van buitenlandse studenten, zoals velen beweren. Op dit ogenblik is dit alvast niet het geval.

Of een buitenlandse student naar Vlaanderen komt, hangt bovendien van veel meer factoren af dan enkel de onderwijstaal. Andere criteria zoals onderwijsniveau, arbeidsmogelijkheid, cultuur, het budget en de persoonlijke interesses spelen een minstens even belangrijke rol. Dat de ministers Vandenbroucke en Bourgeois met het project 'Study in Flanders' ons kwaliteitsvol Vlaams hoger onderwijs meer in de kijker willen zetten, kunnen we uiteraard wel toejuichen.

Piet De Bruyn

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here