Verklaring en groeten van Z. H. de Dalai Lama aan zijn volk

Zoals vorig jaar heeft het comité Boycot Peking 2008 op vraag van het Tibetaans Bureau de vertaling verzorgd van de 10 maart-verklaring van de Dalai Lama. De verklaring drukt de wens van de Dalai Lama uit naar vrijheid, rechtvaardigheid en menselijkheid voor Tibet. Wij hopen te samen met de Dalai Lama dat er spoedig een einde komt aan de onderdrukking en het lijden van het Tibetaanse volk. (Michael de Bronett – Woordvoerder Boycot Peking 2008)

Verklaring van Z. H. de Dalai Lama naar aanleiding van de 46ste verjaardag van de Tibetaanse nationale opstand

Ter gelegenheid van de 46ste verjaardag van de Tibetaanse volksopstand, breng ik mijn hartelijke groeten over aan mijn volk in Tibet en in ballingschap, en aan onze vrienden van over de hele wereld.

Enerzijds hebben er in Tibet de laatste vier decennia grote veranderingen plaats gevonden, vooral inzake economische vooruitgang en infrastructurele ontwikkeling. De in aanbouw zijnde spoorweg tussen Golmund en Lhasa is hiervan een voorbeeld. Anderzijds hebben in dezelfde periode kritische journalisten en mensen die in Tibet hebben rondgereisd, meer gezien dan de Chinezen lief is en verslag uitgebracht van de echte situatie in Tibet. De meesten onder hen schilderen een totaal ander beeld van de toestand in Tibet dan wat de Chinese regering ophangt. Zij hebben kritiek op de Volksrepubliek China wegens het gebrek aan mensenrechten, godsdienstvrijheid en zelfbestuur in Tibet. Sinds haar oprichting is en wordt de Autonome Regio Tibet inderdaad uitsluitend bestuurd vanuit Beijing, terwijl het Tibetaanse volk gebukt gaat onder verdachtmakingen en uitdijende vrijheidsbeperkingen. Het gebrek in Tibet aan echte etnische gelijkwaardigheid, aan op vertrouwen gestoelde harmonie en aan onvervalste stabiliteit, toont duidelijk aan dat het niet goed gaat met Tibet. Er stelt zich dus degelijk een probleem.

Telkens wanneer in Tibet prominente en gerespecteerde Tibetaanse leiders dit hebben aangeklaagd, hebben ze hun dappere daden moeten bekopen. In het begin van de jaren zestig heeft de toenmalige Panchen Lama het lijden en de wensen van het Tibetaanse volk ter sprake gebracht in zijn verzoekschrift aan de Chinese leiders. Baba Phuntsok Wangyal, een van de eerste Tibetaanse communistische leiders, gaat in zijn recent in het Engels gepubliceerde biografie, uitvoerig in op de noodzaak om rekening te houden met de belangen van het Tibetaanse volk. Het is duidelijk dat de meeste Tibetaanse voormannen in Tibet in hun hart diep teleurgesteld zijn.

De Chinese regering zal dit jaar de 40ste verjaardag van de oprichting van de Autonome Regio Tibet in de verf zetten. De feestelijkheden en herdenkingsplechtigheden zullen gepaard gaan met veel luister. Maar zolang ze niet de werkelijkheid op het terrein weergeven, blijven de festiviteiten inhoudsloos. Ook de Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele Revolutie werden eertijds met veel pracht en praal gevierd als succesvolle prestaties.

De laatste twee decennia heeft de Volksrepubliek China een enorme economische vooruitgang gekend. Vandaag is de Volksrepubliek niet meer wat ze 20 of 30 jaar geleden was. Er is veel veranderd in de Volksrepubliek China. Bijgevolg is China nu een van de grootmachten op de wereld, een rol die zij terecht verdient. De Volksrepubliek China is een grote natie met een immense bevolking en een rijke en oude beschaving. Aan de andere kant wordt het imago van de Volksrepubliek China besmeurd door de slechte staat van de mensenrechten, het gebrek aan democratie en recht, en de onevenwichtige uitvoering van het recht op zelfbestuur wat de minderheden, het Tibetaanse volk inbegrepen, betreft. Al deze factoren zijn voor de buitenwereld een reden temeer om een wantrouwige houding aan te nemen. Naar binnen toe staan ze eenheid en stabiliteit in de weg, twee eigenschappen die van het allergrootste belang zijn voor de leiders van de Volksrepubliek China.

Over het algemeen gaat het de goede kant uit met de wereld waar de Volksrepubliek China deel van uitmaakt. De laatste tijd is er duidelijk een grotere bewustwording en waardering voor vrede, geweldloosheid, democratie, gerechtigheid en de bescherming van het milieu. De recente, nooit eerder geziene reactie van regeringen en mensen ten aanzien van de slachtoffers van de tsoenami, herbevestigt de oprechte solidariteit binnen de wereldgemeenschap en het belang van universele verantwoordelijkheid.

Mijn engagement ten overstaan van de Tibetaanse kwestie heeft niet tot doel bepaalde persoonlijke rechten of politieke macht voor mezelf noch voor de Tibetaanse regering in ballingschap op te eisen. In 1992 heb ik duidelijk en formeel aangekondigd dat ik, wanneer de ballingen naar Tibet zouden terugkeren met de garantie van een zekere graad van vrijheid, geen functie in de Tibetaanse regering noch enige andere politieke functie zal bekleden en dat de huidige Tibetaanse regering in ballingschap ontbonden zal worden. Het grootste deel van de verantwoordelijkheid om Tibet te besturen, zal bij de Tibetanen die in Tibet leven blijven liggen.

Ik verzeker bij deze de Chinese autoriteiten nogmaals dat, zolang ik verantwoordelijkheid draag inzake de Tibetaanse aangelegenheden, wij ons volledig zullen houden aan het principe van de benadering via de gulden middenweg door niet te streven naar onafhankelijkheid voor Tibet en door bereid te blijven om deel uit te maken van de Volksrepubliek China. Ik ben ervan overtuigd dat op lange termijn het Tibetaanse volk baat heeft bij deze aanpak, wat haar materiele vooruitgang betreft. Vanuit verschillende delen van de wereld wordt deze aanpak beschouwd als verstandig, realistisch en voordelig voor zowel het Chinese als Tibetaanse volk. Deze wereldwijde steun is bemoedigend. Ik put vooral hoop uit de erkenning en steun vanuit bepaalde geledingen van de Chinese intelligentsia.

Ik ben blij met onze hernieuwde contacten met de Chinese leiding. De derde ontmoetingsronde tijdens de maand september van vorig jaar toont aan dat de dialoog tussen ons geleidelijk verbetert. Ik heb de verkozen Tibetaanse regering in ballingschap, die nu meer verantwoordelijkheid draagt in Tibetaanse aangelegenheden, aangeraden de geschilpunten te bekijken die tijdens de derde gespreksronde aan de Chinese zijde zijn opgeworpen, en om ze zonodig te verduidelijken. We blijven hopen dat we uiteindelijk in staat zullen zijn om het nodige vertrouwen te ontwikkelen om dit aanslepende geschil op te lossen in ons beider voordeel.

Tot slot wil ik deze gelegenheid te baat nemen om in naam van het Tibetaanse volk, het volk en de regering van India te bedanken voor hun onwrikbare sympathie en steun. Ik beschouw mij als een deel van de Indische natie, niet alleen wegens de eeuwenoude religieuze en culturele banden tussen India en Tibet, maar ook omdat zowel ik als het grootste deel van de Tibetanen in ballingschap, de laatste 45 jaar in India hebben verbleven.

Ik richt mijn gebeden tot de moedige mannen en vrouwen van Tibet die hun leven gaven voor Tibet en vrijheid.

De Dalai Lama
10 maart 2005

LAAT EEN REACTIE ACHTER