Meer bewegen doet langer leven.

Steeds meer wetenschappelijke studies tonen aan hoe belangrijk een gezonde levensstijl is voor het vermijden van ziekte en vroegtijdig overlijden. Onderzoekers van de UGent en de Vrije Universiteit Brussel hebben de economische gevolgen berekend van lichaamsbeweging. Gezien de positieve effecten van lichaamsbeweging op de gezondheidsverwachtingen werd onderzocht of een financiering van lichaamsbeweging, georganiseerd binnen het kader van fitnesscentra, een gunstige verhouding tussen kosten en gezondheidseffecten vertoont. De resultaten zijn vandaag in detail gepubliceerd in het medische tijdschrift "European Journal of Cardiovascular Prevention and Rehabilitation".

Gezondheidseffecten worden uitgedrukt in QALY (Quality Adjusted Life Years). Deze norm combineert kwaliteit en kwantiteit van leven. De kwaliteit kan uitgedrukt worden tussen 0 en 1, waarbij 0 staat voor de slechtst mogelijke kwaliteit en 1 voor perfecte gezondheid. Dit kwaliteitsniveau wordt vermenigvuldigd met de lengte van de periode waarbinnen men die kwaliteit van leven heeft. Eén QALY is bijvoorbeeld gelijk aan één toegevoegd levensjaar in perfecte gezondheid. Wanneer men 5 extra levensjaren beschouwt aan een matige levenskwaliteit van 0,6, dan geeft dit als product 3 QALYs. De preventieve gezondheidszorg is erop gericht kwaliteitsvolle extra levensjaren te generere. Van zodra een interventie voor de productie van één QALY minder dan 30.000 euro kost, is dit maatschappelijk verantwoord. In de studie werd in gedurende 25 jaar het risicoprofiel van drie groepen getoetst aan een interventie mét en zonder lichaamsbeweging. Het ging om een groep van 30 jaar, BMI (Body Mass Index) = 26, totaal cholesterol = 190, systole bloeddruk = 120. Een tweede groep: 40 jaar, BMI = 30, totaal cholesterol = 210, systole bloeddruk = 130. En tenslotte een groep van 50 jarigen, BMI = 32, totaal cholesterol = 250, systole bloeddruk = 140

Deze drie risicoprofielen hebben verschillende kansen om in de loop van de komende jaren naar welbepaalde ziektes te evolueren met de daaraan verbonden kosten voor de gezondheidszorg. De interventie met de gecontroleerde lichaamsbeweging, waarbij een subsidie van 400 euro per persoon per jaar zou uitgegeven worden op voorwaarde dat men de intensieve lichaamsbeweging blijft volhouden, bleek bij alle drie types kosteneffectief te zijn. Dat wil zeggen dat ze onder de internationaal aanvaarde maatschappelijk grens van 30.000 euro per QALY vallen. Voor de derde groep (die het meeste risico lopen) wordt de investeringskost zelfs volledig terug gewonnen.

De interventie met het bewegingsprogramma in fitnesscentra is niet alleen kosteneffectief maar in de fase van primaire preventie ook meer kosten-effectief dan bv. een behandeling met cholesterolremmers. De primaire preventie is de fase waarbij de risicofactoren – zoals te hoge cholesterol – reeds aanwezig zijn, maar er nog geen ziekte is vastgesteld. Tijdens de secundaire preventie, waarbij de persoon effectief bv. een hartaandoening ontwikkeld heeft, blijven cholesterolremmers wel noodzakelijk en kosteneffectief, wat echter niets afdoet aan het belang van lichaamsbeweging ook in deze fase.

Guido Van Peeterssen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here