Belgen bewust van verkeersrisico's, maar pakkans te laag

Belgische autobestuurders zijn zich goed bewust van de risico's in het verkeer, maar schatten de pakkans bij overtredingen nog steeds veel te laag in. Dat blijkt uit een grootschalige, nationale attitudemeting die het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) vorig jaar uitvoerde en waarvan de resultaten vandaag worden gepubliceerd. Een vergelijking met een eerdere peiling uit 2003 toont een aantal positieve evoluties, maar brengt ook verschillende aandachtspunten aan het licht.

In opdracht van de Federale Commissie Verkeersveiligheid organiseert het BIVV op regelmatige basis gedrags- en attitudemetingen. Hierdoor kan men de ontwikkelingen in het verkeersveiligheidsbeleid door de jaren heen opvolgen. Deze metingen laten tevens toe om de doelstellingen van de Staten-Generaal van de verkeersveiligheid te evalueren. Binnen dit kader voerde het BIVV in 2006 voor de twee maal een nationale attitudemeting uit over verkeersveiligheid.

Voor de attitudemeting 2006 werd een toevallige steekproef van 1000 Belgische autobestuurders geïnterviewd door middel van een gestandaardiseerde vragenlijst. Daarbij werd gepeild naar de mening van de bestuurders over de belangrijkste verkeersveiligheidsthema's en -maatregelen.

Resultaten

Perceptie van verkeersonveiligheid

82% van de bestuurders geeft aan bezorgd of zeer bezorgd te zijn over verkeersongevallen. Een analyse van de gepercipieerde oorzaken van verkeersongevallen toont aan dat de bestuurders een vrij objectief zicht hebben op de belangrijkste ongevalsoorzaken. Rijden onder invloed (volgens 84% vaak de oorzaak van een ongeval), onaangepaste snelheid (81%), onvoldoende afstand houden (71%) en vermoeidheid (70%) staan bovenaan in de rangschikking van gepercipieerde ongevalsoorzaken. Dit stemt grotendeels overeen met de reële ongevalsoorzaken zoals die naar voren komen in de ongevallenstatistieken.

Attitude ten aanzien van verkeersveiligheidsmaatregelen

Meer dan 6 op 10 bestuurders vinden dat de regels strenger zouden moeten zijn voor rijden onder invloed van alcohol (62%) en rijden onder invloed van drugs (67%), terwijl slechts een minderheid dit vindt voor snelheid (32%) of het dragen van de gordel (22%). Ongeveer de helft van de bestuurders vindt dat de regels onvoldoende gehandhaafd worden voor snelheid (51%), rijden onder invloed van alcohol (52%) en drugs (48%), en het dragen van de gordel (38%).

De meerderheid van de bestuurders blijkt de huidige straffen voor te snel rijden, het niet dragen van de gordel en rijden onder invloed van alcohol of drugs niet te zwaar te vinden. Slechts een zeer kleine minderheid vindt de straffen te zwaar voor rijden onder invloed van alcohol (8%) en drugs (4%). Voor te snel rijden (35%) en het niet dragen van de gordel (22%) is dit percentage groter. 38% vindt het onmogelijk om de wettelijke snelheidslimieten te respecteren.

Handhaving

De subjectieve kans om gevat te worden voor verschillende types van verkeersovertredingen blijft ver onder de doelstellingen die de Staten-Generaal van de verkeersveiligheid heeft vastgelegd. Slechts 8 % van de bestuurders vindt de kans groot of zeer groot om door de politie gecontroleerd te worden op rijden onder invloed van alcohol. Volgens de Staten-Generaal zou ten laatste in 2005 90 % van de bestuurders die kans zeer groot moeten vinden. 7% van de bestuurders verklaart het afgelopen jaar een ademalcoholtest te hebben afgelegd. Dit wijst erop dat er nog werk aan de winkel is om de doelstelling van de Staten-Generaal te behalen, met name om jaarlijks 33% van de bestuurders te controleren op rijden onder invloed van alcohol.

8% van de bevraagden vindt de pakkans groot voor rijden onder invloed van illegale drugs, 15% voor het niet dragen van de veiligheidsgordel. De subjectieve pakkans voor het niet respecteren van de snelheidslimieten lag met 46% grote of zeer grote kans antwoorden het hoogst.

De subjectieve strafkans, met andere woorden de kans om ook effectief bestraft te worden na het vaststellen van een overtreding, is volgens de attitudemetingen eveneens te klein. Zo vinden slechts 6 op 10 bestuurders de kans groot om effectief bestraft te worden nadat er een proces-verbaal is opgesteld voor rijden onder invloed van alcohol (62% grote of zeer grote kans antwoorden) of drugs (57%). Ook voor het overtreden van de snelheidslimieten (68% grote of zeer grote kans antwoorden) en het niet dragen van de gordel (41%) ligt de subjectieve strafkans lager dan verwacht.

Specifieke attitudes

Voor de 4 grote verkeersveiligheidsthema's (rijden onder invloed van alcohol, rijden onder invloed van illegale drugs, snelheid en gordeldracht) werd bijkomend gepeild naar een aantal specifieke attitudes.

Daaruit blijkt dat de Belgische bestuurders over het algemeen doordrongen zijn van de risico's van snel rijden. 77% van de bestuurders vindt dat snel rijden het eigen leven en dat van anderen op het spel zet. 63% vindt snel rijden sociaal onaanvaardbaar. Deze cijfers liggen in lijn van de door de Staten-Generaal vooropgestelde doelstellingen (70% akkoord antwoorden voor beide stellingen).

79% beweert als bestuurder of als passagier voorin altijd de gordel te dragen, 12% vaak. Als passagier achterin de wagen liggen deze percentages op respectievelijk 46% en 16%. Gezien zelfgerapporteerde gegevens altijd een optimistischer beeld geven dan wat in de realiteit geobserveerd wordt, zijn deze resultaten verontrustend. Voor de gordeldracht achterin de wagen zijn geen objectieve geobserveerde gegevens beschikbaar. Op basis van de parallellen tussen zelfgerapporteerde en geobserveerde gegevens kan men echter veronderstellen dat de werkelijke gordeldracht achterin de wagen slechts rond de 40% zal liggen.

Conclusies en aanbevelingen

De belangrijkste conclusie van de attitudemeting van 2006 is dat de subjectieve pakkans voor rijden onder invloed en gordeldracht onaanvaardbaar klein is. Uit de zelfgerapporteerde gegevens blijkt dat dit te wijten is aan een te kleine kans om hiervoor door de politie gecontroleerd te worden. Om de subjectieve pakkans te vergroten zullen daarom zowel de inspanningen inzake handhaving (controles en straffen) als inzake sensibilisatie (communicatie rond controles en campagnes) moeten opgedreven worden. Positief is dat hiervoor een relatief groot maatschappelijk draagvlak blijkt te bestaan bij de bestuurders. Ondanks het feit dat niet alle bestuurders het gemakkelijk vinden om de regels inzake snelheid en het dragen van de gordel te respecteren, blijken zij zich wel bewust van de risico's die dat inhoudt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here