Op een colloquium te Brussel worden vandaag de resultaten bekendgemaakt van een onderzoek over rijden onder invloed van psychoactieve stoffen (drugs, alcohol, geneesmiddelen). Het onderzoek werd uitgevoerd door het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) en de Universiteit Gent, in opdracht van het Federaal Wetenschapsbeleid.

De Belgische wetgeving op het rijden onder invloed van drugs dateert van 1999. Om na te gaan hoe het handhavingsbeleid inzake drugs effectiever en efficiënter kan worden, financierde het Federaal Wetenschapsbeleid een onderzoek. Medewerkers van het BIVV en de vakgroep Klinische Biologie, Microbiologie en Immunologie van de Universiteit Gent onderzochten de nieuwe wetenschappelijke inzichten en de kennis over de toepassing van de wetgeving betreffende het rijden onder invloed van illegale drugs en het rijbewijs.

Op basis van een uitgebreide literatuurstudie en bevraging van verschillende instanties kwamen de onderzoekers tot de volgende vaststellingen en aanbevelingen:

1) Ongevallen onder invloed van drugs
In België zijn er geen recente gegevens beschikbaar over het aantal ongevallen die gebeuren onder invloed van drugs. Daarom zouden de resultaten van drugcontroles bij bestuurders die betrokken zijn bij een verkeersongeval moeten verzameld en verwerkt worden zoals dat gebeurt voor de alcoholcontroles. Tevens zouden in België systematisch drugcontroles moeten uitgevoerd worden bij alle bestuurders die betrokken zijn bij een dodelijk verkeersongeval, met als voorwaarde dat de toxicologische ongevallengegevens uniform en anoniem verzameld worden en betrouwbaar zijn.

2) Vaststelling van overtredingen
De politie ondervindt veel praktische problemen bij de vaststelling van overtredingen op het rijden onder invloed van drugs. De huidige procedure is tijdrovend en ingewikkeld. Ze bestaat uit drie delen: een testbatterij, een urinetest en een bloedproef. De eerste twee worden door de politie uitgevoerd. Bij de bloedproef gebeurt de bloedafname door een arts en wordt het staal door een erkend laboratorium onderzocht. Van 2000 tot 2004 bleef het aantal controles in België beperkt: er werden slechts 3.810 processen verbaal opgesteld.

In 86% van de gevallen was het bloedstaal positief, meestal voor cannabis of XTC. De onderzoekers stellen voor om onmiddellijk over te gaan tot de urinetest indien de bestuurder het gebruik van illegale drugs toegeeft, een arts te voorzien bij geplande controles, een gestandaardiseerde cursus over de toepassing van de procedure te ontwerpen voor de opleiding van politieambtenaren, en meer cursussen te organiseren.

3) Gerechtelijke vervolging
Bijna alle processen-verbaal die in de periode 2000-2004 werden opgesteld voor rijden onder invloed van drugs kregen een vervolg. Slechts 52 pv's werden door het parket geseponeerd en 110 personen werden op het niveau van de rechtbanken vrijgesproken. De meest voorkomende straf is de minimum geldboete van 200 euro (uitgesproken in 3.068 gevallen) en een verval van het recht tot sturen (in 3.012 gevallen).

De verschillende parketten geven echter verschillende opdrachten aan de politie inzake het gecombineerde gebruik van alcohol en drugs. Sommige parketten schrijven voor dat, na een positieve alcoholtest, er geen verdere testen naar druggebruik meer mogen gebeuren, andere parketten laten dit wel toe. Gecombineerd gebruik van alcohol en drugs verhoogt aanzienlijk het risico in het verkeer: een Franse studie toonde aan dat het risico om verantwoordelijk te zijn voor een dodelijk ongeval wanneer men rijdt onder invloed van een combinatie van cannabis en alcohol 14 keer hoger is dan wanneer men niet onder invloed is van deze stoffen. Dit risico is ongeveer het product van de risico's verbonden aan cannabis (1,8) of alcohol (8,5) alleen. Daarom zouden alle parketten best voorschrijven dat, wanneer er een vermoeden is van druggebruik door een bestuurder die al een positieve (of alarm) alcoholtest heeft afgelegd, er ook een drugtest wordt afgenomen.

4) Analysemethode en drempelwaarden
Een recente studie toont aan dat de invloed van cannabis langer duurt dan de detectietijd in het bloed, aangezien werkzame componenten van cannabis aanwezig kunnen zijn in die delen van de hersenen waarop ze invloed uitoefenen zelfs wanneer ze niet langer detecteerbaar zijn in het bloed. Daarom wordt aanbevolen om de huidige drempelwaarden voor drugs in het bloed te verlagen. Bovendien laten nieuwe analysetechnieken toe deze lagere waarden op een betrouwbare manier te bepalen.

Ook de analysetechniek voor het bepalen van het alcoholgehalte in het bloed is aan vernieuwing toe, indien men lagere waarden op een betrouwbare manier wil detecteren. Dit is met name van belang wanneer een verlaagde alcohollimiet voor beginnende bestuurders zou worden ingevoerd. Verschillende studies tonen aan dat een dergelijke verlaagde limiet het aantal alcoholgerelateerde ongevallen effectief doet dalen. Het opsporen van lagere alcoholwaarden stelt echter grotere eisen aan de analysemethode. De huidige wettelijke methode (de methode Casier-Delaunois) is daarvoor onvoldoende precies, zodat er nood is aan een nieuwe, gevoeliger en meer betrouwbare manier om het alcoholgehalte in het bloed te bepalen.