Cut the Crap: Europese jeugdfilms zonder gezever

crapAalst (redactie) Het Jeugdfilmfestival, dat tijdens de krokusvakantie loopt in Antwerpen en in Brugge, biedt zoals steeds een gevarieerd programma van tal van activiteiten en boeiende films. Met Cut the Crap richt het de schijnwerpers op Europese jeugdfilms met spraakmakende inhoud en vooral geen gezever.

In deze films wordt de nadruk gelegd op thema’s die jongeren aanbelangen. Hoe ga je om met werkloosheid in je omgeving, als je zelf nog op de schoolbanken zit? Hoe ontwikkel je een eigen identiteit, als je nog niet weet wat je worden wil? Hoe ga je om met ziekte, als je leven nog moet beginnen? Hoe kan je weten hoe je lief moet hebben, als je nooit het goede voorbeeld kreeg? Hoe verwezenlijk je je dromen, zonder teleurgesteld te worden? Hoe ga je om met armoede, als je nog niet weet wat het is om een eigen loon te verdienen? Kortom: volwassen worden, hoe doe je dat? In deze prenten worden de oogkleppen die de Hollywoodfilms opzetten bij jongeren voorzichtig weer afgezet.

Geen Belgische film

De vijf jeugdfilms op het programma van Cut the Crap tonen een gevarieerd aanbod van films en documentaires van Zweedse, Noorse, Ierse en IJslandse makelij die ook over de landsgrenzen heen identiteitsvorming en cultuuroverdracht in de hand werken. Wat meteen opvalt, is dat er geen enkele Belgische film vertoond wordt. “En dat is jammer”, klinkt het vanuit de organisatie van het Jeugdfilmfestival, “want ook wij zouden prachtige films kunnen maken voor een jonger publiek. Talent om zo’n productie te verwezenlijken is er in ons land genoeg.”

Imagoprobleem

Gelukkig werd er de afgelopen tien jaar in Vlaanderen al geschaafd aan dat beperkte aanbod. Zo waren er Blazen tot Honderd (1998, regie: Peter Van Wijk), De Kus (2004, regie: H. Van Mieghem), Bo (2010, regie: H. Herbots) of Little Black Spiders (2012, regie: P. Toye). Het zijn stuk voor stuk films die de strijd met de realiteit aangaan en een vinger op de wonde leggen. Jammer genoeg hebben Belgische films geen al te best imago. De films worden vaak getoond in een schoolse context waar ze besproken worden in de klas. Jongeren bestempelen ze dan nogal snel als ‘saai’, terwijl ze dat helemaal niet zijn. Daarnaast genieten deze jeugdfilms niet de bekendheid die ze verdienen in eigen land. In het buitenland doen ze het namelijk wel goed. Cut the Crap wil het bekendheids- en imagoprobleem waarmee de jeugdfilm in binnen- en buitenland sukkelt, aanpakken.

Het bekendmaken van zoiets als een jongerenfilm is belangrijk. Als er meer gesproken zou worden over een filmaanbod exclusief voor jongeren, zou er ook meer interesse zijn. Daarnaast bewijst het Cut the Crap-programma dat jeugdfilms ook naast een klaslokaal kunnen (over)leven. Het Jeugdfilmfestival zet met het Cut the Crap van deze 25e jubileumeditie alvast een hele grote stap in de juiste richting.

© 2013 – C.H.I.P.S. StampMedia – Annelies Gilis

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here