Aalst: Ilse Uyttersprot, een ‘iejte tsjeef ‘ aan de top van het carnaval.

archief mas
archief mas

Aalst (redactie/mas) Carnaval in Aalst is niet meer wat het vroeger was. Dat hoor je veel Aalstenaars zeggen. Ze maken zich zorgen om de ‘echte Aalsterse’ sfeer van de spot. Zoals alleen Aalstenaars dat kunnen. Iemand ‘zèn saas’ geven en toch vrienden blijven. Iemand verwijten als Voil Janet, en toch een pint terugbetaald krijgen. Ook Ilse Uyttersprot(CD&V) ziet als politiek verantwoordelijke dat het carnaval verandert. Maar maakt zich wat de sfeer betreft niet direct zorgen. “Elke tijd is anders” verklaarde ze aan Belg.be.

Als klein meisje zakte ze de Moorselbaan af met haar papa Raymond en mama Suzanne. Naar de winterfoor en de zondagstoet. Het was als kind van het bloemendorp Moorsel haar eerste ervaring met het grootste feest van de Aalstenaars. Als carnavaliste werd ze niet opgevoed. Zeker niet. Burgemeester Raymond was streng voor zijn dochter. Schrik van de boze wereld van de grote stad. Ze liep ook school bij de nonnen van Gijzegem. Ver van het centrum van Aalst. Ver van de dagelijkse voorbereiding van carnaval dat de stad maanden in de ban houdt.

En dan word je gemeenteraadslid op je 21. Na een moeilijke politieke periode, maar zeker ook familiaal. Wie geeft graag zijn vader af als het leven begint en je hem echt nodig hebt voor een inhoudelijke babbel? Uyttersprot leert als jong gemeenteraadslid het Aalsters carnaval anders kennen. Ze huwt met een grote carnavalist, Frank Van Impe. Vandaag voorzitter van Lotjonslos. Ze wordt een inwoner van Aalst-centum. En alsof de carnavalsmicrobe nog niet dicht genoeg is genaderd, ze stichtten een losse groep, ontstaan binnen de CVP-jongeren. “De Iejte Tsjeeven”. What’s in a name. “Een prachtige tijd, we hebben ons goddelijk geamuseerd”. Je ziet ze nog nagenieten als ze vertelt over de tijd met de vrienden van toen. Er zijn toen banden gesmeed tot op vandaag. Met Lisa-Bart Van Lysebeth, Patrick Van de Velde, Maarten Blommaert, Luc Willems,… Ook al zijn sommigen hun politieke wegen anders gelopen. De carnavalsmicrobe heeft Uyttersprot voor goed te pakken.

En dan heb je op een dag de job van je leven: burgemeester. Anny De Maght had de bevoegdheid naar zich toegetrokken. Het zou Anny geen windeieren leggen. Iedere politicus ontdekte dat carnaval een electorale vijver is waar lekkere vette vis zit. En ook Ilse wordt als burgemeester bevoegd voor carnaval. Drie dagen per jaar feestburgemeester. Al kent ze er de andere dagen van het jaar ook wat van…

Als burgemeester leert ze het carnaval van binnen en van buiten kennen. Ze ontdekt het voor van carnaval, maar ook het na. Het goede en het slechte. Ze luisterde, luisterde, luisterde. Ze heeft uren overlegd met carnavalisten, ingeschreven groepen, de losse groepen, met prinsen van de Caemere. Met prinsen van de Garde. Ze leert er heel toffe mensen kennen. Er is geen actor in de carnavalswereld of Ilse heeft er naar geluisterd, met gesproken. ‘Carnavalist tot in de kist’, een soort carnavalsvakbond, wordt nauwer betrokken. En er is de adviesraad Feestcomité. Een adviesraad, een werkraad. Met harde werkers. Met mensen die leven voor hun Feestcomité. En dat het al eens botst, ja, ook dat is Aalst. Ook dat is carnaval.

Ilse Uyttersprot wordt in Vlaanderen als burgemeester misschien wel de grootste promotor van het Aalsters carnaval. “Ik ben altijd op mijn tenen getrapt als de rest van Vlaanderen minachtig doet over ons carnaval. Ik heb het steeds verdedigd. Met hand en tand.” aldus de schepen. “Teveel mensen in Vlaanderen zien het als een feest van drie dagen. En kennen dan alleen maar de beelden van op televisie of wat de kranten schrijven. Maar dat de zondagstoet een bekroning is van een heel jaar hard werken, een heel jaar zich hard inzetten voor de groep, dat zien ze niet. De zondagstoet is zoals een sportman die een heel jaar werkt naar het wereldkampioenschap toe… De zondag van carnaval is het wereldkampioenschap van de carnavalgroepen.”

 images (57)

Ze is op dreef. Een beetje cola om de keel te spoelen. Even de deur te goei toetrekken dat we niet gestoord worden. En de promotiemachine van carnaval Aalst draait. “Mensen beseffen buiten Aalst niet dat carnaval belangrijk is voor het verenigingsleven. Voor het middenveld. Carnaval is mensen samenbrengen. Een heel jaar lang. Week in week uit. Het is zoveel meer dan die drie zotte dagen op de Markt.”

Als ze zegt Aalst, bedoelt ze echt wel het historische Aalst 9300 van voor de fusie. “Ik word in de Faluintjes aangesproken door mensen die denken dat ik nu wel gelukkig zal zijn dat ik mij niet meer met carnaval moet bezighouden.” Ze lacht zoals alleen Ilse in Aalst kan lachen. “Na zoveel jaren fusie snappen velen het in de deelgemeenten nog altijd niet. Zuchtje. Ze zien het sociaal aspect niet van het feest. Er zijn zoveel elementen die voor te veel mensen onbekend zijn.”

Samen komen we tot de conclusie dat het misschien wel onze eigen fout is, die van de Aalstenaars en de carnavalisten zelf. “We moeten onze carnaval beter verkopen naar de buitenwereld. En het zal nodig zijn als we onze zondagstoet zoals die nu is, willen behouden. Groepen kunnen dat met de bestaande prijzenpot van de stad niet langer dragen. Ik maak me daar zorgen over. Ik wil daar over nadenken naar de toekomst toe…” (lees morgen in deel 3, de toekomst van carnaval).

Aalst Carnaval is Unesco-erfgoed. “We zijn niet minder dan den Ommeganck van Dendermonde. Niet minder dan de Bloedprocessie van Brugge. Het is anders. Uiteraard. Maar niet minder. En toch wordt het nog te weinig naar waarde geschat in Vlaanderen. Daar zullen we samen met de carnavalwereld over nadenken. De komende jaren moet het beleid daar verandering in kunnen brengen. De Aalsterse carnavalisten verdienen waardering. Niet meer of niet minder.”

(Morgen deel 3: Carnaval Aalst maakt een scharnierperiode mee)

 

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here