Het is vandaag Verloren Maandag, behalve in Aalst

images (38)

Aalst (redactie/mas) Verloren maandag is eenVlaamse traditie, over het algemeen op de maandag na de zondag na Driekoningen. Deze traditie is vooral hardnekkig in de provincie Antwerpen, in typische Brusselse kroegen en in Doornik gebleven. In Aalst (Oost-Vlaanderen) valt (viel) Verloren Maandag begin oktober. Er werden ‘hete broodjes’ gegeten: broodkoeken nog warm uit de oven.

Het is Op veel plaatsen in Vlaanderen en vooral in de provincie Antwerpen de traditie om op die dag wordtenbroden en appelbollen te eten. In Brussel krijgen de vaste klanten op Lundi perdu hun nieuwjaar, lees gratis consumptie.

Over de herkomst van dit gebruik doen vele verhalen en stadslegendes de ronde, het ene al wat accurater omspringend met de historische informatie dan het andere. Op basis van historische feiten kunnen wel een aantal zeer waarschijnlijke hypotheses naar voor worden geschoven.

De eerste “Verloren Maandag” komen we tegen in 1730, te Leuven. Ook hierbij zou het gaan om een dag die “verloren” was: er werd niet gewerkt, omwille van de feestelijkheden ter gelegenheid van de eedaflegging der ambtenaren. Dergelijke plechtigheden werd (in Antwerpen) soms gevolgd door een feest. Om dat feest voor de stad betaalbaar te houden, kreeg men een goedkoop vleesbroodje te eten. Aangezien de ambtenaren de rest van die dag niet meer werkten, werd die dag al gauw “Verloren Maandag” gedoopt.

Een variant op dit verhaal wil dat de in vroegere tijden erg machtige gilden rond het begin van de 18de eeuw hun nieuwjaarsfeest organiseerden op “Verloren Maandag”. Een ganse dag werd er gevierd, en kwamen de ambachtslui niet aan werken toe. Ook het voorlezen van gildeboeken, met daarin de rechten en plichten der ambachtslui, zou tot een “Verloren Maandag” geleid hebben.

Hierna, zo wordt gesteld, zou de patroon zijn gildeleden immers op een borrel vergast hebben. Dit gebruik was naar verluidt vooral in Antwerpen in zwang. In andere gemeenten gingen gildeleden van deur tot deur de nieuwjaarswensen aanbieden, in naam van hun patroon.

Het lijkt vrij veilig te veronderstellen dat ook dit aanleiding gaf tot herbergbezoek en werkverzuim. In andere gewesten gelden voor soortgelijke dagen andere benamingen: “weversmaandag” in de Westhoek, of Koppermaandag in Nederland. “Kopperen” had namelijk de betekenis: “zich tegoed doen aan spijs en drank”.

Dit drukke herbergbezoek bracht de herbergiers mogelijk op ideeën. Zo zouden zij nagestreefd hebben hun klanten zo lang mogelijk in hun zaak te houden, onder meer door te zorgen voor een (zout en dorstaanwakkerend) hapje. In samenwerking met slagers en bakkers trakteerden ze hun klanten dan ook op gebraden vlees en versgebakken brood. Om het goedkoop te houden, gebruikte men vooral vette vleessoorten, verwerkt tot worst en verpakt in deeg. De herbergbezoekers aten de worst, en het van vet doordrongen brood werd aan de hond gegeven.

Verloren Maandag in Aalst.

De Aalsterse traditie zou voortvloeien uit het gebruik begin oktober de petroleumlampen in de fabrieken schoon te maken en te vullen omdat er wegens het korten van de dagen stilaan bij kunstlicht moest gewerkt worden. Daardoor kon er die dag niet gewerkt worden en kregen de arbeiders ook geen loon: een verloren maandag dus. De traditie hield het langste stand in de wijk De Kat (Vredeplein), met hun Kattekermis, maar is nu volledig uitgestorven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here