Waarom kalkoen met Kerstmis?

Aalst (redactie/mas) Hebt u er al eens bij stilgestaan waarom er traditioneel kalkoen op het menu staat als we Kerstmis vieren? Er gaat wel een stukje geschiedenis aan vooraf.

De naam is zogenaamd verbonden met de afkomst van het beestje: in het Frans is dat zonneklaar: dinde (‘uit India’). Bij ons is het een samentrekking van de Indiase stad Calcutta en hoen (kip) ‘Calicut-hoen. Vreemd genoeg komt de kalkoen  voor de Engelsen uit Turkije (turkey) en voor de Portugezen uit Peru (peru). In werkelijkheid klopt geen van voorgaande verklaringen: de kalkoen is een soort van hoen (kip) die zich miljoenen jaren geleden zelfstandig ontwikkelde bij de Azteken en de Maya’s.

De naamsverwarring valt toch logisch te verklaren. Immers, toen Columbus voet op Amerikaanse bodem zette, dacht hij India ontdekt te hebben. Hij zag er de onbekende hoen en het verband tussen India en deze vogelsoort bleef hangen. Engelse handelaars deden in de 16de eeuw in de Levant zaken.

De eerste Europeaan die een kalkoen zag, was Christoffel Columbus. Toen hij in 1492 Amerika (her)ontdekte, dacht hij te landen in India. Hij noemde de onbekende vogel tuka , het woord dat de zuid-Indiase Tamils gebruiken voor pauw. Het nieuwe continent stond lange tijd bekend als West-Indië, vooraleer de naam Amerika de overhand nam. De connectie tussen India en de grote hoenders bleef hangen.

Het was de Spaanse conquistador Hendando Cortès die tijdens zijn roemruchte verovering van Mexico in 1519 kalkoen leerde smaken. Hij kreeg er een gerecht geserveerd dat er nu bekendstaat als mole poblano : kalkoen in chocoladesaus. Cortès stuurde een aantal levende exemplaren naar Spanje, waar kalkoen als alternatief voor gans een plaats verwierf op het menu van staatsiebanketten. Ook het Portugese hof leerde kalkoen waarderen – maar daar dachten ze verkeerdelijk dat deze grote kippen uit een ander indianenrijk kwamen, dat van de Inca’s. Vandaar de naam peru in het Portugees.

Engelse handelaars in het Middellandse Zeegebied stuurden in 1530 kalkoenen naar huis, waar ze snel eenzelfde bevoorrecht plaatsje veroverden op het menu van de adel. De oevers van de Middellandse Zee, de Levant, stonden indertijd grotendeels onder controle van het Ottomaanse Rijk, en deze handelaars werden daarom ,,Turken” genoemd. De naam sloeg over op de hoenders die ze meebrachten naar huis, vandaar turkey .

 De Pelgrim Fathers waren religieuze extremisten die bij het begin van de 17de eeuw Engeland ontvluchtten en in Noord-Amerika ‘Nieuw Engeland’ stichtten. Zij voerden de traditie van het kalkoen eten op Thanksgiving Day  in op de vierde donderdag van november. Dan wordt God bedankt voor de goede oogst.
De jacht op wilde kalkoenen werd bijzonder populair onder de kolonisten, want hij vergt het uiterste van een ruiter: een wilde kalkoen spurt met gemak tot 45 kilometer per uur, en vliegt over korte afstanden tegen de dubbele snelheid. Bob Dylan schreef daarover in 1973 het mooie deuntje Wild Turkey Chase voor de film Pat Garrett & Billy the Kid, e en sfeerbeeld van de Far West in de tweede helft van de 19de eeuw. Ei zo na roeide de jacht de wilde kalkoenen helemaal uit – maar sinds de jaren 1930 hebben beschermende maatregelen het beest terug op een voetstuk geplaatst.
Hoe kwam de kalkoen dan op ons bord terecht? Hoewel de jezuïeten de vogel reeds in de 16de eeuw bij ons introduceerden en hij reeds hier en daar met Kerstmis gegeten werd, werd hij nooit echt populair. Het duurde tot vorige eeuw vooraleer de kalkoen bij ons hoge toppen begon te scheren voor het kerstfeest.
De aanzet werd gegeven door de Amerikaanse bevrijders aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. De Amerikanen die begrijpelijkerwijze in hoog aanzien stonden, introduceerden hun eet- en leefcultuur en brachten behalve sigaretten en chocolade ook kalkoenen mee. Vermits het voor hen een feestgerecht was (en is) werd het op deze manier ook bij ons een traditie.
Omdat het een grote, dikke vogel is en hij dus vele monden kan spijzen, bleek hij bijzonder geschikt voor familiefeesten.
Vanwaar de connectie met Kerstmis? Weerom onder invloed van de bevrijders. Vóór de Tweede Wereldoorlog was Kerstmis weliswaar een kerkelijke feestdag, maar die werd helemaal niet zo uitgebreid gevierd als tegenwoordig. Die hype rond Kerstmis als groot familiefeest zien we pas opduiken in de jaren ’70, toen gezelligheid een plicht werd.

De prille vijftiger Scholliers beschrijft in tal van boeken de snel veranderende eetgewoonten in de 19de en 20ste eeuw. Vlees bleef heel lang zo duur dat het bij gewone mensen zelden of nooit op tafel kwam. Na de oorlog, maar eigenlijk bij ons pas vanaf de jaren ’60, zien we nieuwerwets eten opduiken, eerst bij de rijke mensen en daarna ook bij de arbeiders. Een nu heel courante vis als zalm kennen we nog maar dertig à veertig jaar.

Chocolade was vroeger ook onbekend bij gewone mensen – ook daar brachten de bevrijders verandering in. Zij, en vooral hun Hollywoodfilms, brachten een globalisering van onze smaak op gang. IJsroom is daarvan een ander voorbeeld. En in die trend naar modieuzer eten paste ook de kalkoen als kerstgerecht. We namen gewoon het menu over van Thanksgiving Day.

Wat aten we dan voordien op feesten? Kip, en op zeer speciale feesten gans. Vanaf het einde van de 19de eeuw werd dat betaalbaar voor de betere momenten. De Brusselaars staan sindsdien niet voor niets bekend als kiekenfretters.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here