Verdi’s Requiem in Bozar Brussel: schitterend

Requiem van Verdi, titelblad.
Requiem van Verdi, titelblad.

Aalst (redactie) Wie wil weten hoe luid een voltallig symfonisch orkest én een dubbel gemengd koor samen kunnen klinken, moet naar het Requiem van Giuseppe Verdi (1813-1901) gaan luisteren… in een onverbiddelijke,  maar uitzonderlijk goede akoestiek zoals de Henry Le Boeufzaal van het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) te Brussel.

Het Brussels Philharmonic, het Vlaams Radio Koor en het Octopus Symfonisch Koor (voorbereid door Bart Van Reyn) waagden zich aan dit repertoirestuk van formaat – meer dan tachtig minuten muziek. Mét succes, dankzij de knappe, innemende en enthousiasmerende leiding van Michel Tabachnik die hiermee een puike parel toevoegt aan zijn al niet te onderschatten palmarès.

Dit is een evenement dat je moet be-leven, letterlijk: live in de zaal. Thuis gaat dat niet, tenzij je ruzie wil met de buren en/of permanente schade aan je gehoor. Ik heb er maar één woord voor: tonitruant, van het latijn tonitruare – het geluid dat de donder maakt, maar dan wel een muzikale donder. U raadt het misschien. Van bij het begin – de dood van Rossini op 13 november 1868 – stelde men zich de vraag of een notoire vrijdenker als Verdi wel goede religieuze muziek kon schrijven. Pro’s en contra’s voor deze “halve brok opera” waren dus legio en zijn dat nog steeds. Maar de befaamde Weense criticus Eduard Hanslick wist in de negentiende eeuw al (bijna) iedereen de mond te snoeren: “Wat een componist van een Requiem of een Stabat Mater maakt, is een vrij kunstwerk dat bestaat omwille van zijn eigen artistieke kwaliteit en schoonheid en niet omwille van zijn nut voor de Kerk”. Voilà!

Het is inderdaad very much bel canto en bij wijlen weinig religieus. Dat laatste is wel relatief, want de tekst van de Gregoriaanse dodenmis wordt letterlijk gevolgd en zeer expressief tot uiting gebracht. Meteen een voorbeeld. Het Kyrie is dan wel een smeekbede (Heer, ontferm U over ons), maar op die manier gecomponeerd en gezongen dat God die smeekbede eigenlijk niet kán weigeren…  De donderende passages, met grote trom en knappe tegentijden, geven ons een idee van wat ons in de hel te wachten staat. Allen daarheen, zou ik zeggen, want dit is hemels!

Tot op het bot

Deze muziek gaat tot op het bot. Rillingen, tranen, kippenvel…  In Bozar hangt de juiste ‘mood’. Op een paar winterse hoestbuiten na, houdt het publiek de adem in. Op één enkele zeer korte onderbreking na, krijgt ook niemand de kans om veel te storen: Tabachnik gaat er als een wervelwind tegen aan en als een ware ‘dueño’ (grote baas) brengt hij een ware ‘duende’ (betovering) tot stand. Hij dirigeert van a tot z uit het hoofd. De muzikanten en zangers volgen hem graag. Op elk moment geeft hij messcherp aan wie ‘aan de beurt’ is en hoe het moet.

Onbekend?

De solisten zijn bij het grote publiek niet erg bekend. De Duitse Katrin Kapplusch evolueerde van het lyrische naar het dramatische repertoire. Ze verdiende haar strepen met rollen in Aida, Tosca, Don Carlo, Tannhauser, Turandot en, jawel, met dit Requiem van Verdi.

Mezzosopraan Natascha Petrinsky werd geboren in Wenen, studeerde eerst rechten en pas daarna zang. Ze zong talrijke rollen in werk van Verdi, Wagner, Bruckner en Mahler. Ze is vanavond mooi, maar weinig religieus gekleed als… een zeemeermin, wat ons bij de bas Fischesser brengt (grapje).

Christof Fischesser werd geboren in Wiesbaden en studeerde in Keulen en Frankfurt. Hij is actief als concert- en operazanger en zong onder de leiding van topdirigenten als Nagano, Barenboim, Abbado…

De Amerikaanse tenor Chad Shelton meet zich een beetje Pavarotti-allures aan en ook hij timmert aan een carrière met een zeer breed spectrum, vooral in Amerika maar o.a. ook in Frankrijk.

Deze vier solisten vullen een zaal met hun stem, ook solo. Wat ons er even aan herinnert wat voor een atletische prestatie die zangers telkens opnieuw neerzetten. Indrukwekkend.

Het levensverhaal van Michel Tabachnik leest als een roman, maar dit is niet de plaats (noch de ruimte) om dit uit de doeken te doen. Zoals gezegd: een zeer innemend personage met een groot hart voor muziek…

Al bij al een fantastisch evenement dat licht bracht in deze duistere dagen. Geen valse bescheidenheid. Deze uitvoering van het Requiem van Verdi staat niet mis in het rijtje met Carlos Paita in Londen (1975),  John Eliot Gardiner, op historische instrumenten, toevallig eveneens in Londen (1995) en Antonio Pappano, ‘live’ in Rome (2009).(Milo Derdeyn)

Voor wie een opname in huis wil halen, raden we de meest recente aan, vanwege een toch wel grote technische evolutie in pakweg 37 jaar tijd (EMI  6-98936-2).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here