Composteren… Wat is dat voor een beest…

Composteren is een versnelde vorm van het natuurlijke verteringsproces, waarbij het er op neerkomt de micro-organismen en wormen die voor de afbraak zorgen goed te voeden en te verzorgen. Dit betekent: de organische afvalstoffen goed mengen en ervoor zorgen dat er voldoende vocht en lucht aanwezig is. Hoe gaan we te werk? Net zoals compostvaten zijn compostsilo's uit plastic gemaakt.

Compostsilo's hebben een iets groter volume dan een compostvat en ze zijn verkrijgbaar in de handel. Ze hebben meestal een vierkant grondvlak maar beschikken niet over een geprofileerde bodemplaat. De luchttoevoer gebeurt via openingen in de zijwand. Een beluchtingsstok wordt meestal niet bijgeleverd. Om de luchttoevoer te verzekeren kan je de compostsilo op een palet plaatsen. Als je bij het gebruik van een compostsilo de basisprincipes van het composteren respecteert, zal het verteringsproces er even goed verlopen als in een vat of een bak en zal de kwaliteit van het eindproduct aan je verwachtingen voldoen.

Draadconstructies
Een aantal merken bieden open draadconstructies aan als compostbak. Een goede verluchting is op het eerste zicht een pluspunt. Bij het gebruik zal je echter snel merken dat de buitenste 10 – 15 cm van de compost uitdroogt. Het aanbrengen van een geperforeerde plasticfolie kan een oplossing bieden of je kan langs de windzijde een karton plaatsen. Tegen de tijd dat dit karton zelf verteerd is, is ook de compost aan omzetten toe.
Draadconstructies zijn vooral geschikt om bruin materiaal in op te slaan: droge herfstbladeren, houtsnippers enz. die je stelselmatig bijmengt bij het grasmaaisel en keukenafval in je vat of bak.

De composthoop
De composthoop is de oudste manier van composteren. Het lijdt geen twijfel dat het composteren veel duizenden jaren geleden zelfs is ontstaan uit het inzicht dat planten beter groeiden op de plaats waar men afval op een hoop wierp.
Wees echter niet zo 'primitief' om al je afval zo maar losweg op een hoop te verzamelen en te wachten tot de geschiedenis zijn werk doet. Het eindresultaat zal lang op zich laten wachten en van bedenkelijke kwaliteit zijn. Het is precies de bedenkelijke kwaliteit van het product – compost kunnen we het eigenlijk niet noemen – uit deze mestputten, messings en ongecontroleerde hopen, die compost bij velen een slechte reputatie heeft bezorgd: vol onkruidzaad, stinkend, voedselarm, lokmiddel voor ongedierte en noem maar op.

Niets van dat alles in een echte composthoop die je met evenveel zorg opzet en die je net als een compostvat of een compostbak gewetensvol opvolgt. De compostpioniers die de voorbije decennia het composteren tot kunst én wetenschap hebben verheven, werkten allen met hopen. Ook de professionele composteerders die vandaag ons GFT- en groenafval verwerken tot hoogwaardige kwaliteitscompost doen dat op hopen.

Waarom dan niet steeds op hopen werken? Compostvaten en -bakken zijn er gekomen uit de bekommernis dat een huisgezin dat wekelijks niet meer dan een paar emmertjes of enkele kruiwagens keuken- en tuinafval verzamelt, te weinig materiaal heeft om er een goedwerkende composthoop mee op te zetten. De kleine hoeveelheden zijn onvoldoende om in open lucht een temperatuurstijging te veroorzaken. Ze trekken ongedierte aan en de voedingsstoffen worden bij iedere regenbui verder uitgespoeld.

Een composthoop opzetten doe je beter in één keer. Je maakt hem voldoende groot zodat er warmteontwikkeling plaatsvindt en je mengt de verschillende materialen zodanig met elkaar dat overal in de hoop een correcte vochtigheid en luchtigheid heersen. Je kiest voor een composthoop als je meerdere kubieke meter materiaal in één keer te verwerken hebt, een massa herfstbladeren, een berg versnipperd snoeihout en enkele kruiwagens stalmest bijvoorbeeld, teveel voor je bakkensysteem. Je verwekt alles tot een paar kubieke meter prima compost die goed van pas komt als je een grote groentetuin hebt.

Een composthoop zet je zo recht mogelijk op, eventueel geholpen door een paar tijdelijke zijwanden, om een maximaal volume te plaatsen op een minimaal oppervlak. In krijgt dan een trapeziumvormige doorsnede. Lengte en breedte van je hoop hebben weinig belang, ze worden vooral bepaald door de beschikbare ruimte. Beperk je in de hoogte tot anderhalve meter. Gebruik je veel groen materiaal, hou het dan wat lager. Verwerk je veel bruin materiaal, dan kan je iets hoger gaan. Ook hier zal vooral de ervaring je leren wat in jou geval de juiste maten en wachttijden zijn. Omdat je bij het opzetten van een composthoop meteen voor een goede vermenging zorgt van bruin en groen materiaal zal omzetten niet zozeer nodig zijn om het verteringsproces te starten maar eerder om te verluchten en een homogeen eindproduct te bekomen.

Een laag extra grof materiaal onderaan bevordert de luchtdoorstroming. Binnenin je hoop kan de temperatuur zo hoog oplopen dat hij te droog wordt, bij gebrek aan bescherming kan de buitenkant vooral langs de windzijde uitdrogen.

Onderaan de hoop wordt de luchtdoorstroming bemoeilijkt door de druk en de bovenste 30 cm houden de regen vast van de voorbij weken en maanden. Omzetten loont dus. Doe het minstens een paar maand voor je de compost wil gebruiken. Zet je composthoop op een beschutte plaats zodat hij niet te lijden heeft van uitdrogende wind en hevige stortvlagen.
Auteur: VLACO, Vlaamse Compostorganisatie vzw Bron: http://www.detuingids.be

LAAT EEN REACTIE ACHTER