UNIZO / MODE UNIE vragen correcte naleving sperperiode

Morgen 6 december start de sperperiode. Door toedoen van een arrest van het Hof van Cassatie van 2 november 2012 is er heel wat verwarring ontstaan rond de rechtsgeldigheid van de Belgische wetgeving op de sperperiode, maar vooralsnog blijft de sperperiode wettig. Dat benadrukken UNIZO en MODE UNIE in een persbericht. Ook ministers Vande Lanotte en Laruelle onderstreepten eerder het belang van het behoud van de sperperiode. Dat is de periode voorafgaand aan de solden, waarin geen prijsverminderingen mogen worden aangekondigd of geafficheerd. Minister Vande Lanotte hamerde ook op verscherpte controles op zogenaamde nepkortingen. De sperperiode heeft tot doel de eerlijke concurrentie tussen de grote ketens en de detailhandel te garanderen en zorgt voor het behoud van een gediversifieerd winkellandschap.

De discussie draait om de hamvraag of de Belgische sperperiode de bedoeling heeft om consumenten te beschermen, dan wel om de eerlijke concurrentie tussen handelaars onderling te vrijwaren. Als de sper de bedoeling heeft om consumenten te beschermen, dan is ze ongeldig. Het oordeel dat het Hof van Cassatie over de sperperiode velde, was gebaseerd op een wet uit 1991. Die wet is gewijzigd in 2010 en over die nieuwe wet sprak het Hof van Cassatie zich niet uit. MODE UNIE en UNIZO stellen dat de Belgische wetgever bij de wijziging van de ‘oude’ WHPC (Wet Handelspraktijken) in de nieuwe WMP (Wet Marktpraktijken), met betrekking tot het behoud van de sperperiode, de uitdrukkelijke bedoeling heeft gehad om kleine modezaken te beschermen tegen grote ketens. Dat het artikel zelf die sperperiode viseert, ongewijzigd is gebleven ten aanzien van de ‘oude wet’ verandert daar niets aan. De wetgever heeft in de voorbereidende stukken van de nieuwe wet, betreffende de verenigbaarheid van de sperperiode met Richtlijn 2005/29/EG, uitdrukkelijk verklaard dat het verbod om tijdens een periode die de solden voorafgaat aankondigingen van prijsvermindering te doen, tot doel heeft de verkopers zelf te beschermen tegen handelspraktijken van andere verkopers. Als zodanig valt het verbod buiten het toepassingsgebied van Richtlijn 2005/29/EG, gezien deze enkel van toepassing is op handelspraktijken jegens consumenten. Volgens het Europese Hof van Justitie is (enkel) een sperperiode die ook tot doel heeft de consument te beschermen, een inbreuk op de rechtlijn oneerlijke handelspraktijken.

Steun minister Laruelle en Minster Vande Lanotte voor behoud sperperiode

Zowel Minister Laruelle als Minister Vande Lanotte volgen de redenering van MODE UNIE en UNIZO en hebben de motivatie van de sperperiode om de overlevingskansen van kleinere modezaken te vrijwaren nogmaals onderstreept. KMO-minister Sabine Laruelle liet verstaan dat de sperperiode niet onmiddellijk zal verdwijnen. Minister Vande Lanotte heeft bovendien benadrukt dat – los van de controles op de sperperiode op zich – hij opdracht heeft gegeven aan de FOD Controle en Bemiddeling om de winkels die tijdens de sperperiode toch kortingen aankondigen, streng te controleren op lokvogelpraktijken en nepkortingen. Sommige ketens kondigen grote kortingen aan en verwijzen hierbij helemaal niet of naar fictieve oude prijzen. Op die manier wordt de consument misleidt.

Voor alle info: www.unizo.be/sperperiode

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here