Chronisch moe na borstkanker

Vrouwen die met succes aan borstkanker worden behandeld, kunnen nog tien jaar later last houden van chronische moeheid. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek waarvan de Amerikaanse Kankervereniging maandag de uitkomsten publiceerde.

"Moeheid wordt erkend als een van de meest voorkomende en uitputtende bijverschijnselen van kanker en zijn behandeling en kan een belangrijke impact hebben op de levenskwaliteit van de vrouw'', aldus een van de onderzoekers. Meer dan een derde van de onderzochte vrouwen had vijf tot tien jaar na de eerste diagnose nog last van moeheid. "Maar er is hoop. Bij de studie is ook gebleken dat verbetering ook tien jaar na de diagnose nog mogelijk is'', aldus de onderzoeker.

Bloedarmoede.

Mogelijke factoren die een rol spelen in deze vermoeidheid zijn de kankerbehandeling, medicatie, bloedarmoede, gewichtsverlies, veranderingen in de stofwisseling, verlaagde hormoonspiegels, emotionele stress, slapeloosheid, inactiviteit, vermindering van eetlust, pijn, infectie en het hebben van andere medische aandoeningen naast de kanker.

Vaak gaat kanker gepaard met bloedarmoede doordat het lichaam niet voldoende rode bloedcellen of hemoglobine heeft. De meeste chemotherapeutische geneesmiddelen verminderen het vermogen van het beenmerg om rode bloedcellen aan te maken. Bij sommige patiënten kan radiotherapie of de kanker zelf het aantal rode bloedcellen sterk doen afnemen.

Elk jaar worden in België zo'n 6.000 nieuwe borstkankers vastgesteld en sterven ongeveer 2.000 vrouwen aan de gevolgen ervan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER