Aalst: Het verdriet en de hoop van Patrick De Smedt (SP.A)

Aalst (redactie/mas) Belg.be geeft nu en dan het woord aan derden. Vandaag nemen we de toespraak over  van OCMW-voorzitter Patrick De Smedt uit Aalst. Hij was één van de SP.A-boegbeelden om niet mee te besturen met het voorliggend akkoord in Aalst. Hij sprak deze woorden op de A.V. vorig maandag.

Vrienden en Kameraden,

Als nu nog bevoegde schepen heet ik jullie welkom in de Brug. Zoals jullie weten ben ik zeer gehecht aan ons Volkshuis op de Houtmarkt. Ik ben trots op de geschiedenis die er werd geschreven, op de woorden die er door vele bekende en niet-bekende socialisten werden gesproken.

De inzet is en blijft altijd dezelfde en draait om die ene cruciale bekommernis: hoe kunnen we de samenleving zo organiseren dat iedereen een respectvol, menswaardig en kwalitatief leven kan uitbouwen? Wij socialisten maken vanuit die fundamentele vraagstelling een belangrijk verschil.

We vergaderen vanavond in ontmoetingshuis de Brug, één van de realisaties die sp.a vanuit die bekommernis hier kon neerzetten. De Brug werd ondertussen een ankerpunt in de stad, op een plek die in alle beleidsplannen een “achtergestelde buurt” blijft heten, maar die wij sterk waarderen als onze rechteroever, waar ik geboren ben.

De Brug is een huis voor cultuur, ontmoeting, debat, vorming, integratie… een plek om samen te komen, om samen te eten, samen te feesten, … en vandaag voor ons: voor bekommerde socialisten om zich samen over de essentie van het plaatselijk socialisme en de verhouding tot het voorliggend bestuursakkoord uit te spreken.

Dit is duidelijk niet onze gemakkelijkste bijeenkomst en dit wordt ook niet mijn gemakkelijkste toespraak. Laten we er geen doekjes om winden: de socialistische ploeg staat hier vandaag niet eensgezind voor de leden. En, – laat ik voor mezelf spreken – dat doet pijn. We zijn er de voorbije dagen niet in geslaagd het debat sereen te blijven voeren, het ging scherp, soms te scherp. Het ging persoonlijk, soms te persoonlijk.

Sommige grepen zelfs naar oude methodes – ik wil hier niet het woord “wapens” gebruiken. Ik hoorde en las de meest onwaarschijnlijke verwijten. Er werd niet meer met mekaar gesproken. Alsof polariseren de oplossing voor het debacle zou kunnen zijn.

Het “optrommelen” van leden – het was lang geleden – werd opnieuw georganiseerd. Ik heb het alvast niet gedaan. Ik heb ook geen publieke verklaringen afgelegd. Vanavond, na veel twijfel kan ik u zeggen: ik sta niet aan de éne, noch aan de andere kant.

Ik sta aan jullie kanten, ik sta aan de kant van wat hopelijk best is voor de socialistische beweging in Aalst. Ik sta hier wellicht voor een zaal met vele vooraf beïnvloede en bevooroordeelde leden afhankelijk van de realisaties en de uitleg die men kreeg.

Toch wil ik samen met u de mogelijke pistes overlopen. Ik hoop op jullie luisterbereidheid. Uiteindelijk zullen we vandaag beslissen over belangrijke, koersbepalende wendingen in het bestuur van onze stad en in de evolutie van de lokale sp.a afdeling. Sp.a dat – weet u nog? – staat voor Sociaal Progressief Alternatief. Twee vragen zijn cruciaal.

1. Is het wenselijk dat de sp.a toetreedt tot de Aalsterse coalitie zoals die vandaag voorligt?  met nv-a en cd&v?

En: 2. Kunnen we in het voorliggend (raam)akkoord de essentie van onze socialistische  overtuiging waarmaken? Laten we ons even losmaken uit onze vooroordelen en vooringenomenheid, van eventuele persoonlijke belangen. Laten we met enige afstand naar de voorbije weken kijken. Zonder taboes, met een eerlijke blik en met de bedoeling tot een eerlijk antwoord te komen op hoger gestelde vragen.

Daarom wil ik vanuit mijn aanvoelen en beleving, ook het verhaal van de recente coalitievorming schetsen. Een oordeel vormen op grond van wat er in de media is verschenen en wat er aan de toog en in de wandelgangen van het stadhuis wordt verteld is in deze niet verantwoord. Ieder heeft het recht op zijn mening – ik zal de eerste zijn om die te respecteren – maar ze moet gestoeld zijn op waarheidsgetrouwe informatie.

Laat ons ten gronde gaan, en de dingen benoemen zoals ze zijn, hoe moeilijk en – op sommige punten – , hoe pijnlijk ook. Even terug naar de pre-verkiezingstijd. In lokale verkiezingen – en dat is een nuance met verkiezingsrondes op andere niveaus – gaat het er hoofdzakelijk om te participeren in het bestuur. Ik hoor het onze betreurde kameraad Hooghuys nog zeggen: “We moeten vooral zorgen dat w’erbij zijn om zo te kunnen wegen op het beleid.”

Dit klopte jarenlang voor de coalities gevormd tussen 2 of 3 van de traditionele partijen. De sp.a – onderhandelaars hebben in die zin in het verleden meer dan goed werk geleverd en hebben ook nu hun verantwoordelijkheid genomen, weliswaar nu met een nog onbekende, nieuwe speler ter rechterzijde. Ze voerden aftastende gesprekken vooraf en koppelden daarover regelmatig terug aan de 4 uitvoerende mandatarissen. Onderhandelaars hebben geen eenvoudige opdracht en verdienen vertrouwen te krijgen.

Wat ze, van mij en anderen, steeds hebben gekregen, ook deze keer als gesprekken met nv-a werden gevoerd. We wisten immers vooraf dat nv-a overal in Vlaanderen stevig uit deze verkiezingen zou komen. In Aalst leverde het stadhuisgekibbel en de overstap van bekende VLD- en VlaamsBelang kandidaten nv-a nog een bijkomend voordeel op.

Feit dat één van de bekeerden auteur was van het 70-puntenprogramma, voegde nog een dimensie toe waar ook onderhandelaars voor op hun hoede moeten zijn. Met een nv-a in zee gaan die dergelijke Vlaams Belangers aan boord heeft gehesen was en is niet evident, dat maakte onze nationale voorzitter Bruno Tobback als eerste duidelijk toen hij ons hiervoor naar Brussel riep.

Ik heb hierover steeds gezegd: Dit kunnen we alléén blijven verantwoorden als sp.a zijn bestaansreden, onze core-business, het sociaal beleid kan veilig stellen en hiertoe voldoende sociale bevoegdheden krijgt toegewezen. Met zijn absolute inzet voor sociale rechtvaardigheid heeft het socialisme geschiedenis geschreven, niet in het minst hier in Aalst. Dat bewijst het pas verschenen 650 blzn tellende boek ‘De rode roos in de vuist”.

Ja, kameraden, ik stel het hier vandaag inderdaad als een essentie. De hoofdbekommernis van de sp.a is zonder enige twijfel: sociale rechtvaardigheid. En dat gaat heel breed, veel breder dan een mandaat van ocmw-voorzitter.

De voortzetting van het ocmw mandaat, door mij of door iemand anders, was meer dan een goede zaak geweest, maar is niet de enige mogelijkheid om zich sociaal te profileren. Sociale rechtvaardigheid zit ook in vele andere stadsbevoegdheden, bijvoorbeeld: armoedebestrijding, sociale economie, sociale huisvesting, integratie, kinderopvang,gezondheidszorg, in drugpreventie, welzijns- en seniorencoördinatie, in onderwijs, in toeleiding tot cultuur en vrije tijd, in participatieve projecten en processen, in gebiedsgerichte werking, … zelfs in de inrichting van de publieke ruimte.

De realisatie van onze kernbekommernis kan m.a.w. onderdeel zijn van verschillende beleidsdomeinen en is niet exclusief verbonden met het ocmw-voorzitterschap, en nog minder met mijn persoon.

Op 14 oktober werden de kaarten geschud. Een gele golf overspoelde, zoals voorspeld, Vlaanderen. De digitalisering van de kiesverrichting gaf ons snel een blik op de politieke foto van Aalst. Wel, kameraden, we zagen het allemaal: het was geen fraai plaatje.

Aalst, de stad van Daens en Boon, kwam uit de verkiezingen als een rechts-conservatieve, onverdraagzame stad: 42% stemde rechts of extreem-rechts, goed voor maar liefst 19 nieuwe zetels en bijna evenveel nieuwe gezichten. Aan de linkerzijde, groeien Groen en PvdA, bescheiden, maar niet betekenisloos. Hun gezamenlijke winst komt overeen met ons verlies.

Inderdaad sp.a verliest nog maar eens en strandt op 16,4 procent, verlies van één zetel, van 8 naar 7. Het zag er, in de peilingen die aan de verkiezingen vooraf gingen, beter uit voor ons.

Maar zo lagen uiteindelijk de kaarten op 14 oktober. Ondanks sterke gesprekken vooraf, nodigde nv-a omwille van de te nipte meerderheid met twee, naast sp.a ook de cd&v uit. Nog dezelfde nacht werd met vertrouwen en eensgezind de voordrachtacte voor de burgemeester door de bijeengeroepen mandatarissen van de drie deelnemende fracties ondertekend. Ook door mij.

Kameraden, wat men in de media ook beweert: Dat andere document, het raamakkoord met de basisinhoud dat aan het beleid gegeven wordt was er op dat moment niet bij en hebben de raadsleden tot op vandaag ook niet getekend, zelfs nog niet ontvangen. Maar daartoe dient, zoals u daarnet toelichtte, het vertrouwen in de onderhandelaars.

Zij zijn de go-between tussen mandatarisen, achterban en coalitiepartners. Zij bepalen op cruciale momenten de verdeling van de mandaten en de inhoud van het raamakkoord. De eerste kennismaking met die inhoud even later op de avond was voor mij een koude douche. Bij de vlug geïmproviseerde voorlezing klonk de tekst mij negatief en rechts in de oren.

Hoe denkt u misschien over leeuwenvlaggen? Over een bibliotheek die uit het cultuurbeleid wordt getild? Over hulpbehoevenden die plots profiteurs zijn geworden? Over ocmw premies die beperkt worden? Over de oprichting van een cel vreemdelingenpolitie? Over een Vlaams Manifest? Over België dat geen relevant beleidsniveau meer is?

Mijn verontwaardiging betrof – naast het verlies  van alle sociale kavels – vooral ook dat het akkoord eigenlijk geen elementen bevat om ons voldoende sociaal en als socialist te kunnen profileren! Ik hoorde letterlijke zinnen uit het nv-a programma maar weinig of geen uit het sp.a programma.

De aan Ann terecht toegewezen kavel is groot en belangrijk. Quasi alle technische bevoegdheden werden binnengehaald, goed voor bijna 2 schepenambten samen. Maar  de bevoegdheid wonen is er evenwel niet meer bij – belangrijk nochtans voor de sociale huisvesting.

Het voorzitterschap van het ASZ is ook belangrijk, maar hier gaat het vooral om een goed management van een openbaar bedrijf dat op federale wetten stoelt. Daisy kan hier haar werkverderzetten. En wat er dan nog overblijft zijn behalve de niet – onbelangrijke personeelsbevoegdheid – het spijt mij heel erg – lege dozen.

In tegenstelling tot wat in de pers geschreven werd is de bevoegdheid sociale zaken niet aan ons maar wel aan nv-a toegewezen. Het beleidsdomein Gezin betreft vooral de kinderopvang, maar die werd toegewezen aan cd&v. En de dienst Welzijn is tijdens de huidige bestuursperiode – op mijn initiatief – overgebracht naar het ocmw. Onze onderhandelaars wisten dit blijkbaar onvoldoende en koppelden spijtig genoeg op dergelijke belangrijke momenten niet terug.

Ik zie sommigen denken dat ik het beleidsdomein stadsvernieuwing onderschat. Dat doe ik niet, kameraden. Professor Eric Corijn, plots wereldberoemd in Aalst maar al jaren aan het werk in verschillende centrumsteden, benadrukt het belang ervan voor de uitbouw en de toekomst van de centrumsteden. Geheel terecht, maar slechts een deel van het verhaal.

Diezelfde Eric Corijn noemt stadsvernieuwing een instrument voor het management en de sturing van de sociale diversiteit in een stad, niet een doel op zich. Stadsverniewing in een socialistisch verhaal sluit naadloos aan op een brede lokale sociale visie, op het – jawel – lokaal sociaal beleid.

Maar ook dat hoort niet meer tot onze beleidsbevoegdheden. Ik heb, kameraden, de champagne die avond aan mij voorbij laten gaan. Los van het evenwicht tussen de partners – ook dat kan betwist worden- , ging na nv-a, wat er over bleef aan sociale insteken, naar ….cd&v.

Ik weiger bij mezelf als nog te geloven wat te lezen stond in de kranten, dat de onderhandelaars van sp.a niet voldoende naar de sociale kavels zouden hebben gevraagd? Niet alleen voor mij was het raamakkoord een koude douche. In de fractie tekende zich eerste een 3-4 verhouding af: 3 voor en 4 tegen bestuursdeelname, ondertussen weet ik sinds daarstraks dat deze verhouding keerde, het is nu 4-3.

De verdeeldheid is dubbel en gaat hierom: In eerste instantie over het al dan niet samengaan met nv-a, zoals ze zich in Aalst profileert: als een partij waar ex-Vlaams Belangers sterke bevoegdheden krijgen over voor hen, maar dus ook voor onze gevoelige materies. Beleidsdomeinen waarin we soms diametraal tegenover elkaar staan.

En de tweede tegenstelling is die over de invulling van de bevoegdheden. Als het goed is om mee te besturen – wat een optie kan zijn – en hoewel sp.a in deze coalitie eigenlijk niet nodig is, dan moeten socialisten wel het verschil kunnen maken. Dan moeten wij beleidsbevoegdheden en – verantwoordelijkheid hebben op die terreinen waar dat verschil gerealiseerd moet worden.

Aan bv nog maar dat ene zinnetje in het akkoord ‘de beperking van de ocmw steunvormen tot het wettelijk verplichte/noodzakelijke’ kan ik geen uitvoering geven. Het ocmw heeft de voorbije jaren fel geïnvesteerd in een ruime en kwalitatieve dienstverlening. We bieden meer dan 30 steunvormen aan die wij boven op de wettelijke steun geven. Niet omdat we ‘sintjemertjen’ willen spelen, maar omdat het verdomd noodzakelijk is.

En ja, mbt een andere passage in het akkoord, het ocmw van Aalst heeft de voorbije jaren ook ingezet op sociale fraudebestrijding. Ik – en met mij de medewerkers en medebestuurders van het ocmw – ben niet naïef of wereldvreemd. Daarom onderzoekt de VVSG, juist op vraag van Aalst, op welke manier een gemeente het best op fraudebestrijding kan inzetten: systematische en quasi-gepersonaliseerd, of in een aparte cel.

We wachten op de deskundige aanbeveling van het onderzoek om zwaarder in te zetten op het voorkomen van eventuele fraude. De nv-a gaat een anti-fraudecel in het ocmw oprichten, maar: die is er al in de feiten, of wat dacht u? En we moeten ook en vooral naar andere cijfers kijken.Ook hier heeft de waarheid haar recht. De conjunctuur doet het niet goed. De verarming neemt toe. De werkloosheid wordt groter.

En ja, met Brussel 15 kilometer verderop, is Aalst een stukje hinterland. Maar laat u niets wijsmaken! In nagenoeg alle grote Vlaamse steden zakt de welzijnsindex, op sommige plaatsen met tot 9 procent. In Aalst konden we dit tot 1 procent beperken.

De komende jaren neemt de bevolkingsaangroei in heel Vlaanderen toe, dat is een demografische evolutie die niet te stoppen is. Ook de nieuwe bestuursmeerderheid in Aalst zal daar, haar retorische uitspraken ten spijt, niks aan kunnen veranderen. De berekeningen voor Aalst – een berekening bevestigd door diezelfde Eric Corijn – voorspellen een aangroei over de volgende tien jaar tot 2.500 inwoners. Dat is geen 20.000 zoals wordt rondgestrooid. En de verfransingsgraad van onze ajuinenstad is helemaal niet van die aard dat ze met de Brusselse rand kan worden vergeleken. In Brussel bedraagt de verfransing 50%, in Aalst 5. Gaan we het discours eindelijk waarheidsgetrouw voeren?

In 1853 reed de eerste trein door Aalst. Ja, er was angst en onzekerheid, maar het bracht dynamiek, mensen en mogelijkheden naar de stad. Gaan we het station 160 jaar later sluiten omdat we bang zijn voor Brussel? Omdat alle onheil van de onbekende kant komt?

Of gaan we een beleid ontwikkelen/voortzetten waarbij we op basis van reële cijfers bedreigingen èn kansen inschatten en een plaats geven, met het oog op de samenleving van morgen, met het oog op de toekomst van de centrumstad Aalst en haar bewoners?

De voorbije dagen heb ik ontzettend veel reacties gekregen, en ik niet alleen. Sommige klonken bemoedigend en aanvurend, andere waren vernietigend. Sommigen hebben me diep geraakt, ze hebben het mij persoonlijk – zo mogelijk – nog moeilijker gemaakt. Omdat ze in weze gaan over datgene waar het de voorbije dertig jaar van mijn leven – dat is de duur van mijn politieke inzet – over ging: Het kost mij veel moeite, maar ik wil de verscheurdheid van de voorbije dagen benoemen, om te illustreren dat het noch om een postje, noch om het gelijk halen op zich gaat.

Het gaat om de inzet van een leven, het geloof in een ideaal, het vertrouwen in mensen. Het gaat, met andere woorden, om de essenties van het samenleven in een solidaire gemeenschap. Het gaat om het socialisme zoals ik het altijd heb geleerd, beleefd, geloofd en toegepast. Het gaat ook om u, want velen van u zijn ook kiezers van mij. Ik wil u niet teleurstellen, maar ik ben god de vader niet; ik kan geen water en vuur verzoenen.

Want dat is precies wat ik de voorbije weken over me heen kreeg, ik citeer een paar uitersten. Of ik als socialist ga meewerken om van Aalst het laboratorium voor een rechts Vlaanderen te maken. Of ik de kop in het zand blijf steken door problemen niet te willen zien. Of ik alle waarden die onze grootouders en ouders ons gegeven hebben zomaar wegveeg en denk hierbij aan uw boekske.

Of je niet best van binnenin kracht kunt geven aan de invulling van het beleid ipv alles van de anderen te laten afhangen.

Of ik zo graag aan de pot wil likken dat ik daarvoor het cordon sanitair wil doorbreken. Of ik niet de opdracht heb om te redden wat er te redden valt? Het vertrouwen en de dankbaarheid voor het geleverde werk in het verleden; De grote teleurstelling om bij de éne wel in de coalitie te stappen, bij de andere nèt niet.

Zoals ik al zei vrienden, ik ben geen voorstander van polarisatie, maar we kunnen er niet om heen, ze is een feit. Het feit dat de media-aandacht op Aalst is gericht, maakt het allemaal niet gemakkelijker. Want u heeft gelijk, er is een verschil: op federaal niveau gelden niet altijd dezelfde prioriteiten en spelregels dan op nationaal niveau. Maar de bekommernis van Daniel Termont, van Bruno en Louis Tobback, van Johan Van De Lanotte, van Renaat Landuyt, van Freya Van den Bossche, van Caroline Gennez en van Rudy De Leeuw is niet onterecht.

Het gaat immers om het uitgangspunt: Stapt een socialist in een dergelijk ook reeds arrogant gecommuniceerd akkoord? Schudden we de hand van rechts? Of doen we dat niet? Die bekommernis is ook de reden waarom vakbonden, welzijnskoepels, verontruste Oilsjteneers, kunstenaars…. zich in het debat roeren. Het gaat, ondanks de lokale context, om een princiepskwestie.

En dat vinden ook Jan De Wilde, Bert Kruismand, Johan Heldenbergh, Rik Pinxten en Cas van derTaelen. Kameraden, ik wil terugkeren naar de essentie van deze bijeenkomst. Er zijn, naar mijn mening, slecht twee opties.

1. Ofwel op grond van een goede motivatie niet instappen in de voorliggende coalitie, en een stevige oppositie voeren voor een sterke profilering. In de zes jaar die voor ons liggen moeten we tegelijk een scherpe nieuwe debatcultuur  in eigen rangen aanzwengelen, de communicatie met achterban     en militanten aanzwengelen, het draagvlak van het socialisme in Aalst opnieuw verankeren en uitbreiden. Het is een oefening ten gronde. of

2. Ofwel instappen, Ik heb daar mee over nagedacht, ik ben daar principieel ook voor, maar alleen als er een voorwaarde bij hoort, zoals Freya als provinciaal voorzitter ook benadrukte: instappen kan alleen overwogen worden mits spijkerharde garanties voor het sociaal beleid. En hier wringt het schoentje, want die garanties, kameraden: die hebben we vandaag niet. En daar situeert zich mijn persoonlijke dilemma.

Ik wil niemand van u teleurstellen, maar ik kan me ook niet lenen tot een oplossing die er geen is. Over zes jaar, kameraden, wonen we in een andere stad, hoe dan ook. En ook wie naast de wapperende leeuwenvlaggen zal leren kijken hebben, zal dat geweten hebben. We kunnen de geschiedenis zoals ze is niet veranderen.

Termont herkende in de zegemars van De Wever in Antwerpen taferelen uit de jaren dertig. En Landuyt zei daarover: ik ben bang dat achter dat vertoon een maatschappijkeuze schuilt die de onze niet is. Het gevaarlijkste is dat ze dat zeer goed weten te verpakken.

Beste vrienden, gaan we het risico nemen dat het nog blijkt mee te vallen? Storten we ons in de uitwerking van een beleidsverklaring waarbij de kans dat we een socialistische wending aan het verhaal kunnen geven uiterst gering is? Of keren we terug naar de basis, gaan we ons voorbereiden om in 2018 klaar te staan met een helder en waardig socialistisch progressief alternatief?

Kameraden, ik ben een partijman, en ik zal me neerleggen bij het verdict van deze vergadering. Maar onthoud goed: het gaat er niet alleen om in de coalite te stappen. Het gaat er om hoe we van daaruit het verschil kunnen maken. Dat is visie. Dat is beleid.

En daar, kameraden, hebben we vandaag, los van de technische kavels – met alle respect – geen instrumenten, geen beleidsgewicht en geen enkele zekerheid voor. Polarisatie is de splijtzwalm van de samenleving. Laat ons dat goed beseffen.

Vandaag wordt in Aalst een oorlog op woorden, terwijl we een debat over waarden moeten voeren. De voorbije dagen heb ikzelf samen met Dirk en Daisy, en met medeweten van de onderhandelaars en de fractie, aanvullende gesprekken gevoerd met de nieuwe burgemeester en de nieuwe ocmw voorzitter rond de de sociale beleidsthema’s.

Tegenover deze (overings sympathieke) nv-a’ers sprak ik mijn bezorgdheid uit voor de invulling van het socialistische gedachtengoed in de coalitie. Ik maakte een nota, deed een uitgewerkt voorstel voor een op dit vlak inhoudelijk sterkere verankering van de rode fractie.

Het betrof onder meer het versterken van de dienst welzijn, de regierol van het welzijnsbeleid, het overhevelen van kinderopvang, de bevoegdheid lokaal sociaal beleid met armoedebestrijding en gelijke kansen, de invoering van de welzijnstoets, enz.

Het antwoord laat nog steeds op zich wachten, dat voorspelt nu reeds weinig goeds. Het was, kameraden, een ultieme poging om onze inhoud duidelijker toe te voegen. Het beloofde antwoord nog voor onze algemene vergaderins is er tot heden niet gekomen. Mocht sp.a toch in de coalitie stappen, dan hoop ik dat deze aanpassingen er vooralsnog komen.

Maar het zal, beste kameraden, hoe dan ook zonder mij zijn. Ikzelf kan de stap niet zetten. Ik ben de voorbije dagen door de hel gegaan. Ik zag vrienden vijanden worden, medestanders werden plots tegenstanders, vertrouwen sloeg om in wantrouwen.

Daartussenin heb ik geprobeerd de juiste houding in deze tweespalt te bepalen. En het is deze. Ik kan mezelf, ik kan het socialisme en mijn geloof in deze ideologie niet verloochenen. Zoals ik al zei: ik ben een partijman, en dat blijf ik ook.

Ik zal mij de komende jaren verder inzetten om een progressief front in Aalst, met de socialisten op kop, alle kansen te geven. Laat ons het Gent aan de Dender worden. Een stad, waar een progressief beleid de hoofdtoon voert. Tijdens de verkiezingen hebben we heel wat waardevolle jonge mensen in onze besturen kunnen opnemen. Ik heb daar veel hoop en vertrouwen in.

Ik geloof in de toekomst van het socialisme, en in een socialistisch project voor Aalst. Vertrouwen en oprechtheid staan hoog in het vaandel van mijn persoonlijke en politieke leven. Ik kan daar, kameraden, niet omheen. Ik kan niet ingaan tegen de inhoud van mijn eigen verkiezingsboekje dat ik tijdens de campagne huis aan huis heb verspreid. Elk woord dat er in staat, meen ik ook. En met die inhoud kom ik hoe dan ook in conflict tijdens de komende bestuursperiode.

Beste vrienden, laat ons sereen blijven. Ik wil met mijn keuze, de uwe niet beïnvloeden. Maar ik hoop wel dat u ernstig nadenkt over de stem die u straks zal uitbrengen. Ik roep u op om eerlijk en doordacht te stemmen. Ikzelf heb maar één bekommernis.

Laat ons doen wat in essentie onze opdracht is: socialisten zijn bondgenoten – lotgenoten in de strijd – die expleciet gaan voor een solidaire, rechtvaardige, diverse en duurzame samenleving.

We zijn onderling niet zuinig geweest met harde woorden en soms is dat helemaal niet erg. In een goed debat kan je van mening verschillen, dat voedt het denken en nuanceert mogelijke oplossingspistes. Socioloog Marc Hooghe zegt het zo: het is normaal dat er in politieke debatten grote tegenstellingen verschijnen, zij zorgen ervoor dat het belang van eensgezindheid ook weer scherper wordt gesteld. Hoe moeilijk ook, maar daar moeten we voor de toekomst opnieuw voor gaan.

Ik wil mij verontschuldigen aan diegenen die ik vandaag teleurstel. Het spijt mij maar ik kan niet anders. Ik dank iedereen die mij zijn eerlijke mening toestuurde en van wie ik steun en waardering mocht ontvangen. Ik dank alle leden en kiezers, ik dank mijn vrienden en familie, Fanny en Brent, al mijn medewerkers en vooral ook Marcia, Carine en Pascale, mijn trouwe kabinetsmedewerkers. Ik hoop dat anderen verder voor hen goed zullen zorgen.

Maar ik wil hier ook nog heel duidelijk stellen. Dit is geen afscheid. Patrick De Smedt verlaat de Aalsterse politiek niet. Ik neem binnen deze coalitie welbewust geen schepenmandaat op, ik zou het in de gegeven omstandigheden onmogelijk kunnen waarmaken, maar ik blijf wel mijn kiezers vertegenwoordigen als gemeenteraadslid.

Zo bewijs ik meteen ook beter aan diegenen die het zo graag verspreidden dat het dan toch niet om mijn postje te doen was. Mijn inzet wordt anders maar blijft dezelfde, mijn geloof in het socialisme en Aalst ook. Laat ons trots zijn op het socialisme, het heeft geschiedenis geschreven, het heeft de identiteit van de stad gemaakt, tot wat ze vandaag is.

Hier is het dat priester Daens op tafel heeft geklopt, hier schreef Boon zijn opzienbare oeuvre. Het ging altijd om hetzelfde: wij, Oilsjteneers, laten ons niet ondersneeuwen, door geen enkel systeem. Laat de pletwals van het populisme de grootheid van onze stad niet ondermijnen. Laat ons in de traditie van de allergrootsten de kaart trekken van men ienig Oilsjt, de stad die met trots rechtvaardigheid voor allen altijd hoog in het vaandel heeft gevoerd.

Ik dank u. Patrick De Smedt

05 11 2012

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here