OVER MONDIGE BURGERS EN DE GAS-BOETES

Aalst (redactie/mas) Belg.be neemt soms opiniestukken over van derden of geeft het woord aan derden om een mening te schrijven op www.Belg.be. Vandaag nemen we een stuk over van Ann Brusseel, verschenen bij Liberales. Ze is Vlaams volksvertegenwoordiger voor de Open VLD, verkozen in Brussel.

GAS is te vluchtig om een solide veiligheidsbeleid op te stoelen

Het woord gas kan verschillende associaties opleveren, nu doet het ons vaker denken aan boetes met een behoorlijk ‘Monty Python-gehalte’. De Gemeentelijk Administratieve Sancties (verder GAS genoemd) waren aanvankelijk bedoeld om ‘kleine’ maar zeer irritante problemen aan te pakken, vooral in steden. Problemen waarvoor het parket niet meteen tijd of aandacht heeft. Soms gaat het ook om problemen die niet meteen als inbreuken op de wet kunnen beschouwd worden. Want naar de reacties in verschillende media te zien is iedereen het er – gelukkig – over eens: een broodje eten op de trappen voor de kerk is geen misdaad. De GAS roepen dus twee essentiële vragen op. Ten eerste, kunnen we lokale besturen bevoegd maken voor het aanpakken van de zogenaamd ‘lichte’ overtredingen, om straffeloosheid te vermijden? Ten tweede, wat beschouwt men tegenwoordig allemaal als ‘overtreding’, is het wel terecht, wie bepaalt dat en hoe komt het dat er plots zo veel overtredingen mogelijk zijn in Vlaanderen?

Beginnend met de eerste vraag raken we meteen een politiek gevoelige snaar: overtredingen die amper bestraft werden (of worden) door het gerecht, doen de ontevredenheid bij de bevolking toenemen en beïnvloeden het stemgedrag. Wanneer onaanvaardbaar gedrag welig tiert, worden politici dus verantwoordelijk gesteld voor de straffeloosheid, ook al is het niet de uitvoerende macht die burgers moet vervolgen voor hun wangedrag of misdrijven, maar wel de rechterlijke macht. Willen of niet, de politici kunnen niet wegkijken. Kleine misdrijven moeten aangepakt worden, want ze creëren een gevoel van onbehagen en onveiligheid en beschadigen zo de sociale cohesie. Ik heb dus alle begrip voor de beslissingen van burgemeesters zoals Bart Somers die hun stad niet volledig onleefbaar willen laten worden. Ondertussen is Mechelen met zijn Nero-projecten en GAS niet voor niks pionier in ons land voor een krachtdadig veiligheidsbeleid. De stad groeit en bloeit, de kiezer dankte terecht haar burgervader op 14 oktober.

Maar de keerzijde van de medaille werd de voorbije maanden duidelijk, zelfs in Mechelen. GAS zijn naargelang het al of niet repressief karakter van een gemeentebestuur geëvolueerd tot een soort ‘superglue’ van het Belgisch veiligheidsbeleid: krijgt de rechterlijke macht de zaak niet gerepareerd met de adequate instrumenten, dan lijmt de lokale overheid wel snel de brokken. Alle brokken, groot en klein, ook brokken die er eigenlijk geen zijn (zoals op de rugleuning van de bank zitten). Bijgevolg zijn GAS vanuit technisch en principieel oogpunt een rommelig instrument, een verwaarlozing van de scheiding der machten, ware het niet dat de federale regering daar anders over denkt. Maar ook hier alle begrip voor de pragmatische keuze van de federale regering. Als het dak lekt, zet je emmers. Je laat niet uit ‘principe’ je hele huis naar de knoppen gaan. De minister van Justitie werkt aan de nodige hervormingen, om de rechterlijke macht in staat te stellen de achterstand weg te werken, dan zullen de lokale besturen geen sancties meer moeten opleggen. Momenteel is er geen andere optie.

Binnen die optie is er echter wel wat bewegingsruimte om het beter te doen. Zoals uit de reportage van Ter Zake van 30 oktober bleek, loopt het al eens mis met de GAS. Te luid ‘K3’ zingen is uiteraard geen bewijs van goede smaak, maar je kan mensen met kinderen er moeilijk voor beboeten, toch? In veel gemeenten worden de boetes wel voor een legitiem doeleinde gebruikt. Als inwoner van één van de vuilste gemeenten van het land, durf ik u zeggen dat ik wildplassen en sluikstorten ook liefst snel bestraft weet. Daarom pleit ik voor een duidelijke begrenzing van de GAS, in samenspraak met de rechterlijke macht. Een werkgroep van magistraten en beleidsmakers moet een nauwkeurige lijst opmaken, opdat er geen willekeur meer zou zijn in de toepassing van het instrument. Want dergelijke willekeur, zeker tegenover minderjarigen, zijn een rechtstaat onwaardig. Ook de geïnterviewden in Ter Zake waren het erover eens: we zijn aan monitoring en verfijning van het systeem toe. Ooit zal deze technische en principiële discussie dus van de baan zijn.

Maar wat er voorlopig in bepaalde gemeenten in aanmerking kwam voor een GAS doet vragen rijzen over het klimaat waarin we leven. Zo zijn we bij de tweede vraag aanbeland: is jong zijn en de aap uithangen een ‘overtreding’? Er is blijkbaar een grote drang om alle vormen van puberaal gedrag aan banden te leggen, niet alleen het onaanvaardbare zoals vandalisme, maar ook het volstrekt aanvaardbare, zoals over een bankje hangen en ‘cool’ wezen onder elkaar, liedje zingen, blikje drinken… De wet is op dat vlak ondubbelzinnig, er is duidelijk een dieperliggend probleem. Overlast bestaat, maar het is tegelijk behoorlijk subjectief. Overlast irriteert ook meer wanneer de jongeren in kwestie Maghrebijnse looks hebben. Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen vervelend gedrag waarover kan gesproken worden (vb. rondhangen en wat lawaai maken) en ongewenst gedrag dat een halt moet toegeroepen worden (vb. intimidatie, seksisme à la ‘Femme de la rue’).

Dit laatste is niet gemakkelijk, het vergt een gezamenlijke inspanning van de ganse samenleving, inclusief de overheid, maar zelfs GAS zullen ontoelaatbaar asociaal gedrag niet van de ene dag op de andere stoppen. In het eerste geval kan een open en respectvol gesprek vaak al veel oplossen. Uit de vele mediagetuigenissen besluit ik dat zeer uiteenlopende gedragingen van kinderen en jongeren niet meer aanvaard worden. Kinderen zouden geruisloos moeten kunnen spelen (vraag het maar aan Ivan Sonck) en jongeren moeten zich maar uitleven op een voetbalveld, of ze nu graag voetballen of niet. De gemeentebesturen gaan op de klachten van de burgerlijke Vlaming in, soms zonder al te veel oog te hebben voor de eigenlijke oorzaken van het zogenaamd ‘ergerlijk’ gedrag van jongeren (14-16-jarigen zijn ook nog geen kiezers…).

De vraag naar wat strengere zeden wordt dus door veel politici met graagte ingewilligd. Parallel valt me op dat er naast de toenemende onverdraagzaamheid ook een verruwing ontstaan is in de samenleving. Het lijkt een soort kruisbestuiving te zijn. Die verharding valt bijvoorbeeld op onder politici. Paradoxaal genoeg gaan verontwaardiging over onbeleefd en ongewenst gedrag bij jongeren gepaard met een groeiend gebrek aan fatsoen bij beleidsmakers. Veel politici gaan mee in de scheldcultuur, niet over een bankje in het park hangend, maar wel voor de tv-camera’s. Op vlak van persoonlijke aanvallen en haantjesgevechten konden de voorbije verkiezingsdebatten wel tellen. Ook de burger laat zich gaan in verbale agressie. Op Twitter en Facebook monden veel discussies uit in tirades, vol insinuaties en persoonlijke aanvallen. Is het voor iedereen een beetje teveel aan het worden? Voelen we ons continu aangesproken, of aangevallen? Het valt me ook op dat wie met argwaan benaderd wordt, sneller zijn stekels opzet. Terug naar de openbare orde en de hangjongeren. Problemen in de openbare orde beïnvloeden het veiligheidsgevoel, ze zijn echter niet altijd een zaak van veiligheid. Ik zou zelfs durven stellen dat een iets verdraagzamere samenleving, waar sereniteit in de aanpak van problemen minder agressie zal uitlokken bij jonge en kwetsbare mensen. Of zoals de jongen als afsluiter van de Ter Zake reportage lachend zei: “Waarom is de politie niet een beetje vriendelijker?”

Simpelweg meer blauw de straat opsturen, riskeert dus het tegenovergestelde effect te creëren in het geval van ‘overlast’. Wie de wet overtreedt, moet er uiteraard voor aangepakt worden, maar het machtsvertoon kan best in verhouding staan tot de feiten. En daar schijnt het al eens mis te gaan, als we de vele getuigenissen mogen geloven. Met andere woorden, om verder te gaan met GAS en Nero-projecten, zullen de agenten beter moeten getraind worden. Het veiligheidsbeleid 2.0 zal in eerste instantie een degelijke psychologische basis moeten hebben. Want mondige burgers laten zich niet voor elke peulschil een sanctie aansmeren zonder eerst een hartig woordje te discussiëren. Liep de discussie over het broodje eten uit de hand? Autoriteit is niet meer van deze tijd: het gezagsargument heeft afgedaan, mensen willen solide inhoud, ze zijn kritisch. De hamvraag voor onze democratie is, willen we mondige, kritische burgers? Ik hoop het als Open Vld mandataris alleszins wel. Ik wil ook goed opgeleide politieagenten, die het respect en aanzien krijgen dat ze nodig hebben om hun taak goed te kunnen uitvoeren. Daarin moeten liberalen zich onderscheiden van conservatief rechts: ruimte creëren voor discussie en wederzijds respect tussen burger en overheid, in de eerste plaats bij de ordediensten. De politie moet begrijpen hoe je met kritische mensen omgaat. Dan krijg je mondige jonge burgers met wie te praten valt. Heerlijk.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here