Sinds de fusie van Gent met haar randgemeenten in 1976 daalde de bevolking gedurende 22 jaar onafgebroken van 246.171 tot 223.983 inwoners aan een tempo van 1.000 inwoners per jaar. Na enkele jaren van lichte bevolkingstoename gaat het sinds 1999 in stijgende lijn, eerst heel schuchter maar nu merkwaardig uitgesproken.

Vorig jaar kozen 2.227 nieuwe burgers voor Gent als woonplaats. Zo telde Gent vorig jaar nog een record aantal geboortes: 3.002. Trek daar 2.331 overlijdens van af en je komt aan een natuurlijke bevolkingsaangroei van 671. De hoofdmoot wordt gevormd door de inwijkelingen. Met 1.200 inwijkelingen Europa, 420 uit Azië en 180 Afrikanen kreeg Gent vorig jaar 1.800 inwoners bij. Indien deze situatie nog enkele jaren aanhoudt zit Gent binnen enkele jaren weer aan het recordcijfer van 1976.

Bij de verhuisbewegingen valt op dat Gentenaren vaak verhuizen van het centrum naar de groene randgemeenten. De verstedelijkte randgemeenten zoals Ledeberg, Gentbrugge of Sint-Amandsberg zijn niet echt populair. Nieuwe Gentenaren kiezen daarentegen meestal voor het centrum. Gent telt 39% gehuwden maar met 45% ongehuwden, 9% uit de echt scheiden en 7% weduwnaren lijkt Gent meer en meer een stad van vrijgezellen te worden.

Ook het aantal jongere inwoners neemt toe terwijl het aantal ouderen gelijk blijft. Dit brengt de actieve leeftijdsklasse op ruim 60% van de totale bevolking. Deze cijfers bevestigen dat Gent aantrekkelijk wordt. Het toenemend aantal geboorten mag gezocht worden bij Belgische moeders rond de 30 jaar, terwijl het aantal autochtone moeders niet echt stijgt. Gent trekt ook actieve inwoners aan en wie Gent toch de rug toekeert zoekt de rust en het groen op.