Fiscale opsporingsdiensten doorgelicht

Het Rekenhof heeft de resultaten gepubliceerd van een audit over de werking van de opsporingsdiensten bij de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit (A.O.I.F.). Volgens die cijfers kampen personeelskaders in de grootstedelijke agglomeraties van Antwerpen, Brussel en Luik kampen met acuut personeelstekort en een groot personeelsverloop. Problematisch is ook de hoge leeftijd van de opsporingsambtenaren die niet opgewassen zijn tegen de hen opgedragen taken zoals de controle van geïnformatiseerde boekhoudingen. Het opleidingsaanbod vertoont heel wat lacunes en is over het algemeen te weinig afgestemd op de dagelijkse noden en het opleidingsniveau van de gemiddelde opsporingsambtenaar.

Het Rekenhof wijst erop dat er nog een lange weg is af te leggen naar een efficiënt beheerd computerpark voor de opsporingsdiensten. De beschikbare middelen zijn vaak verouderd en ontoereikend voor een goede werking. Specifieke uitrusting blijkt vaak niet beschikbaar zodat bepaalde opsporingstaken niet kunnen worden uitgevoerd. Ook het takenpakket van de opsporingsdiensten is dringend aan actualisering toe. Zo heeft het Rekenhof ernstige bedenkingen bij het toezicht op de casino's in het kader van de belasting op spelen en weddenschappen. De kostprijs van dit casinotoezicht is buitensporig hoog in verhouding tot de belastingopbrengst die overigens volledig aan de gewesten toekomt. Bovendien is de interne controle op deze ambtenaren onvoldoende uitgewerkt, zoals in 2004 nog aan het licht kwam bij een fraudeschandaal in het casino te Namen, waarbij ook een aantal opsporingsambtenaren bij betrokken waren.

In zijn reactie sluit de minister van Financiën Didier Reynders zich grotendeels aan bij de conclusies en aanbevelingen van het Rekenhof. Hij wijst er op dat voor bepaalde hervormingen overleg nodig is met andere betrokken instanties (Justitie, Economische zaken en de gewesten).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here