Eén op tien kinderen tussen elf en vijftien jaar zegt dat het wel eens gepest wordt via internet of gsm. Twee op vijf melden dat cyberpesten in hun klas voorkomt. Dat stelde Planet Internet vast na onderzoek in Nederland bij 500 tieners. In Vlaanderen zal het niet anders zijn. De resultaten van het onderzoek in opdracht van het Vlaams Parlement worden weldra verwacht. Daarom verspreidt Klasse deze week massaal stappenplannen tegen cyberpesten: op 1 miljoen exemplaren bij Vlaamse leerkrachten, leerlingen en hun gezinnen. Cyberpesten verlegt de grenzen van het gewone pesten immers aanzienlijk: onbekend, nieuw en hard. En de pester blijft vaak anoniem en buiten schot.

Uit het onderzoek van Planet Internet blijkt dat veel tieners wel eens gedrag stellen dat je als cyberpesten kan omschrijven: ze versturen een anonieme mail (32 %), schelden (29 %) via mail, chatboxen of msn, doen iemand schrikken (23 %), zetten iemands foto op internet (19 %) of hacken (11 %) iemands msn of homepage. De meeste daders vinden het een grapje. De slachtoffers lijden in stilte. Hun ouders of leerkrachten weten vaak niet wat gebeurt.

In Vlaanderen loopt een grootschalig onderzoek naar cyberpesten in opdracht van de commissie Jeugd van het Vlaams Parlement. Resultaten worden weldra verwacht. Het probleem is hier waarschijnlijk even groot als in Nederland. Zo stellen veel schooldirecteurs, leerkrachten, ouders en leerlingen. Daarom verspreidt Klasse, een uitgave van het ministerie van Onderwijs, vanaf deze week massaal stappenplannen tegen cyberpesten. Ze kwamen tot stand in samenwerking met specialisten op dit domein. Alle 150 000 leerkrachten, 700 000 gezinnen en 300 000 leerlingen krijgen tips om cyberpesten aan te pakken. Ouders, leerkrachten en tieners hebben immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Cyberpesten is harder dan gewoon pesten

- Cyberpesten gebeurt anoniem. De daders voelen zich veilig, ongenaakbaar, er is weinig drempelvrees: «Ze kunnen mij toch niet vinden.

- Cyberpesten is directer en brutaler. De dader en het slachtoffer zijn niet fysiek aanwezig, waardoor de pester zich niet geremd voelt.

- De pestkop hoeft niet fysiek of sociaal sterk te staan, het is via zijn cyberkennis (technopower) dat hij in een machtspositie komt.

- Het slachtoffer is vogelvrij. Hij is nergens en nooit veilig, ook thuis niet.

- Het aantal toeschouwers bij cyberpesten is veel groter dank zij het medium (internet).

- Cyberpesten is onomkeerbaar: het is erg moeilijk om pestgedrag op het web ongedaan te maken.

Leerkrachten en ouders zien het niet

Jongeren hebben zich het domein van cyberspace toegeëigend. Leerkrachten en ouders kunnen en moeten niet alles volgen van wat daar gebeurt. Maar hoe kunnen zij cyberpesten helpen voorkomen?

5 tips voor ouders

1. Volg je kind van jongsaf aan, van bij zijn eerste stappen op internet. Zorg voor een positieve sfeer zodat je kind ook komt melden als er wat fout loopt.

2. Zet de computer in de woonkamer. Kinderen gaan kritischer en voorzichtiger chatten en surfen als ouders een oogje in het zeil houden. Zeg hen nooit hun paswoord te verklappen (ook niet aan hun beste vrienden) of foto's of persoonlijke gegevens door te sturen.

3. Praat met je kinderen over een verantwoorde manier van internetgebruik, zeg hen dat ze nooit wat op het internet posten waarvan ze niet zeker weten dat de hele wereld het wil lezen.

4. Ouders blijven verantwoordelijk voor wat hun kind doet op internet. De meeste cyberpesters denken dat ze niet gevonden kunnen worden. Dat klopt niet.

5. Dreig- of haatmail versturen is strafbaar bij wet. Zich op internet voordoen als een andere persoon, foto's publiceren zonder toestemming van de persoon in kwestie, inbreken in computers, racistische uitspraken doen, paswoorden verspreiden… ook.

9 tips voor leerkrachten en scholen.

1. Maak duidelijk wat het internet is. Veel leerlingen weten dat niet.

2. Bespreek cyberpesten in een niet-problematische context in de les (lessen Nederlands, Leefsleutels…). Discussieer met de leerlingen en laat ze mee bepalen wat wel en niet kan.

3. Maak ze verantwoordelijk voor hun daden. Op msn zeggen jongeren vaak wat ze in het gewone leven tegen niemand zouden durven uitspreken.

4. Spreek regels af hoe je met elkaar omgaat op het internet (niet hacken, niet terugschelden, geen virussen sturen, niet roddelen, niet schelden…).

5. Help ze de consequenties begrijpen. Veel jongeren weten niet wat de gevolgen zijn als ze iemand belachelijk maken op het internet. Het lijkt een spel. 6. Vertel wat strafbaar is (zich voordoen als iemand anders is strafbaar, foto's publiceren op het internet zonder toestemming van de persoon in kwestie is strafbaar…). Benoem de mogelijke gevolgen voor henzelf en voor hun ouders (straffen, relationele schade…).

7. Toon interesse voor wat je leerlingen doen op internet. Zo kom je te weten wat hen bezighoudt en kan je helpen als dat nodig is.

8. Help leerlingen en ouders bij het hanteren van eenvoudige regels voor veilig gebruik en help slachtoffers van digitaal geweld bij het instellen van blokkade, beveiliging e.d.

9. Zeg de leerlingen steeds te melden als ze gevallen van cyberpesten tegenkomen.

Eerste hulp bij cyberpesten.

Wat vertel je aan een slachtoffer van cyberpesten?

1. Probeer hem gerust te stellen. Zeg dat hij de beledigingen of bedreigingen niet persoonlijk of ernstig moet nemen. Het is niet zijn schuld.

2. Zeg hem om niet te reageren op haatmailtjes of ongewenste mails. Als de pestkop geen antwoord krijgt, is de lol er snel af.

3. Onderzoek samen de manier van pesten. Is het een eenmalige grap of gebeurt het telkens opnieuw?

4. Beloof geen snelle oplossing. Cyberpesten is complex.

5. Vraag hem om bewijsmateriaal te verzamelen en niet te deleten (via de archieffunctie van zijn gsm of de printscreen-functie van de computer).

6. Breng de leerkracht op de hoogte. De pester kan in de klas zitten, maar ook niet.

7. Probeer de pesterijen op een technische manier te stoppen. In een chatroom kan je de administrator op de hoogte brengen. Die kan de pestkop waarschuwen en zelfs verwijderen. Providers kunnen pestsites verwijderen. Van ongewenste e-mails, sms'jes of berichten op msn kan je de afzender blokkeren.

8. Bij ernstige gevallen (stalken, echte bedreigingen) kan je de Federal Computer Crime Unit (FCCU) van de politie inschakelen. Die kan bijv. op zoek gaan naar het IP-adres van de computer van waaruit pestboodschappen vertrekken.

Het complete dossier (Wat doe je bijvoorbeeld met de cyberpester?) van de Eerste Lijn over cyberpesten kan je vinden op www.klasse.be

Leave a Reply
Your email address will not be published.
  • ( will not be published )