Aalst. Homofobie daalt sterk in België, maar minder bij moslimjongeren dan bij andere groepen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van professor Marc Hooghe van de KU Leuven. Volgens hem moeten moslims de focus zijn van het beleid tegen homofobie en homofoob geweld.

Ook bij moslims is de homofobie de afgelopen jaren gedaald, maar minder sterk dan in andere groepen.

Hooghe onderzocht de evolutie tussen 2008 en 2011 van de homofobie bij 2.815 Belgische jongeren tussen 18 en 21 jaar. Hooghe meet de homofobie op de internationaal erkende “schaal van Wright”, een schaal van nul (niet homofoob) tot drie (erg homofoob). Hij geeft punten op basis van een aantal stellingen die iedereen moet beantwoorden.

Op de stelling “Ik vermijd contact met homoseksuelen” antwoordt 22 procent van de moslims “ja” (tegenover 20 procent in 2008). Dat is zeven keer zoveel als de vrijzinnigen en vier keer zo veel als de katholieken. Op de stelling “Ik vind dat je een homoseksueel niet kan vertrouwen” zegt 12 procent van de moslims “ja” (in 2008 was dat 9 procent), vier keer zoveel als de vrijzinnigen en vijf keer zoveel als de katholieken.

De moslims – en dan vooral de jongens – zijn beduidend meer homofoob dan om het even welke andere bevolkingsgroep, concludeert de professor. Toch daalde ook bij moslims de homofobie tussen 2008 en 2011, maar slechts met 5 procent. Bij katholieken en vrijzinnigen daalde ze twee keer zoveel (ruim 11 procent). Hooghe besluit dat de kloof tussen moslims en vrijzinnigen en katholieken nu nog groter is dan in 2008.  (mas)