Al verschillende weken wordt melding gemaakt van een bofepidemie onder de Vlaamse studenten. Nochtans bestaat er tegen deze aandoening een vaccin, waarvan het gebruik in twee dosissen al meer dan 15 jaar wordt aanbevolen. Wat is hier aan de hand?

Bof is een virusinfectie, met als belangrijkste uiting een ontsteking en zwelling van de oorspeekselklier (parotisklier). Daarnaast treedt een algemene malaise met koorts, hoofdpijn en spierpijn op.

Goedaardig, maar toch…
De meest voorkomende complicatie van bof is een virale meningitis (hersenvliesontsteking) die bijna altijd geneest zonder restletsels. Bij jongens tijdens de adolescentie stelt men bovendien in 20% van de gevallen orchitis (ontsteking van de testikel) vast. Steriliteit als gevolg daarvan is zeldzaam, omdat de aantasting meestal enkelzijdig blijft. Encefalitis (ontsteking van het hersenweefsel) treft een zeer kleine minderheid van de patiënten met bof, maar kan aanleiding geven tot blijvende afwijkingen, zoals verlammingen, convulsies en uitval van de hersenzenuwen.(1)
De Wereldgezondheidsorganisatie geeft aan dat bof globaal een goedaardige aandoening is, maar beveelt toch vaccinatie aan, zeker met het oog op het ernstiger verloop bij adolescenten en volwassenen.(1) In 2004-2005 teisterde een veralgemeende bofepidemie Engeland en Wales. Men telde ongeveer 43.000 gevallen, hoofdzakelijk bij adolescenten en jonge volwassenen. Iets meer dan 2.600 personen moesten in het ziekenhuis worden opgenomen – zowat 6%.(2) Bof tijdens de eerste twaalf weken van de zwangerschap leidt tot miskraam in een kwart van de gevallen.(1) Verder mag alsnog worden vermeld dat bof bij kinderen de belangrijkste oorzaak was van virale meningitis en doofheid vooraleer er vaccins waren.(3)

Aanbeveling
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is vaccinatie tegen bof in landen met een systematisch vaccinatieprogramma gunstig zowel voor wat betreft de onkosten als op maatschappelijk vlak.(1) Vaccinatie tegen bof vindt in België plaats met een gecombineerd vaccin, dat ook de preventie van mazelen en rubella (rodehond) beoogt (mazelen-bof-rubella, MBR-vaccin). Sinds 1995 beveelt de Hoge Gezondheidsraad aan te vaccineren aan de hand van twee dosissen, één op de leeftijd van 12 maanden en één rond de leeftijd van elf jaar.

Een complex beeld
Verschillende gegevens kunnen worden naar voren geschoven om de huidige uitbraken van bof bij studenten te verklaren. In eerste instantie zijn niet alle jonge mensen even volledig gevaccineerd. Een Vlaams onderzoek uit 2008, waaraan verschillende universiteiten hebben samengewerkt, toont aan dat de vaccinatiegraad bij zuigelingen voor het MBR-vaccin (en voor alle aanbevolen vaccins) comfortabel boven 95% uitstijgt. Bij adolescenten bedroeg de vaccinatiegraad voor het MBR-vaccin maar 91%.(4)
Nog twee andere oorzakelijke factoren worden vermeld in verband met de huidige bofepidemie. Enerzijds blijkt dat de bescherming geboden door het vaccin bij sommige personen na enige tijd kan verdwijnen.(3) Anderzijds is het vaccin dat wordt gebruikt in België en de ons omringende landen, volgens sommige bronnen niet meer optimaal aangepast aan de variant van het virus dat hier momenteel circuleert.(5)

Een weloverwogen beslissing
Het ontwikkelen van een nieuw vaccin lijkt een voor de hand liggende oplossing. Toch kunnen hierbij een aantal kanttekeningen worden gemaakt. In de wetenschappelijke literatuur wordt aangevoerd dat vaccins die beter aangepast zijn aan de circulerende varianten, een verhoogd risico van aseptische meningitis met zich meebrengen (het gaat hier om een ontsteking van de hersenvliezen waarbij geen kiem betrokken is).(1),(6) Een dergelijk risico is nooit gedocumenteerd met het vaccin dat we momenteel in België gebruiken. Het invoeren van een nieuw vaccin vergt dus een grondig veiligheidsonderzoek. Voor de bereiding van een vaccin gericht op een nieuwe variant stelt de Wereldgezondheidsorganisatie dat de bevolking uitgebreid moeten worden geïnformeerd over het mogelijke veiligheidsrisico inzake aseptische meningitis.(1)

Het voorbeeld van Finland
Uit het bovenstaande blijkt duidelijk dat een nieuw vaccin niet op korte termijn zal kunnen worden ontwikkeld. In afwachting is het een gezonde beslissing om de vaccinatiegraad met het huidige vaccin te optimaliseren. In Finland, waar het vaccin geproduceerd is met dezelfde variant van het bofvirus als in België, was bof volledig verdwenen in de loop van de jaren 90, evenals mazelen en rubella.(7) Sporadische gevallen worden sindsdien opnieuw gemeld, maar voor zover bekend is er geen sprake meer van epidemieën.(8) Finland heeft vanaf 1982 een vaccinatieprogramma met het MBR-vaccin ingevoerd en is er sindsdien in geslaagd permanent 95% van de doelgroep te vaccineren.(3)

Conclusie
De ontwikkeling van een nieuw vaccin is een omslachtige en dure aangelegenheid, die niet alleen hoge eisen stelt aan onderzoek naar doeltreffendheid, maar ook naar veiligheid. In België (of althans in Vlaanderen) laat de ontoereikende vaccinatiegraad bij adolescenten niet toe zich een duidelijk beeld te vormen van wat we met het huidige vaccin in onze bevolking kunnen bereiken. Het voorbeeld van Finland maakt het idee aanvaardbaar dat we met een hogere vaccinatiegraad mogelijk wel tot een toereikend resultaat kunnen komen.

Referenties:
1. Wkly Epidemiol Rec. 2007 Feb 16;82(7):51-60 (WHO).
2. Emerg Infect Dis [serial on the Internet]. 2012 Jan. http://dx.doi.org/10.3201/eid1801.111178.
3. Hum Vaccin. 2009;5(7):494-496.
4. Studie van de vaccinatiegraad bij jonge kinderen en adolescenten in Vlaanderen in 2008 (onder deze titel gratis toegankelijk via het internet).
5. The Open Vaccine Journal 2010;3:37-41.
6. Clin Inf Dis. 2007;45:459-66.
7. N Engl J Med. 1994 Nov 24;331(21):1397-402.
8. Lancet Infect Dis. 2008 Dec;8(12):796-803.