Knuffelhormonen beste is het cadeau van mama

In deze tijd van kerstmis,kerstekindjes en kouwelijke materiële toestanden… Geen truffels maar knuffels..! Kleuters die als baby'tje sterk verwaarloosd zijn, maken in de hersenen duidelijk minder van de 'knuffelhormonen' oxytocine en vasopressine aan dan kinderen die van kleins af aan door liefhebbende ouders in de watten zijn gelegd. Dat hebben de Amerikaanse kindergeneeskundigen Alison Wismer Fries en Seth Pollak bewezen in een onderzoek met zeer jonge geadopteerde weesjes. Mensen produceren deze knuffelhormonen wanneer ze aandacht, liefde en warmte krijgen.

We theoretiseren er altijd over: dat kinderen beschadigd raken als ze in hun vroege jeugd worden verwaarloosd, niet genoeg worden geknuffeld. Alsof verwaarlozing de hersens van een mens verandert. Met als gevolg dat die mens uiteindelijk niet meer in staat is een ander te vertrouwen, of normale sociale en affectieve relaties aan te knopen. Voor die theorie was echter onvoldoende biologische onderbouwing. Psychologen en kindergeneeskundigen Alison Wismer Fries en Seth Pollak van de universiteit van Madison in Wisconsin, hebben nu harde bewijzen dat er wel degelijk sprake is van een veranderde werking van de hersens bij weeskinderen. Dat vertellen ze in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Een zoogdierenkind dat van meet af lekker door de ouders is beknuffeld en besnuffeld, maakt ook als het groter wordt bij aanraking fikse hoeveelheden oxytocine en vasopressine aan. "Hormones of love and attachement" noemt Alison Wismer Fries ze. Van oxytocine is bekend dat het een rol speelt bij het durven vertrouwen van anderen. Wismer Fries voerde samen met collega's het eerste onderzoek uit naar de aanmaak van deze knuffelhormonen door jonge kinderen. "Er zijn in het verleden wel onderzoeken gedaan naar deze hormonen in het bloed van dieren en van volwassenen", vertelt Wismer Fries. Muizen in het laboratorium zijn opgesplitst in een verwaarloosde baby-groep en een gepamperde. In het bloed van de verwaarloosde knaagdieren werden toen ze volgroeid waren duidelijk lagere waarden `love'-hormonen gevonden dan in dat van met liefde opgevoede muizen.

Onvoldoende biologische onderbouwing.

Psychologen en kindergeneeskundigen Alison Wismer Fries en Seth Pollak van de universiteit van Madison in Wisconsin, hebben nu harde bewijzen dat er wel degelijk sprake is van een veranderde werking van de hersens bij weeskinderen. Dat vertellen ze in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Dat volwassen mensen oxytocine aanmaken als ze zich lichamelijk verwend voelen, is ook allang bewezen. Wismer Fries noemt een proef waarbij van proefpersonen bloed is afgenomen voorafgaand aan een hartverwarmende massage. Na zo'n massage blijkt het bloed duidelijk meer oxytocine te bevatten.

Bloed prikken bij de proefkinderen in haar onderzoek was strikt verboden, benadrukt Wismer Fries: te lomp en te bedreigend. In deze studie is daarom gewerkt met urinemonsters. De kinderen, gemiddeld 4,5 jaar oud, verrichtten met tussenpozen testjes. Vooraf en achteraf deden ze een plasje. Achttien geadopteerde weeskinderen die gemiddeld ruim zestien maanden in een weeshuis in Rusland of Roemenië hadden gezeten, werden vergeleken met 21 kinderen die vanaf de geboorte door hun natuurlijke ouders worden verzorgd. De weeskinderen waren inmiddels allemaal een jaar of drie onder de pannen bij liefhebbende adoptieouders in de Verenigde Staten, dus ze zijn alleen tijdens die eerste zestien maanden echt aandacht tekort gekomen.

De kinderen werden voor een beeldscherm op schoot gezet bij respectievelijk hun (adoptie-)moeder en een onbekende vrouw om dertig minuten spelletjes te doen die de computer aandroeg. Daarin waren allerlei aanraak-elementen opgenomen. Kietelen, elkaar over het hoofd aaien, de vingers van de ander tellen, in elkaars oor fluisteren: dat soort knuffelige spelletjes.

Voorafgaand aan de test hadden beide groepen kinderen eenzelfde hoeveelheid oxytocine in hun urine. Na de test was het oxytocine-peil van de kinderen met een biologische moeder omhoog geschoten, terwijl dat van de verwaarloosde kinderen gelijk was gebleven. De geadopteerde kinderen maken over de hele linie minder vasopressine aan dan gepamperde leeftijdgenootjes, zo blijkt. Hun urine bevat voorafgaand aan de test niet half zo veel vasopressine als die van de kinderen met een natuurlijke moeder. Ook na de test blijft de hoeveelheid vasopressine in hun urine ver achter bij die van de niet-geadopteerde kinderen.

"Hoe het causale verband in elkaar zit, is nu de vraag", zegt Alison Wismer Fries: is bij de verwaarloosde kinderen het vermogen oxytocine en vasopressine aan te maken aangetast, en hebben ze daarom moeite met vertrouwen en affectie? Of hebben ze moeite met vertrouwen en affectie en maken ze daarom zo weinig oxytocine en vasoperessine aan? Kan allebei, denkt de onderzoeker. In elk geval bieden de onderzoeksuitslagen een mogelijke oplossing voor deze kinderen. Oxytocine is in het gesynthetisheerde vorm gedoseerd toe te dienen, het spul zit zelfs in neusspray. Dat zou een eerste stap kunnen zijn om ze over de brug te helpen.

Mieke Zijlmans

Alison B. Wismer Fries, Toni E. Ziegler, Joseph R. Kurian, Steve Jacoris and Seth D. Pollak: "Early experience in humans is associated with changes in neuropeptides critical for regulating social behaviour." PNAS, 22 november 2005

Bron: noorderlicht.vpro.nl

Bob Vansant
psychotherapeut-auteur
Website www.bobvansant.cjb.net
03 / 226.43.15

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here