Steeds meer ouders uit de ons omringende landen sturen hun kinderen naar het Vlaams onderwijs. Dit blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Goedele Vermeiren (N-VA) opvroeg bij minister van Onderwijs Pascal Smet. Anderzijds zijn er steeds minder Vlaamse ouders die de omgekeerde beweging maken.

“De cijfers waarin ik geïnteresseerd was slaan op leerlingen uit onze buurlanden Frankrijk, Duitsland en Nederland die in Vlaanderen naar school gaan. Uiteraard moet daarbij onderscheid gemaakt worden tussen kinderen die hier naar school gaan en hier ook wonen en zij die hier naar school gaan en in een buurland wonen”, aldus Vermeiren.

Globaal gezien steeg het aantal leerlingen afkomstig uit onze buurlanden de afgelopen 5 schooljaren van 19.805 tot 25.200. Als daarvan het aantal leerlingen wordt afgetrokken dat effectief in Vlaanderen woont, merken we een stijging op van 5.616 leerlingen in 2006 tot 5.950 leerlingen in 2011, voor basis- en secundair onderwijs samen. Dit betekent een stijging van 6% op 5 jaar tijd.

Vlaamse ouders maken de omgekeerde beweging
“Langs de andere kant wilde ik ook graag nagaan hoeveel Vlaamse ouders ervoor kiezen hun kind de leerplicht te laten vervullen in onze buurlanden. Daaruit blijkt dat steeds minder ouders ervoor kiezen om hun kind in Nederland, Frankrijk of Duitsland naar school te laten gaan”, zo stelt Goedele Vermeiren. In 2006 lieten 1.584 ouders hun kind school lopen in onze buurlanden, in 2011 was dit aantal gedaald tot 1.422, ofwel een vermindering van 10%.

“De reden voor deze verschuiving is moeilijk te achterhalen”, aldus Vermeiren, “maar we durven vermoeden dat onze Vlaamse ouders en de ouders uit de buurlanden vinden dat ons onderwijs genoeg kwaliteit biedt. De kwaliteit van ons onderwijs blijkt ook steeds uit internationaal vergelijkend onderzoek; als N-VA werken we in de Vlaamse regering mee om deze kwaliteit te waarborgen en het lerarenberoep aantrekkelijk te houden voor jonge leerkrachten.”