Het is genoegzaam bekend dat er de voorbije dagen onrusten zijn geweest in bepaalde gemeenten. Die onrusten zijn te linken aan Sharia4Belgium, een organisatie die de sharia wil invoeren in België en zodoende de stempel ‘radicaal’ krijgt opgeplakt. Minister van binnenlandse zaken Milquet heeft als antwoord op die onrust een voorstel klaar dat alle radicale verenigingen a priori wil verbieden. Bovendien wil ze ook websites die geweld prediken blokkeren en de politie opleiden om radicalisme sneller te spotten. Ten slotte wil ze ook de culturele centra, moskeeën, gevangenissen en televisie- en radiozenders in het oog houden, zo schrijft de Standaard. Wij hebben echter onze vragen bij dit voorstel.

De eerste vraag is die naar een definitie van de te verbieden ‘radicale organisaties’. De website van Open VLD, die de maatregelen steunt, heeft het onder meer over ‘alle vormen van radicalisering’. Met deze definitie kan men vele kanten uit. Vallen radicale christelijke organisaties daaronder? Vallen politieke partijen die de traditionele partijen aan het wankelen kunnen brengen daaronder? Valt iedereen die een betoging tegen het huidige beleid op de been brengt daaronder? Wie bepaalt wat ‘radicaal’ is? De mogelijkheden die deze – misschien goed bedoelde – maatregelen bieden aan regeringen, zijn enorm, en de vergelijking met de toestand in bepaalde niet zeer democratisch te noemen landen dringt zich op.

De minister doet immers voorstellen die tot een verregaande censuur van haast alle audiovisuele media kunnen leiden. Bovendien kunnen ze ook een de facto wettelijk verbod op vereniging voor (willekeurige?) organisaties die een doel hebben dat bepaalde mensen niet aanstaat, betekenen. Merk overigens op dat artikel 27 van onze grondwet uitdrukkelijk stelt dat het recht van vereniging niet aan enige preventieve maatregel kan worden onderworpen, wat deze regeling echter al even uitdrukkelijk doet.

Verder kunnen we ons ook afvragen of deze maatregelen doeltreffend zouden zijn om de organisaties (en misschien zelfs belangrijker: het ideeëngoed) in kwestie te bestrijden. Want iemand die in ideeën gelooft, zal niet plots minder in ideeën geloven omdat ze verboden zijn. Een verbod zal er enkel toe leiden dat de organisaties in kwestie met hun ideeën ondergronds gaan, zichzelf een slachtofferrol toe te meten, nog extremer te worden, en zichzelf organiseren. Men lijkt ervan uit te gaan dat omdat men iets niet ziet, iets niet bestaat. Dat is echter allerminst waar: het is niet omdat bepaalde groepen worden gedwongen ondergronds te gaan, dat ze niet bestaan. Het verder leven van neonazistische ideeën is daar een mooi voorbeeld van. En ondergrondse organisaties, waarvan men de macht en impact moeilijk kan inschatten, zijn volgens ons veel gevaarlijker dan organisaties die iedereen kent en waarvan iedereen de doelen kent. Om het met een vergelijking te zeggen: een sluipschutter die men niet ziet liggen, is gevaarlijker dan iemand die aan iedereen zijn pistool toont voor hij zijn eerste schot lost.

De geviseerde organisaties vormen een potentieel gevaar voor onze samenleving. Maar de verregaande erosie van onze grondrechten is dat evenzeer. Het beste wat we kunnen doen is herbevestigen dat onze cultuur gefundeerd moet zijn op persoonlijke vrijheid en respect voor éénieders rechten. Sommige organisaties willen dit vervangen zien door één of andere vorm van tirannie. Als wij blijven verdergaan met het kortwieken van grondrechten, dan verlagen we ons tot hun niveau. Laat ons deze mensen bekampen met argumenten, debat en een aanhoudende bescherming van individuele rechten, ook die van hen.

Kort samengevat: deze maatregelen tasten onze grondrechten aan, en kunnen sterk repressief worden ingezet. Bovendien lijken ze ook hun doel volledig te zullen missen en zelfs een averechts effect te zullen hebben. Daarom zijn wij, als studentenvereniging die het recht op vrijheid hoog in vaandel draagt, radicaal tegen dergelijke regeling.

Opiniestuk – Steven Verschoot
Liberaal Vlaams Studentenverbond Leuven