Je ruikt het niet – Je ziet het niet – je voelt het niet

Gevaar: CO koolstofmonoxide. Je ruikt het niet – Je ziet het niet – je voelt het niet … tot het te laat is!!! Iedereen weet het: je moet opletten met toestellen die koolstofmonoxide (CO) producren. Elk jaar weer moeten in ons land meer dan duizend mensen met vergiftigingsverschijnselen in een ziekenhuis opgenomen worden. Elk jaar telt men een 100-tal dodelijke ongevallen door CO-vergiftiging.

CO: Kleur- en reukloos!

CO is giftig omdat het zich vastzet op onze rode bloedlichaampjes en daardoor het zuurstofvervoer in ons lichaam verhindert. Dit kleur- en reukloos gas belet dus de zuurstofvoorziening van de hersenen en kan dodelijk zijn. Men krijgt hoofdpijn, braakneigingen, zwijmelingen, raakt bewusteloos en nog erger.

Dodelijke ongevallen zijn niet zelden te wijten aan het feit dat men veel van zijn krachten verliest en bijvoorbeeld niet meer in staat is om een deur of een venster te openen.

1. Hoe ontstaat CO

CO kan ontstaan bij een verbranding van fossiele brandstoffen zoals hout, mazout, steenkool, papier, petroleum, butaan-, propaan- en aardgas. Elke verbranding is een chemische reactie van o.a. koolstofatomen (symbool C) met zuurstof (symbool O).

a) Volledige verbranding

Bij een volledige verbranding komt er een chemische verbinding tot stand tussen telkens één koolstofatoom en twee zuurstofatomen. Dit resulteert in koolstofdioxide (CO2). CO2 is niet giftig, ook de mens ademt CO2 uit.

Andere producten die vrijkomen bij verbranding zijn waterdamp, zwaveldioxide, stikstofoxide en -dioxiden, en … warmte.

b) Onvolledige verbranding

Bij een zuurstoftekort ontstaat er een onvolledige verbranding. Er is dan slecht één zuurstofatoom beschikbaar per koolstofatoom, het resulteert in CO, koolstofmonoxide. Omdat je het niet ziet, ruikt of proeft, vormt dit gif een sluipend gevaar.

2. Oorzaken

De ontwikkeling van CO is niet uitsluitend te wijten aan de staat van het toestel op zich. Er zijn ook factoren in het menselijk gedrag die een belangrijke rol spelen. Mensen hebben vaak de neiging tot over-isolatie. Men moet echter steeds zorgen voor de afvoer van verbrandingsgassen (bovenaan) en de aanvoer van verse lucht (onderaan): ventilatie van de kamer waar het toestel opgesteld staat.

De schoorsteen moet goed werken, toestellen moeten correct gebruikt worden en zowel toestellen als schoorstenen dienen regelmatig onderhoud.

3. Waar schuilt het gevaar?

a) Slechte afvoer van verbrandingsgassen

Bij een rechtstreekse afvoer via de schoorsteen dient men op te letten voor vogelnesten en opgehoopt roet (zeker als je hout, kolen, briketten of stookolie verbrandt). Nakijken of de schoorsteen, en meer bepaalt het metselwerk, in goede staat verkeert. Eén keer per jaar de schoorsteen laten vegen als je hout, kolen of stookolie verbrandt. Als je intensief stookt met harshoudend hout (vb. den) kan het zelfs nodig zijn de schoorsteen vaker te vegen. Een schoorsteen aangesloten op een toestel dat gas verbrandt, vervuilt veel minder (controle om de drie jaar volstaat in dit geval).

b) Te weinig aanvoer van verse lucht

Sommige verwarmingstoestellen zijn niet aangesloten op een rechtstreekse afvoer, denk aan een petroleumkachel, een verwarmingstoestel op propaan of butaan met een katalytische verbranding:

de kamer moet voldoende verlucht worden zodat er geen te hoge concentratie van verbrandingsgassen ontstaat (voorzie een verluchtingsrooster, open deur of venster, gebruik een ventilator);
beperk de verwarmingsperiode, in feite zijn dergelijke toestellen slecht bedoeld als hulpverwarming.

c) Onvoldoende onderhoud

Niet alleen de schoorsteen moet onderhouden worden, ook de toestellen zelf moeten geregeld nagekeken en eventueel opnieuw afgesteld worden:

controleer het toestel op barstjes in het kachellichaam (daarlangs kunnen gassen ontsnappen);
laat gaskachels en gasketels om de drie jaar nakijken, stookolie- en kolenketels/kachels ieder jaar (liefst in de zomerperiode).

d) Onjuist gebruik van het tooestel

Het kan gebeuren dat alles perfect in orde is maar dat U toch problemen krijgt door een slecht gebruik. Om dat te vermijden:

streef een zo volledig mogelijke verbranding van de brandstof na. Sluit daarom nooit de luchttoevoer van de kolen- of de houtkachel af, een onvolledige verbranding produceert CO;
sluit geen verschillende toestellen aan op hetzelfde schoorsteenkanaal;
let op met een keukenventilator of een dampkap als er in hetzelfde lokaal een kachel brandt (deze toestellen kunnen onderdruk veroorzaken die de rookgassen van de kachel in het lokaal trekt); plaats géén schoorsteenklep, deze klep belet de verbrandingsgassen om te ontsnappen.
4. Toestel per toestel

Twee soorten toestellen kunnen gevaar opleveren: verwarmingstoestellen en toestellen om warm water te produceren. We bespreken een aantal gevallen:

Centrale verwarmingsketel

Het lokaal waar de ketel staat moet goed verlucht worden, aanvoer van lucht nodig voor de verbranding. Men is wettelijk verplicht elk jaar de stookolie- of kolenketel (en de schoorsteen) te laten reinigen. Voor ketels van centrale verwarming op gas is de jaarlijkse onderhoudsbeurt niet wettelijk verplicht, maar het is toch aangeraden om de drie jaar een controle te laten uitvoeren.

Petroleumkachel

Dit verplaatsbare kacheltje is niet aangesloten op een afvoer. Het lokaal moet voldoende verlucht zijn en je kunt een petroleumkachel best niet langer dan een uur gebruiken in een kamer van 4 x 4 m.
Slaap nooit met zo'n petroleumkachel in werking.
Waterverwarmer met afvoer

Waterverwarmers op gas zijn de voornaamste oorzaak van CO-vergiftiging. Zeker in de badkamer moet je goed opletten. Niet zelden zijn de ongevallen te wijten aan het niet naleven van de plaatsingsvoorschriften:

Van zodra het toestel meer dan 6 liter warm water per minuut produceert, moet het aangesloten zijn op een afvoer. Voorzie altijd een verluchting. Koop steeds een toestel met het CE-merkteken, verplicht sinds 1 januari 1996.

Waterverwarmer zonder afvoer

Deze toestellen mogen maximaal 6 liter warm water per minuut produceren.

Het is sedert 1987 verboden ze in een badkamer te gebruiken. Ze zijn enkel geschikt in een goed verluchte keuken. Sommige modellen zijn voorzien van een veiligheid die de gastoevoer afsnijdt wanneer er veel verbrandingsgassen in het lokaal aanwezig zijn. Maar zelfs deze modellen mogen niet gebruikt worden om een (stort)bad te bevoorraden.
Laat ook dit type van waterverwarmers eens per jaar controleren. Koop steeds een toestel met het CE-merkteken, verplicht sinds 1 januari 1996. Verwarmingstoestel op propaan of butaan met een katalytische verbranding

Dit toestel wordt evenmin aangesloten op een afvoer en mag slechts een korte tijd gebruikt worden. Meestal zijn deze radiators wel voorzien van een veiligheid die de brander uitschakelt wanneer er te veel verbrandingsgassen in het lokaal blijven hangen. Dit is een vooruitgang, maar je kunt nooit uitsluiten dat deze voorziening op een bepaald ogenblik verstek laat gaan met alle gevolgen vandien. Slaap daarom nooit in een kamer waar zo''n radiator brandt.

Kolenkachel

Het is gevaarlijk een klassieke kolenkachel ''s nachts vertraagd te laten werken. De temperatuur van de verbrandingsgassen ligt dan lager en deze raken moeilijker omhoog door de afkoelende schoorsteen. Het is zelfs mogelijk dat de trekrichting verandert en dat de rookgassen de kamer inestuurd worden. De moderne kolenkachels die in "dunne laag" verbranden, mogen dan wel vertraagd branden. Kies een kachel met Benor kenteken. Let op barstjes in het kachellichaam: ze kunnen de rookafvoer verstoren en rookgas in de kamer laten ontsnappen.

Info:
Brandweer Aalst – Vrijheidsstraat 65 9300 Aalst , tel. 053 73 26 11, fax 053 73 26 19 brandweer@aalst.be

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here