Meestal zijn het de beleidsmakers die de prijs van een zorgprestatie bepalen. Toch beschikken zij niet altijd over objectieve elementen om de bedragen voorgesteld door de zorgverleners of de ziekenhuizen te aanvaarden of te weigeren. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) maakte daarom een handleiding voor de bepaling van de prijzen van ziekenhuisinterventies op basis van de reële kosten. De handleiding beschrijft de berekeningsmethoden, en ze geeft prijzen per tijdeenheid voor een verpleegkundige of een specialist, maar ook die van een spoedopname of van het gebruik van het operatiekwartier.

Met behulp van deze handleiding kan men sneller antwoorden op de vragen van de beleidsmakers en komt er meer samenhang tussen alle studies over dit onderwerp.

Een reële behoefte
Er bestaat een overvloed aan cijfermateriaal over ziekenhuiskosten. Toch is het niet altijd eenvoudig om de reële kost van een bepaalde dienst te berekenen. De boekhoudkundige cijfers die de ziekenhuizen doorgeven zijn vaak te algemeen, moeilijk onderling te vergelijken en te laat beschikbaar. De handleiding van het KCE beantwoordt dus aan een reële behoefte. Voor de eerste keer wordt er informatie over kosten samengebracht, die voordien confidentieel, zelfs onvindbaar was.

De kost van ziekenhuispersoneel
De ziekenhuisboekhoudingen maken geen onderscheid tussen de kosten van medewerkers met gelijkaardige titels maar met niettemin zeer uiteenlopende activiteiten en competenties. Het KCE wendde zich daarom tot het Instituut Functieclassificatie (IF-IC), dat de kost van het ziekenhuispersoneel onderzocht en berekende op basis van een enquête, en indeelde in groepen van gelijkaardige functies. Zo bedraagt bijvoorbeeld de uurkost van een verpleegkundige in een gipszaal 40,69€.

De kost van artsen
De ziekenhuisrekeningen waren hierover evenmin duidelijk. Het KCE vroeg daarom de consultants van Deloitte om een geanonimiseerd onderzoek bij de ziekenhuizen uit te voeren, om zo de gemiddelde kost van een halve werkdag voor elk specialisme te bepalen. Vele ziekenhuizen weigerden om aan het onderzoek deel te nemen. Uiteindelijk waren er toch voldoende deelnemers (13 ziekenhuizen met een totaal van 1.511 artsen) om een betrouwbare schatting te kunnen maken.

Het blijkt dat ziekenhuisartsen gemiddeld 460€ honorarium ontvangen voor een halve werkdag, na aftrek van de bedragen die zij afstaan aan het ziekenhuis voor kosten m.b.t. hun prestaties. De inkomens variëren wel heel erg naargelang specialisme en ziekenhuis.

De kost van ondersteunende diensten en algemene onkosten
Sommige zorgprestaties gebruiken ondersteunende diensten, zoals het operatiekwartier en de centrale sterilisatie. Deze kosten werden berekend op basis van de boekhoudkundige gegevens die de ziekenhuizen aan de federale overheidsdienst Volksgezondheid bezorgden. Daarnaast zijn er nog de algemene kosten (verwarming, onderhoud, restaurant, administratie,…) die 56,6% van de directe kosten, zonder de artsenkosten, vertegenwoordigen.

Een nog te verfijnen handleiding, die up-to-date moet worden gehouden
De ziekenhuiskosten evolueren voortdurend, en niet alleen door indexverhogingen. Als de handleiding niet regelmatig wordt herzien dreigt ze achterhaald te worden. Het KCE zal deze taak op zich nemen en hoopt dat in de toekomst meer ziekenhuizen zullen meewerken aan de onderzoeken.

Bron: Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg